Xinsheng (Sheng) Zhang, Vice-President van Shell Aviation: “Wij zijn erg trots op deze primeur voor Shell Aviation. Dit geavanceerde product is de nieuwste mijlpaal in onze lange innovatiegeschiedenis. Wij denken dat dit nieuwe loodvrije product met steun van de industrie in korte tijd een stringent goedkeuringsproces kan doorlopen. Wij kijken uit naar de samenwerking met onze technische partners en de toezichthoudende instanties, zodat we de goedkeuringen kunnen krijgen die we nodig hebben om dit product voor gebruik in alle lichte vliegtuigtypen te kunnen realiseren.”

In Avgas zit momenteel nog lood om aan de brandstofspecificaties te voldoen en de verbrandingseigenschappen ervan te verbeteren (het zogeheten motor-octaangetal). Shell heeft een ongelode Avgas ontwikkeld die aan alle belangrijke Avgas-normen voldoet en die een motor-octaangetal heeft dat hoger is dan de industrienorm van 100. De ontwikkeling van een technisch en commercieel levensvatbare, ongelode Avgas die aan die criteria voldoet, wordt vanwege de strenge producteisen en vliegveiligheidsnormen die eraan worden gesteld, door de luchtvaartindustrie als een grote uitdaging gezien.

Om zover te komen, hebben de technologen van Shell Aviation een intensief intern laboratoriumprogramma gevolgd, met onder meer een eigen hoogtesimulator en motorproeven. Vervolgens werden werkallianties gesmeed met vliegtuigmotorfabrikant Lycoming Engines (Lycoming) en met Piper Aircraft Inc. (Piper), producent van lichte vliegtuigen. Die hebben ertoe geleid dat de formulering goed is bevonden in industriële motor(bank)proeven in het Lycoming-laboratorium en in een vliegproef bij Piper.

“Lycoming Engines complimenteert Shell met dit initiatief voor ongelode Avgas”, aldus Michael Kraft, Senior Vice-President en General Manager van Lycoming Engines. “Shell heeft Lycoming gevraagd om de brandstof in onze motor met de hoogste octaanbehoefte te testen, en wij kunnen bevestigen dat deze vliegtuigbenzine uit prestatieoogpunt opmerkelijk dicht in de buurt van Avgas 100LL komt. Voor de luchtvaart betekent dit initiatief een grote stap in de goede richting.”

“Piper Aircraft is blij met haar deelname, samen met Shell en Lycoming, aan dit haalbaarheids-vliegtestprogramma,” aldus Jack Mill, Vice-President Engineering van Piper. “Kort geleden hebben wij met een experimentele, niet in productie zijnde Piper Saratoga een geslaagde proefvlucht van ongeveer een uur met de nieuwe Shell-brandstof gemaakt. Wij benutten graag deze kans tot samenwerking met Shell en Lycoming bij dit voorlopige onderzoek, want het gaat om een technologie die ertoe kan leiden dat onze productietoestellen over een paar jaar op ongelode brandstof vliegen.”

Shell gaat nu de luchtvaartindustrie en regelgevende en toezichthoudende instanties waaronder de Amerikaanse Federal Aviation Administration, de American Society for Testing and Materials (ASTM) en het Europees agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) inschakelen om goedkeuring voor de ongelode Avgas te krijgen. Shell verwacht ook samenwerking met andere OEM’s bij het verdere test- en verfijningsprogramma zolang de goedkeuringsprocedure loopt.

Shell Mediacontacten

070-3778750

Disclaimer

De maatschappijen waarin Royal Dutch Shell plc direct en indirect deelneemt zijn afzonderlijke entiteiten. In dit persbericht worden de benamingen “Shell”, “Shell groep” en “Royal Dutch Shell” soms gemakshalve gebruikt in passages die betrekking hebben op Royal Dutch Shell plc en haar dochterondernemingen in het algemeen. Evenzo worden de woorden “wij”, “ons” en “onze” soms gebruikt om dochterondernemingen in het algemeen aan te duiden, of degenen die voor die dochterondernemingen werkzaam zijn. Deze uitdrukkingen worden tevens gebruikt wanneer vermelding van de naam van de desbetreffende maatschappij gevoeglijk achterwege kan blijven. De uitdrukkingen “dochterondernemingen”, “Shell-dochterondernemingen” en “Shell-maatschappijen” in dit persbericht verwijzen naar maatschappijen waarin Royal Dutch Shell plc direct of indirect overwegende zeggenschap heeft door de meerderheid van het stemrecht of door het recht om overwegende invloed uit te oefenen. Maatschappijen waarop Shell invloed van betekenis uitoefent maar waarin zij geen overwegende zeggenschap heeft, worden als “geassocieerde deelnemingen” aangemerkt. In dit persbericht worden geassocieerde deelnemingen en entiteiten onder gezamenlijke zeggenschap tevens aangemerkt als volgens de “equity-methode opgenomen investeringen”. De term “Shell-belang” wordt gemakshalve gebruikt ter aanduiding van het eigendomsbelang dat Shell direct of indirect (bijvoorbeeld via ons belang van 23% in Woodside Petroleum Inc.) in een project, samenwerkingsverband of onderneming heeft na aftrek van alle door derden gehouden belangen.

Dit persbericht bevat op de toekomst gerichte mededelingen ten aanzien van de financiële positie, resultaten van activiteiten en segmenten van Royal Dutch Shell. Alle mededelingen anders dan constateringen van historische feiten zijn of kunnen worden gezien als op de toekomst gerichte mededelingen. Op de toekomst gerichte mededelingen geven verwachtingen weer voor de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen en aannames van het management en zijn onderhevig aan bekende en niet-bekende risico’s en onzekerheden waardoor de feitelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen materieel kunnen afwijken van die welke in deze mededelingen worden vermeld of geïmpliceerd. Tot dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen behoren onder meer mededelingen ten aanzien van de potentiële blootstelling van Royal Dutch Shell aan marktrisico’s en mededelingen waarin verwachtingen, overtuigingen, ramingen, voorspellingen, projecties en aannames van het management tot uitdrukking komen. Deze op de toekomst gerichte mededelingen zijn te herkennen door het gebruik van termen en uitdrukkingen als “verwachten”, “geloven”, “zouden kunnen”, “kunnen”, “menen”, “schatten”, “doelen”, “ten doel stellen”, “bedoelen”, “beogen”, “zouden moeten”, ”doelstellingen”,  “vooruitzicht”, “plannen”, “gepland”, “waarschijnlijk”, “rekenen met”, “voorspellen”, “risico’s”, “zullen”, en soortgelijke termen en uitdrukkingen. Er zijn verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de toekomstige operaties van Royal Dutch Shell en waardoor resultaten materieel kunnen afwijken van die welke in de op de toekomst gerichte mededelingen in dit persbericht tot uitdrukking komen, waaronder (maar niet uitsluitend): (a) prijsschommelingen voor ruwe olie en aardgas; (b) wijzigingen in de vraag naar de producten van Shell;

 (c) valutakoersschommelingen; (d) boor- en productieresultaten; (e) reserveramingen; (f) verlies van marktaandeel en concurrentie binnen de bedrijfstak; (g) milieurisico’s en fysieke risico’s; (h) risico’s in verband met het vaststellen van passende potentiële overnamedoelen en de succesvolle onderhandeling over en afronding van dergelijke transacties;

 (i) ondernemingsrisico’s in ontwikkelingslanden en landen waarop internationale sancties van toepassing zijn; (j) wettelijke, fiscale en administratiefrechtelijke ontwikkelingen waaronder administratiefrechtelijke maatregelen met betrekking tot klimaatverandering; (k) economische en financiële marktomstandigheden in diverse landen en gebieden; (l) politieke risico’s, waaronder de risico’s van onteigening en heronderhandeling van contractvoorwaarden met regeringsinstanties, vertraging of versnelling bij de goedkeuring van projecten, en vertragingen in de vergoeding van gedeelde kosten; en (m) wijzigingen in handelsomstandigheden. Het voorbehoud dat in de onderhavige passage wordt gemaakt of waarnaar wordt verwezen, is onverkort van toepassing op alle in deze persbericht opgenomen op de toekomst gerichte mededelingen in hun geheel. De lezer dient niet overmatig te steunen op dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen. Additionele factoren die van invloed kunnen zijn op resultaten in de toekomst worden genoemd in het volledige Royal Dutch Shell “20-F for the year ended 31 December, 2012” (beschikbaar in het Engels op www.shell.com/ investor en www.sec.gov). Deze factoren dienen eveneens door de lezer in acht te worden genomen. Iedere op de toekomst gerichte mededeling heeft slechts betrekking op de datum van dit persbericht, 3 december 2013. Noch Royal Dutch Shell plc, noch haar dochterondernemingen nemen enige verplichting op zich om enige op de toekomst gerichte mededeling publiekelijk te actualiseren of te herzien naar aanleiding van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of andere informatie. Gezien deze risico’s kunnen de feitelijke resultaten materieel afwijken van die welke in dit persbericht opgenomen op de toekomst gerichte mededelingen worden vermeld, geïmpliceerd of die daarvan worden afgeleid.

Wij kunnen in dit persbericht bepaalde termen hebben gebruikt, zoals “resources”, waarvan het gebruik door Shell in haar bij de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) gedeponeerde documenten door de SEC streng verboden is. Amerikaanse beleggers worden dringend geadviseerd grondig kennis te nemen van de verslaggeving in ons Form 20-F, File No 1-32575, dat beschikbaar is op de SEC-website www.sec.gov. Deze publicaties zijn tevens telefonisch verkrijgbaar bij de SEC, via het telefoonnummer 1-800-SEC-0330.