Pensioenwet Sinds 1 januari 2008 is de nieuwe Pensioenwet van kracht. In de Pensioenwet staan een aantal eisen voor de financiële opzet en positie van pensioenfondsen. Het Pensioenfonds moet hier met het financieringsbeleid aan voldoen. Kosten van de pensioenregeling De kosten van de pensioenregeling zijn de kosten die ieder jaar gemaakt moeten worden om de pensioenaanspraken die in dat jaar worden opgebouwd te financieren. Hiervoor wordt een premie vastgesteld, de zogeheten 'feitelijke premie'. Deze premie wordt in beginsel elke 3 jaar vastgesteld en bedraagt momenteel 35,3%. Bij vaststelling van de feitelijke premie is rekening gehouden met een rendement op de beleggingen van 5,5%. |
 |
Daarnaast is er een risico-opslag in opgenomen, die voortvloeit uit de Pensioenwet. (juni 2010) Premie De feitelijke premie wordt betaald door de toegetreden maatschappijen (de werkgever) en de deelnemers in de pensioenregeling (de werknemers). In het Reglement staat hoeveel premie deelnemers maximaal betalen, de rest wordt door de werkgever betaald. Het Bestuur kan besluiten tot premiekorting, of tot een extra bijdrage als de financiële situatie van het Pensioenfonds dit nodig maakt. De minimaal te betalen premie bedraagt voor werknemers 2% en voor de werkgever 5%. |