Inhoud | Terug naar boven
Waarom Barendrecht?
Waarom Barendrecht?
Waarom CO2-opslag?
Overal op aarde verandert het klimaat. Volgens klimaatgeleerden, verenigd in het International Panel on Climate Change (IPCC), draagt de stijgende CO2-concentratie daar aanzienlijk aan bij. Minder CO2-uitstoot betekent minder klimaatverandering. Het IPCC stelt dat de afvang en opslag van CO2 die bij verbranding van fossiele brandstoffen ontstaat, een van de effectiefste middelen is.
In het klimaatbeleid van de Nederlandse overheid zijn energiebesparing, ontwikkeling van duurzame energie en CO2-afvang en opslag (CCS, Carbon Capture and Storage) de drie pijlers. Tussen nu en 2020 zal de route tussen ‘geen CCS’ en ‘CCS op commerciële schaal’ afgelegd moeten worden. Ook Shell vindt dat CCS een goede manier is om CO2-uitstoot terug te dringen. Het bedrijf is wereldwijd betrokken bij CCS-projecten in verschillende stadia van ontwikkeling en is bereid daar flink in te investeren.
Overheidstender
Als onderdeel van een brede aanpak van twaalf grootschalige opslagprojecten in de Europese Unie, wil de Nederlandse overheid in 2015 (minstens) twee grootschalige opslagprojecten in Nederland. Om dit proces stapsgewijs te laten verlopen, heeft de overheid een aantal activiteiten in gang gezet:
- Het onderzoeksprogramma CATO waarin alle aspecten van CCS worden onderzocht.
- Een CO2-opslagproject offshore van Gaz de France
- Kleinschalige afvangdemonstratieprojecten (EOn Maasvlakte, Nuon Buggenum)
- Kleinschalige opslagprojecten op land (Barendrecht, Zuid-Limburg)
Deze laatste heeft ze uitgewerkt met een projectaanbesteding, de zogenaamde tender, waarop partijen in Nederland konden inschrijven en reageren. De overheid gaf in de tenderaankondiging een locatie op land als uitgangspunt, waarbij veiligheid voorop staat. Verder hechtte ze aan het gebruik van zeer zuivere CO2 en de mogelijkheid van een snelle start. Immers, deze kleinschalige opslagprojecten moeten tijdig voldoende vertrouwen geven dat grotere projecten (op land en op zee) haalbaar zijn.
Aan het project is een overheidssubsidie van 30 miljoen euro verbonden, gekoppeld aan verschillende fasen van projectvoltooiing. Overigens is het geheel van investerings- en operationele kosten over de hele looptijd van het Barendrechtproject een veelvoud van het subsidiebedrag. Met de huidige handelswaarde van CO2 (circa 15 euro per ton, geen garantie voor toekomstige prijzen) is het project verliesgevend, zelfs met subsidie.
Uitgaande van een project met een eigen CO2-bron, zocht Shell naar een landlocatie. De kosten van een (lange) pijpleiding naar een offshore locatie zijn relatief hoog, zeker bij een demonstratieproject waarin - relatief gezien - toch een bescheiden hoeveelheid CO2 wordt opgeslagen. Een demonstratieproject voor een opslag op land heeft bovendien meerwaarde, omdat zich daarvoor in Nederland in de toekomst veel mogelijkheden zullen aandienen. Omdat veiligheid een harde randvoorwaarde is, hoeft daarbij geen onderscheid te worden gemaakt tussen dichtbevolkte of dunner bevolkte gebieden.
Om in de toekomst de vereiste hoeveelheden CO2 op te slaan, lijkt het met de huidige inzichten noodzakelijk dat opslag zowel op land als op zee plaatsvindt. Het belangrijkste doel van de tender is dan ook het aantonen dat het in Nederland mogelijk is om de hele keten van afvang-transport-opslag op land te realiseren. De beschikbare technologie is al op vele plaatsen wereldwijd bewezen (13.000 CO2-injectieputten wereldwijd, duizenden kilometer CO2-pijpleiding, honderden miljoenen tonnen al getransporteerd, aardgasopslag met herhaaldelijk vullen en weer leegmaken van gasvelden). Maar het meeste moet geleerd worden op politiek, juridisch en maatschappelijk vlak. Alleen zo kan redelijkerwijs van de industrie gevraagd worden CCS met kracht te ontwikkelen en de significante investeringen te doen in de voorbereidingen op de noodzakelijke grootschalige CCS-projecten op land, in de nabije toekomst (2015-2020).
Het Barendrecht Project
Shell Nederland Raffinaderij B.V. (SNR) heeft gereageerd op het aanbestedingsverzoek van de overheid. Het is de bedoeling dat pure CO2 die bij de raffinaderij in Pernis bij de productie van waterstof vrijkomt, per pijpleiding naar Barendrecht wordt getransporteerd. Vervolgens wordt de CO2 in twee lege aardgasvelden geïnjecteerd voor permanente opslag.
De opzet is dat met het kleine Barendrecht wordt begonnen, goed voor 800.000 ton CO2 opslagcapaciteit op een diepte van 1700 meter. In het grotere Ziedewijveld, 2700 meter diep, kan 9,5 miljoen ton CO2 worden opgeslagen. Per jaar wordt 300.000 (Barendrecht) tot 400.000 ton (Ziedewij) CO2 opgeslagen.
Veiligheid is het primaire uitgangspunt. Voor Shell is altijd duidelijk geweest dat onvoldoende veiligheidswaarborgen het einde van het project zou betekenen.
Partners
NAM exploiteert momenteel de nu nog deels gevulde aardgasvelden Barendrecht en Ziedewij en heeft een grote kennis van de ondergrond en injectie van aardgas in bestaande velden. OCAP heeft al enkele jaren ervaring met het transporteren en distribueren van Pernisse CO2 naar tuinders in het Westland. Alleen kunnen tuinders niet alle CO2 benutten, met name in de wintermaanden. Het deel dat zij niet gebruiken, kan in Barendrecht worden opgeslagen. Het is de bedoeling dat OCAP ook het transport van CO2 naar Barendrecht gaat verzorgen. Voor het project is een nieuw bedrijf opgericht, Shell CO2 Storage B.V. (SCS). SCS zal verder ook zekerstellen dat alle aanwezige kennis over de Barendrechtse velden ten volle kan worden benut bij de opslag van CO2 en de daaraan gekoppelde monitoring.
Shell en OCAP hebben net zoals andere organisaties veel onderzoek gedaan naar het transport naar en de mogelijke CO2-opslag in lege aardgasvelden. Vanwege de ligging, dichtbij de CO2-bron van Pernis, en de tijdige beschikbaarheid, hebben de partijen uiteindelijk gekozen voor het aardgasveld Barendrecht (ten zuidwesten van Rotterdam). Als de ervaringen met het Barendrecht-veld goed zijn, zal in een later stadium Barendrecht-Ziedewij het tweede veld zijn dat in aanmerking komt voor CO2-opslag. Uit deze aardgasvelden wordt nu nog gas gewonnen. Nadat de productie stopt, kunnen de velden aangepast worden voor opslag van CO2.
Stap 1: Afvangen en comprimeren van CO2
Het CO2 dat ontstaat door de productie van waterstof in de raffinaderij Pernis moet eerst worden afgevangen en gecomprimeerd. Daarom dient er bij uitvoering van het project een extra compressor op de raffinaderij Pernis geplaatst te worden, die de CO2 naar een druk van 40 bar kan brengen.
Stap 2: Transport
Er zal een pijpleiding worden gelegd naar de locatie Barendrecht en in een later stadium naar de locatie Barendrecht-Ziedewij. Voor een groot deel zal deze pijpleiding worden gelegd in de ‘pijpleidingenstraat’. Dit is een bestaand tracé waar diverse pijpleidingen liggen. De onder druk gebrachte CO2 wordt door de nieuw aan te leggen pijpleiding naar de locatie getransporteerd.
Stap 3: Injectie
Op de locatie, waar nu nog aardgas wordt gewonnen, zal een compressor worden geplaatst. Deze brengt het CO2 op een druk van maximaal 120 tot 160 bar, zodat het kan worden geïnjecteerd. Zodra de productie van aardgas stopt, wordt een van beide putten omgebouwd en geschikt gemaakt voor het injecteren van CO2. Als de injectie wordt beëindigd, dan worden de putten zorgvuldig afgesloten. De locatie wordt voorzien van apparatuur, zodat er een goede monitoring kan plaatsvinden.
Het ‘energierendement’ van het Barendrecht is 95%. Dat betekent dat de CO2-uitstoot die nodig is voor het laten draaien van de compressoren, overeenkomt met 5% van de ruim 10 miljoen ton opslagcapaciteit.
Criteria
Uitgaande van de CO2-bron van Shell in Pernis (een bron die kan voldoen aan de wens van de overheid om zeer zuivere CO2 te gebruiken) bleek ‘Barendrecht’ voor Shell als enige potentiële locatie te voldoen aan de criteria van geschiktheid, veiligheid en tijdige beschikbaarheid.
Zowel de Commissie voor de m.e.r. als het recente TNO-rapport bevestigen dat dit de juiste keuze van Shell was. De locatie heeft een combinatie van gunstige factoren:
- De opslag vindt plaats op redelijke afstand van een bron van zeer zuivere CO2; hier liggen bestaande locaties met gasvelden waar al putten geboord zijn.
- Het veld is geologisch zeer geschikt vanwege het gunstige type gesteente, de goede afdeklaag en de grote diepte; de praktijk bevestigt dit omdat er al miljoenen jaren aardgas opgesloten heeft gezeten dat niet naar het aardoppervlak is ontsnapt.
- Het is mogelijk om het CO2 via die bestaande putten in de grond te injecteren omdat de productieputten nog niet zijn afgesloten: de gaswinning zal hier stoppen op een termijn die aansluit bij de timing van het project.
- De mogelijkheid van een gefaseerde aanpak (eerst een klein veld, dan een groter veld): al in het eerste deel van het project wordt de hele levenscyclus van een opslagproject in relatief korte tijd doorlopen.
Beoordeling en besluitvorming
In de tenderprocedure voor demonstratieprojecten heeft de ‘Adviescommissie Opslagtender’ dit initiatief al geselecteerd voor financiële ondersteuning. Dat gebeurde in een procedure waarin veiligheid een zwaarwegend criterium vormde (goed voor 40% van de totaalscore).
Na de tendergoedkeuring heeft Shell het Milieueffectrapport (MER) in december 2008 aangeboden aan de provincie Zuid-Holland (het coördinerend ‘bevoegd gezag’) en aanvragen voor vergunningen ingediend. De hierop volgende terinzagelegging van het MER is afgerond in maart 2009. Iedereen kon reacties op het rapport geven. Deze zienswijzen vormden mede de basis voor het (toetsings)advies van de Commissie voor de m.e.r.
Op 23 april 2009 heeft de Commissie voor de m.e.r. het toetsingsadvies over het MER uitgebracht. De Commissie oordeelde dat het MER de essentiële informatie bevat en een overzichtelijk en goed toegankelijk document is. Verder acht de Commissie voldoende onderbouwd dat het voornemen (voor de CO2-opslag) voldoet aan de wettelijke norm die in Nederland geldt op het gebied van externe veiligheid.
Aanvullend onderzoek
Op verzoek van de gemeente Barendrecht heeft het ministerie van EZ aanvullende onderzoeken laten uitvoeren op het gebied van locatiekeuze, veiligheid en gezondheidsklachten.
TNO heeft geotechnisch onderzoek uitgevoerd naar 12 velden die aan bepaalde criteria voldeden. Twee ervan hebben geen geotechnische minpunten: Barendrecht (land) en P6 Zuid (zee).
Onder leiding van DCMR is een ‘Integrale Veiligheidsbeoordeling CO2-opslag Barendrecht’ opgesteld. Conclusie is dat er geen risico’s zijn die de wettelijke normen overschrijden. Voor een beperkte overschrijding van richtlijnen voor het zogeheten groepsrisico is aangegeven dat die met aanvullende maatregelen beheersbaar is. Die overschrijding gebeurt alleen in de leidingtunnel nabij Shell Pernis.
RIVM heeft gekeken naar gezondheidsklachten die mogelijk bij omwonenden kunnen ontstaan als gevolg van de opslag van CO2 onder Barendrecht. Voorspellingen zijn moeilijk te doen en RIVM doet een aantal aanbevelingen om de klachten zoveel mogelijk te beperken.
Ministerieel besluit en gevolgen
De ministers van EZ en VROM hebben in november 2009 het besluit genomen dat het Barendrechtproject kan doorgaan. Per brief van 18 november 2009 aan de Tweede Kamer, aangevuld met een tweede brief op 24 november, lichten de ministers hun besluit toe. In de brieven wordt ook het bredere kader voor de noodzaak van CCS geschetst.
De toelichting is als volgt (pag. 12 van brief 18 november):
Op basis van genoemde onderzoeken, alle andere informatie en overleg met de provincie Zuid-Holland, hebben wij besloten dat het CO2-opslagproject in Barendrecht, onder strikte voorwaarden, doorgang kan vinden. Gelet op het belang van het tijdig realiseren van CCS als onderdeel van effectief klimaatbeleid, de positieve conclusies van het veiligheidsrapport en de uitkomsten van het onderzoek naar de locatiekeuze, zijn wij tot dit besluit gekomen. Voor de ontwikkeling van CO2-opslag in Nederland is de tijdige realisatie van een kleinschalig opslagproject in een gasveld op land echt nodig.
Als voorwaarde stellen de ministers dat het project gefaseerd wordt uitgevoerd. Dit houdt in dat het tweede deel (de opslag in het Ziedewijveld) pas kan doorgaan als zich geen problemen bij het Barendrechtveld hebben voorgedaan. Dit zal moeten blijken uit een uitvoerige evaluatie. Shell heeft deze fasering zelf al aangegeven in het projectvoorstel, met het oog op draagvlak, optimalisatie en zorgvuldigheid.
De door sommigen voorgestelde optie van een offshore demonstratieproject in P6 Zuid draagt niet of nauwelijks bij aan de klimaatagenda van het kabinet:
- Het voegt weinig toe aan de kennis uit het inmiddels al vijf jaar lopende project in K12B van Gaz de France.
- Er zijn nog geen studies verricht naar dit veld. Detailstudies kosten al snel een jaar, vervolgens de MER-procedure ook een jaar en dan het verlenen van vergunningen. Al met al twee tot drie jaar tijdverlies, iets dat we ons gezien de klimaatproblematiek niet kunnen veroorloven.
- Voor Shell: P6 Zuid is geen eigendom van Shell. De eigenaar (Wintershall) ziet dit veld niet als de beste plaats om te beginnen met CO2-opslag. Samen met het Rotterdam Climate Initiative ziet Wintershall het Q8 veld als de betere optie.
AMESCO
Het veelgeciteerde AMESCO-rapport (Algemene Milieu Effecten Studie CO2 Opslag) wordt regelmatig verkeerd gebruikt. Het rapport beoogt richtlijnen te geven voor de beoordeling van CCS-projecten, aan de hand van meerdere criteria. Als een beoogd project op een of meer punten minder goed scoort voordat er detailstudies gedaan zijn, kunnen mitigerende maatregelen, op basis van aanvullende studies, zorgen voor een betere score. Aan de hand van AMESCO kan dus nooit een uitspraak worden gedaan over veiligheid van een specifiek project. Zodra genoemde detailstudies beschikbaar zijn, ‘overrulen’ ze het generieke AMESCO-rapport.
In algemene zin heeft AMESCO geconcludeerd dat het in Nederland mogelijk is een laag-risico CO2-opslagproject uit te voeren, dat er voldoende kennis is van locatiespecifieke aspecten om de veiligheid van langetermijn CO2-opslag te kunnen beoordelen en dat voormalige gasreservoirs waarschijnlijk zeer geschikt zijn voor langetermijn CO2-opslag.
Aanvullende opmerkingen n.a.v. het TNO-onderzoek in relatie tot AMESCO:
- Boven de 90 meter dikke kleisteenlaag boven het Barendrechtveld ligt nog een dunne gesteentelaag met olie/gas en daarboven weer een gasdichte kleisteenlaag. In feite dus een dubbele afdichting.
- Boven het Ziedewijveld ligt een enkele honderden meters dikke kleisteenlaag. De geologische situatie daar is vergelijkbaar met een op 20 kilometer afstand gelegen veld waarvan het gas voor driekwart uit CO2 bestaat en dat stabiel is.
- Het TNO-rapport bevestigt dat de Barendrechtvelden de enige optie voor Shell waren om aan te bieden in de tender.
- De puttenlocatie ligt op voldoende afstand van de woonbebouwing.
(status: november 2009)

NEDERLAND