Partnerpensioen Wanneer u bent getrouwd, heeft uw huwelijkspartner recht op partnerpensioen, als u overlijdt. Dit geldt ook bij een wettelijk geregistreerd partnerschap. Het kan ook zijn dat u niet bent getrouwd, maar met uw partner samenwoont en bij de notaris een samenlevingscontract hebt afgesloten waarin u uw partner als begunstigde voor het partnerpensioen hebt aangewezen. Als u in zo’n geval wilt dat uw partner in aanmerking komt voor een partnerpensioen, dan moet u uw partner bij het Pensioenfonds aanmelden. Dit gebeurt niet automatisch. Wanneer u in Nederland woont ontvangt het Pensioenfonds via uw gemeente automatisch de gegevens van uw partner. Trouwt u in het buitenland, dan moet u echter zelf een bewijs van uw huwelijk aan het Pensioenfonds opsturen. Als u op het moment van overlijden bij Shell werkzaam bent, dan worden de pensioenjaren die u nog zou opbouwen tot de reglementaire pensioenleeftijd meegeteld voor de bepaling van het partnerpensioen. Ontvangt u een arbeidsongeschiktheidspensioen en u komt te overlijden, dan geldt deze regel ook. Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen. |
 |
Aanvullend partnerpensioen Als uw partner bij uw overlijden nog geen 65 jaar is, dan ontvangt hij een aanvullend partnerpensioen, omdat uw partner dan nog geen recht heeft op een AOW-uitkering. Het aanvullend partnerpensioen stopt als uw partner 65 jaar wordt. Voor elk pensioenjaar ontvangt uw partner 1,6% van EUR 28.506 (1 juli 2010). Wezenpensioen Hebt u kinderen op het moment van uw overlijden, dan ontvangen zij vanaf dat moment een wezenpensioen tot zij 18 jaar zijn. Zolang uw kind studeert ontvangt het dit pensioen tot het einde van de maand augustus volgend op zijn 24ste verjaardag. Het wezenpensioen is 14% van het totaal van partnerpensioen en aanvullend partnerpensioen. Volle wezen (waarvan beide ouders zijn overleden) ontvangen het dubbele. Nabestaandenuitkering Anw Als u overlijdt, hebben uw nabestaanden in sommige gevallen ook recht op een overheidsuitkering: de nabestaandenuitkering Anw. Meer informatie vindt u op de website van de Sociale Verzekeringsbank, of op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (zie: 'handige links').
|