Pensioeninkomen in de 'oude' regeling (de regeling tot 1 januari 2006) In de regeling zoals die tot 1 januari 2006 gold, ging het ouderdomspensioen meestal in op 60 jaar. Het pensioeninkomen kende drie onderdelen: het doorlopend pensioen, het overbruggingspensioen (dat diende ter compensatie van de nog ontbrekende AOW) en de zogenoemde tegemoetkoming 65-min (ter compensatie van de hogere belastingheffing tot 65 jaar). Pensioeninkomen in de nieuwe regeling In de nieuwe regeling is de reglementaire pensioenleeftijd 65 jaar. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u een ouderdomspensioen. U kunt kiezen om eerder met pensioen te gaan, dan is uw pensioen lager dan wanneer het op 65 zou ingaan: het moet immers over een groter aantal jaren worden uitbetaald en u heeft minder pensioenjaren opgebouwd. |
 |
Eerder stoppen met werken en een tijdelijk pensioen Wanneer u eerder met pensioen wilt gaan, kunt u ook kiezen om een deel van uw overgangsmodule te gebruiken voor een tijdelijk pensioen tot 65 jaar, zolang u nog geen AOW ontvangt. Een tijdelijk pensioen is het pensioen dat uitgekeerd mag worden bovenop uw ouderdomspensioen tot 65 jaar. U kunt ook uw ouderdomspensioen daarvoor gebruiken. Andere combinaties zijn ook mogelijk. Wel geldt dat op basis van fiscale wetgeving zo’n tijdelijk pensioen niet hoger mag zijn dan de AOW voor een echtpaar, € 18.507,36 (per 1 juli 2009). Het mag worden uitgekeerd bovenop uw –lagere– ouderdomspensioen. Daarbovenop kunt u nog de zogenoemde hoog/laag constructie toepassen. |