“CCS is cruciaal om te voorzien in de verwachte enorme toename van de wereldwijde vraag naar energie met gelijktijdige verlaging van de uitstoot van CO2 (kooldioxide)”, vertelt Peter Voser, Chief Executive Officer van Royal Dutch Shell plc. “Als je doelen in het kader van klimaatverandering wilt halen, dan moet je CCS onderdeel van de oplossing maken. Wij helpen om CCS-technologie op een aantal fronten overal ter wereld te stimuleren, maar Quest wordt ons vlaggenschipproject.”

De oliezanden van Alberta zijn een veilige en betrouwbare bron van energie en een economische motor voor werkgelegenheid, scholing en bedrijfsontwikkeling in heel Canada en daarbuiten. “Om de komende decennia in de wereldvraag te kunnen voorzien, zullen we alle energiebronnen nodig hebben,” merkt Voser op. “De bronnen van energie met een lagere CO2-uitstoot zullen aan belang winnen, maar zelfs in 2050 zal nog minstens 65 procent van onze energie afkomstig zijn van fossiele brandstoffen.

Daarom is CCS zo belangrijk voor de beheersing van klimaateffecten.”

Het Athabasca-oliezandenproject produceert bitumen, dat per pijpleiding naar de Scotford Upgrader van Shell bij Edmonton, in Alberta, wordt vervoerd. Vanaf eind 2015 gaat Quest jaarlijks meer dan een miljoen ton CO2 dat bij de bitumenverwerking wordt geproduceerd, afvangen en diep in de bodem opslaan. Quest verlaagt de directe uitstoot van de Scotford Upgrader met wel 35 procent – wat neerkomt op jaarlijks 175.000 auto’s minder op de Noord-Amerikaanse wegen.

“Ook is Quest een voorbeeld van de manier waarop wij technologie en innovatie gebruiken om de milieuresultaten van onze oliezandoperaties te verbeteren,” zegt John Abbott, Executive Vice President of Heavy Oil bij Shell. “De kans die Quest ons biedt om de uitstoot van onze opwerkingsactiviteiten te verlagen, is op zich al een belangrijke prestatie, maar de technische en strategische waarde van het project overstijgt nog het belang van de uitstoot die we ermee afvangen.”

“Quest is belangrijk, want het is een volledig geïntegreerd project dat het samengaan demonstreert van bestaande afvang-, transport-, injectie- en opslagtechnologieën voor veilige en permanente opslag van CO2. Met de kennis die het gaat opleveren zal CCS in de toekomst veel breder en kosteneffectiever kunnen worden toegepast, niet alleen in de energie-industrie als geheel maar ook in andere sectoren.”

De Canadese federale overheid en het bestuur van de provincie Alberta hebben beide CCS aangewezen als een belangrijke technologie voor hun strategie om de CO2-uitstoot te verlagen. Alberta investeert 745 miljoen dollar in Quest – geld dat afkomstig is uit een CCS-steunfonds van twee miljard dollar - en de federale regering investeert 120 miljoen dollar via haar Clean Energy Fund.

“Wij gaan door met investeren in innovatieve, schone energietechnologie zoals het Quest-project van Shell. Daarmee bevorderen wij hoogwaardige werkgelegenheid en verantwoorde ontwikkeling van de Canadese energievoorraden,” zegt Joe Oliver, Minister van Natuurlijke Hulpbronnen. “Afvangen en opslag van kooldioxide kan ons helpen om evenwicht tot stand te brengen tussen onze energiebehoefte en de noodzaak om het milieu te beschermen.”

“Het nieuws dat vandaag is bekendgemaakt, onderstreept de positie van Alberta als wereldleider op het gebied van afvangen en opslag van CO2,” stelt Energieminister Ken Hughes. “Technologie zoals CCS gaat een stuwende rol spelen bij het verlagen van de broeikasgasintensiteit van de oliezanden en toont de wereld dat Alberta zich voluit inzet voor verantwoorde ontwikkeling van energie.”

Het Internationale Energie Agentschap (IEA) noemt CCS “een cruciaal onderdeel van de wereldwijde inspanningen om de opwarming van de aarde te beperken” en schat dat in 2050 ongeveer een vijfde van de noodzakelijke wereldwijde broeikasgasreductie met CCS kan worden gerealiseerd. Samen met overheden en deskundigen werkt Shell ook in andere landen aan de ontwikkeling van CCS, waaronder projecten in Noorwegen en Australië.

Quest is ’s werelds eerste CCS-project op commerciële schaal waarmee de kooldioxide-uitstoot van de oliezanden wordt aangepakt. Het is het eerste CCS-project waarin Shell een meerderheidsbelang heeft en waarbij zij verantwoordelijk is voor ontwerp, aanleg en exploitatie. Ook vormt het de kern van het CCS-researchprogramma van Shell en helpt het Shell om haar CO2-afvangtechnologie verder te ontwikkelen.

Shell heeft de vereiste federale en provinciale vergunningen voor Quest binnen en is met de aanleg begonnen. Die gaat ruwweg dertig maanden in beslag nemen, waarbij gemiddeld circa 400 vakmensen aan het werk zijn en in de piekperiode ongeveer 700.

Meer over Quest:

Met het Quest-CCS-project wordt per jaar meer dan een miljoen ton CO2 afgevangen uit de Scotford Upgrader, bij Edmonton, in de provincie Alberta. Vandaar wordt het via een tachtig kilometer lange, ondergrondse pijpleiding getransporteerd naar een opslaglocatie ten noorden van de Scotford-installatie. Daar wordt het CO2 meer dan twee kilometer diep geïnjecteerd, in de zogeheten Basal Cambrian Sands (BCS), een poreuze gesteenteformatie die onder lagen ondoordringbaar gesteente ligt.

Met geavanceerde monitortechnologie wordt gewaarborgd dat het CO2 daar permanent wordt opgeslagen. In 2011 kreeg Quest van Det Norske Veritas (DNV), een internationale firma gespecialiseerd in risicobeheer, ’s werelds eerste certificaat van geschiktheid voor haar opslagontwikkelingsplan. DNV had daarbij een panel van zeven CCS-deskundigen uit de academische wereld en uit onderzoekinstellingen samengesteld om in een periode van twee weken tot een beoordeling te komen.

Uit efficiëntieoverwegingen wordt tot 50 procent van het projectwerk elders gedaan, op een nog nader te bepalen bouwterrein. Shell gaat daarbij constructiefaciliteiten van

derden in Edmonton gebruiken. Daarmee levert zij een bijdrage aan de voortgezette ontwikkeling van belangrijke bouwcapaciteit in de provincie. Vervolgens worden grote, voorgemonteerde modules op de Shell-locatie afgeleverd en daar geïnstalleerd.

Het Athabasca-oliezandenproject heeft een winnings- en opwerkcapaciteit van 255.000 vaten per dag en is een joint venture van Shell Canada Energy (60%), Chevron Canada Limited (20%) en Marathon Oil Canada Corporation (20%).

Shell Mediacontacten
Telefoon: 070 377 8750

Disclaimer

Dit persbericht is geen aanbieding om effecten te verkopen en dient niet te worden beschouwd als aanbieding om effecten te verkopen. Er zijn risico’s verbonden aan een investering in onze gewone aandelen. Derhalve kan een investeerder geld verliezen op zijn of haar investering in onze gewone aandelen of ADS.

De maatschappijen waarin Royal Dutch Shell plc direct en indirect deelneemt zijn afzonderlijke entiteiten. In dit document worden de benamingen “Shell”, “Shell groep” en “Royal Dutch Shell” soms gemakshalve gebruikt in passages die betrekking hebben op Royal Dutch Shell plc en haar dochterondernemingen in het algemeen. Evenzo worden de woorden “wij”, “ons” en “onze” soms gebruikt om dochterondernemingen in het algemeen aan te duiden, of degenen die voor die dochterondernemingen werkzaam zijn. Deze uitdrukkingen worden tevens gebruikt wanneer vermelding van de naam van de desbetreffende maatschappij gevoeglijk achterwege kan blijven. De uitdrukkingen “dochterondernemingen”, “Shell-dochterondernemingen” en “Shell-maatschappijen” in dit document verwijzen naar maatschappijen waarin Shell direct of indirect overwegende zeggenschap heeft door de meerderheid van het stemrecht of door het recht om overwegende invloed uit te oefenen. Maatschappijen waarop Shell invloed van betekenis uitoefent maar waarin zij geen overwegende zeggenschap heeft, worden als “geassocieerde deelnemingen” aangemerkt. In dit document worden geassocieerde deelnemingen en entiteiten onder gezamenlijke zeggenschap tevens aangemerkt als volgens de “equity-methode opgenomen investeringen”. De term “Shell-belang” wordt gemakshalve gebruikt ter aanduiding van het eigendomsbelang dat Shell direct of indirect (bijvoorbeeld via ons belang van 24% in Woodside Petroleum Inc.) in een project, samenwerkingsverband of onderneming heeft na aftrek van alle door derden gehouden belangen.

Dit document bevat op de toekomst gerichte mededelingen ten aanzien van de financiële positie, resultaten van activiteiten en segmenten van Shell en de Shell-Groep. Alle mededelingen anders dan constateringen van historische feiten zijn of kunnen worden gezien als op de toekomst gerichte mededelingen. Op de toekomst gerichte mededelingen geven verwachtingen weer voor de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen en aannames van het management en zijn onderhevig aan bekende en niet-bekende risico’s en onzekerheden waardoor de feitelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen materieel kunnen afwijken van die welke in deze mededelingen worden vermeld of geïmpliceerd. Tot dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen behoren onder meer mededelingen ten aanzien van de potentiële blootstelling van Shell en de Shell-Groep aan marktrisico’s en mededelingen waarin verwachtingen, overtuigingen, ramingen, voorspellingen, projecties en aannames van het management tot uitdrukking komen. Deze op de toekomst gerichte mededelingen zijn te herkennen door het gebruik van termen en uitdrukkingen als “bedoelen”, “beogen”, “doelen”, “doelstellingen”, “gepland”, “kunnen”, “menen”, “plannen”, “rekenen met”, “risico’s”, “schatten”, “ten doel stellen”, “verwachten”, “voorspellen”, “vooruitzicht”, “waarschijnlijk”, “zouden kunnen”, “zouden moeten”, “zullen” en soortgelijke termen en uitdrukkingen. Er zijn verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de toekomstige operaties van Shell en de Shell-Groep en waardoor resultaten materieel kunnen afwijken van die welke in de op de toekomst gerichte mededelingen in dit Overzicht tot uitdrukking komen, waaronder (maar niet uitsluitend): (a) prijsschommelingen voor ruwe olie en aardgas; (b) wijzigingen in de vraag naar de producten van Shell; (c) valutakoersschommelingen; (d) boor- en productieresultaten; (e) reserveramingen; (f) verlies van marktaandeel en concurrentie binnen de bedrijfstak; (g) milieurisico’s en fysieke risico’s; (h) risico’s in verband met het vaststellen van passende potentiële overnamedoelen en de succesvolle onderhandeling over en afronding van dergelijke transacties; (i) ondernemingsrisico’s in ontwikkelingslanden en landen waarop internationale sancties van toepassing zijn; (j) wettelijke, fiscale en administratiefrechtelijke ontwikkelingen waaronder administratiefrechtelijke maatregelen met betrekking tot klimaatverandering; (k) economische en financiële marktomstandigheden in diverse landen en gebieden; (l) politieke risico’s, waaronder de risico’s van onteigening en heronderhandeling van contractvoorwaarden met regeringsinstanties, vertraging of versnelling bij de goedkeuring van projecten, en vertragingen in de vergoeding van gedeelde kosten; en (m) wijzigingen in handelsomstandigheden. Het voorbehoud dat in de onderhavige passage wordt gemaakt of waarnaar wordt verwezen, is onverkort van toepassing op alle in deze presentatie opgenomen op de toekomst gerichte mededelingen in hun geheel. De lezer dient niet overmatig te steunen op dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen. Additionele factoren die van invloed kunnen zijn op resultaten in de toekomst worden genoemd in het volledige “Annual Report and Form 20-F” for the year ended 31 December, 2011 (beschikbaar in het Engels op www.shell.com/ investor en www.sec.gov). Deze factoren dienen eveneens door de lezer in acht te worden genomen. Iedere op de toekomst gerichte mededeling heeft slechts betrekking op de datum van dit document, 5 september 2012. Noch Shell, noch haar dochterondernemingen of de Shell-groep nemen enige verplichting op zich om enige op de toekomst gerichte mededeling publiekelijk te actualiseren of te herzien naar aanleiding van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of andere informatie. Gezien deze risico’s kunnen de feitelijke resultaten materieel afwijken van die welke in de in dit document opgenomen op de toekomst gerichte mededelingen worden vermeld, geïmpliceerd of die daarvan worden afgeleid. Shell kan in dit document bepaalde termen hebben gebruikt, zoals “resources”, waarvan het gebruik door Shell in haar bij de SEC gedeponeerde documenten door de SEC streng verboden is. Amerikaanse beleggers worden dringend geadviseerd grondig kennis te nemen van de verslaggeving in ons Form 20-F, File No 1-32575, dat beschikbaar is op de SEC-website www.sec.gov. Deze publicaties zijn tevens telefonisch verkrijgbaar bij de SEC, via het telefoonnummer 1-800-SEC-0330.