Als u in ploegendienst gaat werken, ontvangt u daarvoor ploegentoeslag. Als de ploegentoeslag volgens de werkgever pensionabel is, dan telt deze mee in uw pensioenopbouw. Vanaf 1 januari 2006 wordt een pensionabele toeslag proportioneel meegenomen in uw pensioengrondslag. Dat wil zeggen dat de toeslag naar rato van het aantal jaren dat u deze toeslag ontving meetelt. Ploegendienst vanaf 1 januari 2006 Als u een pensionabele ploegentoeslag ontvangt wordt deze toeslag vanaf 1 januari 2006 proportioneel meegenomen in uw pensioengrondslag. Voorbeeld: Een medewerker bouwt in totaal 30 pensioenjaren op. Hij werkt in totaal 15 jaren in ploegendienst en ontvangt in die jaren een ploegentoeslag van 30% gebaseerd op 12 maanden salaris. Op basis van 14 maanden salaris (de pensioengrondslag) bedraagt de ploegentoeslag dus: 12/14 x 30%. |
 |
Omdat hij bij pensionering 15 jaren ploegentoeslag heeft ontvangen en 30 pensioenjaren heeft opgebouwd wordt zijn pensioengrondslag op de pensioendatum verhoogd met: 15/30 x (12/14 x 30%) = 12.8% (afgerond). Ploegendienst vóór 1 januari 2006 Werkte u vóór 1 januari 2006 in ploegendienst, dan zijn er twee mogelijkheden: 1. U ontving op 31 december 2005 ploegentoeslag. Het maakt niet uit hoelang u deze ploegentoeslag al ontving: voor de berekening van uw pensioenaanspraken wordt ervan uitgegaan dat u in uw diensttijd vóór 1 januari 2006 deze toeslag altijd hebt gehad. Deze aanspraken worden apart bijgehouden.
2. U ontving op 31 december 2005 géén ploegentoeslag, maar hebt aanspraak op zogeheten APP. In dat geval wordt op uw pensioendatum het APP-bedrag bij uw dan geldende pensioengrondslag opgeteld.
|