Hoog/laag Het is denkbaar dat u de eerste jaren na uw pensioendatum een wat hoger inkomen nodig hebt dan daarna. Bijvoorbeeld omdat u nog studerende kinderen hebt, of omdat een hypotheek nog niet is afbetaald. In zulke situaties kunt u kiezen voor de hoog/laag variant. U ontvangt dan vanaf uw pensioendatum tijdelijk een hoger pensioen dan uw ‘standaard’ pensioen. Na afloop van de afgesproken periode, wordt uw pensioen dan natuurlijk lager dan uw ‘standaard’ pensioen. Omzetting naar hoog/laag heeft geen invloed op de hoogte van het partnerpensioen. Laag/hoog Andersom kan ook: eerst tijdelijk een lager en daarna een hoger pensioen. Ook de omzetting naar laag/hoog heeft geen invloed op de hoogte van het partnerpensioen. Verhouding tussen hoog en laag De verhouding tussen het hogere en het lagere pensioen die u kunt kiezen zijn gebonden aan bepaalde grenzen. Deze kunt u vinden in de tabellen die bij het Reglement zijn gevoegd. |
 |
Voorbeeld In de tabel staat een voorbeeld van één van de mogelijkheden die u met hoog/laag kunt kiezen. De bovenste rij geeft de standaardsituatie weer op 65 jarige leeftijd. De tweede rij geeft het effect van een hoog/laag variant weer, waarbij de verhouding tussen het hoge en het lage deel 5 jaar lang 125:100 is. Het ouderdomspensioen is dan de eerste 5 jaar 114,4% van de standaardsituatie (=hoog). Na die 5 jaar is het ouderdomspensioen 91,5% van de standaardsituatie (=laag). De tabel is ingevuld voor een ouderdomspensioen van EUR 30.000 en een partnerpensioen van EUR 21.000 in de standaardsituatie. De eerste 5 jaar bedraagt het ouderdomspensioen dan EUR 34.320 (=hoog). Na afloop van deze 5 jaar bedraagt het EUR 27.450 (=laag). Als de gepensioneerde overlijdt ontvangt zijn partner 70% van het ouderdomspensioen in de standaardsituatie, dat is EUR 21.000. Het partnerpensioen verandert niet mee. |