De “New Lens”-scenario’s, waarmee vooruit wordt gekeken naar trends in de economie, politiek en energie tot maar liefst het jaar 2100, benadrukken de belangrijke rol die het overheidsbeleid kan spelen bij het vormgeven van de toekomst.

“Deze scenario’s laten zien hoe de keuzes die overheden, bedrijven en individuele personen in de komende jaren maken, een enorme invloed hebben op de manier waarop de toekomst gestalte zal krijgen,” aldus CEO Peter Voser.

“Ze tonen aan hoe belangrijk het is voor bedrijven en de overheid om nieuwe manieren te vinden voor samenwerking, door beleid te stimuleren waarmee de ontwikkeling en groei van schonere energie mogelijk wordt en energiezuinigheid wordt verbeterd.”  

Met het oog op een wereldbevolking die tegen 2060 de 9,5 miljard zal hebben bereikt en de snelle groei van opkomende economieën waardoor miljoenen mensen voor het eerst boven de armoedegrens komen, voorspellen de scenario's dat de wereldwijde energievraag de komende 50 jaren kan verdubbelen.

De Shell-scenario's, met de codenamen Mountains en Oceans, onderzoeken twee mogelijke paden die de gemeenschap in de toekomst kan volgen. Elk scenario verkent grondig de gevolgen voor de ontwikkelingssnelheid van de wereldeconomie, de soorten energie die we gebruiken in ons dagelijks leven en de groeiende uitstoot van broeikasgassen. De scenario's bestrijken een grotere toekomstperiode dan veel andere verwachtingen en stippen enkele verassende mogelijke ontwikkelingen aan. In beide scenario's zakt de wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide (CO2) naar een niveau van bijna nul tegen 2100. Een bepalende factor hierbij is het toenemende gebruik van technologie waarmee CO2 uit de atmosfeer wordt gehaald, bijvoorbeeld door biomassa te verbranden om elektriciteit te produceren en vervolgens de uitstoot ondergronds op te slaan. Hoewel het Oceans-scenario in een scherpe toename van zonne-energie voorziet, wordt ook hier toegenomen gebruik van fossiele brandstoffen voorspeld en een hogere totale uitstoot van CO2 gedurende de eeuw dan in het Mountains-scenario, wat waarschijnlijk een grotere invloed op het wereldklimaat zal hebben.

De scenario's leggen beide nadruk op gebieden van openbaar beleid die waarschijnlijk de meeste invloed zullen hebben op de ontwikkeling van schonere brandstoffen en duurzame energiebronnen, verbeteringen in energiezuinigheid en het matigen van de uitstoot van broeikasgassen. Deze omvatten:

  • Maatregelen om de ontwikkeling van compacte, energiezuinige steden te bevorderen, met name in Azië en andere delen van de wereld die in rap tempo verstedelijken.
  • Mandaten voor hogere efficiëntie op gebieden als transport en gebouwen.  
  • Beleid om een veilige ontwikkeling van de rijke wereldvoorraad aan schonere verbranding van aardgas te bevorderen en een breder gebruik te stimuleren in energieopwekking, transport en andere gebieden.
  • Boetes voor uitstoot van CO2 en andere prikkels voor een versneld gebruik van technologieën voor uitstootbeheer, met name voor de afvang en opslag van kooldioxide.  

     

     

Mountains

Het Mountains-scenario voorspelt een meer gematigde ontwikkeling van de wereldeconomie waarbij de politiek een belangrijke rol speelt in het vormen van het wereldwijde energiesysteem en de richting voor milieubeleid. Een schonere verbranding van aardgas zal de ruggengraat van het wereldwijde energiesysteem vormen die in veel gebieden kolen zal vervangen als brandstof voor energieopwekking en breder zal worden toegepast in de transport.

Door een wezenlijke verschuiving in de transportsector zal de wereldwijde vraag naar olie een piek bereiken tegen 2035. Tegen het einde van de eeuw zouden auto’s en vrachtauto’s die op elektriciteit en waterstof rijden, het straatbeeld kunnen bepalen. Technologie voor het afvangen van uitstoot van kooldioxide uit elektriciteitscentrales, raffinaderijen en andere industriële installaties wordt breed toegepast, waardoor de uitstoot van CO2 uit de energiesector kan worden beperkt tot nulniveau tegen 2060. Een andere factor is de groei van kernenergie voor de wereldwijde elektriciteitsopwekking. Deze zal met ongeveer 25% toenemen tegen 2060.

Door deze veranderingen in het energiesysteem zal de uitstoot van broeikasgassen na 2030 beginnen af te nemen. De uitstoot blijft echter op een koers die verder gaat dan de doelstelling om de stijging van de wereldtemperatuur te beperken tot 2 graden Celsius.  

Oceans

Het Oceans-scenario voorziet in een meer welvarende, dynamische wereld met een energiecultuur die grotendeels wordt gevormd door marktmechanismen en de maatschappij, waarbij overheidsbeleid een minder belangrijke rol speelt. Door publieke weerstand en een langzame toepassing van zowel beleid als technologie wordt de ontwikkeling van kernenergie beperkt en de groei van aardgas buiten Noord-Amerika aan banden gelegd. Kolen worden in ieder geval tot het midden van de eeuw nog steeds breed toegepast in energieopwekking.

Zonder stevige ondersteuning van beleidsmakers vindt de afvang en opslag van kooldioxide slechts langzaam navolging. Tegen het midden van de eeuw wordt slechts 10% van de uitstoot afgevangen, wat oploopt tot ongeveer 25% in 2075. Deze langzame implementatie is de belangrijke reden dat elektriciteitsopwekking in het Oceans-scenario zo'n 30 jaar later CO2-neutraal wordt dan in het Mountains-scenario.      

Door de hogere energieprijzen wordt de ontwikkeling van moeilijk bereikbare oliebronnen aangejaagd, net als de toegenomen productie van biobrandstoffen. De vraag naar olie blijft stijgen in de jaren 20 en 30 tot na 2040 de piek wordt bereikt. Vloeibare brandstoffen nemen nog steeds ongeveer 70% van het personenvervoer over de weg voor hun rekening tegen het midden van de eeuw.

Door de hoge prijzen worden tevens energiebesparingen en de ontwikkeling van zonne-energie aangejaagd. Tegen 2070 zullen zonnepanelen de grootste primaire energiebron ter wereld zijn. Windenergie zal met een langzamer tempo groeien, vanwege de publieke tegenstand tegen grootschalige installaties van windturbines.  Door de toegenomen vraag naar kolen en olie en een beperkte ondersteuning voor de afvang en opslag van kooldioxide en minder ontwikkeling van aardgas buiten Noord-Amerika wordt in totaal ongeveer 25% meer broeikasgassen uitgestoten dan in het Mountains-scenario.    

Download de New Lens-scenario’s van Shell op www.shell.com/scenarios voor een gedetailleerd overzicht van de Mountains- en Oceans-scenario’s.

Shell heeft al 40 jaar ervaring in de toepassing van scenarioplanning om mogelijke toekomstrichtingen te onderzoeken en ter ondersteuning van strategische besluitvorming. Met de meest recente publicatie wordt een traditie in stand gehouden van het delen van scenario-overzichten om bij te dragen aan de publieke discussie over mogelijke manieren om enkele langetermijnuitdagingen van de gemeenschap aan te pakken.  

Shell Mediacontacten:

Telefoon: 070 377 8750

Email: Media-nl@shell.com

Noot voor de redactie

Royal Dutch Shell plc is gevestigd in Engeland en Wales. Zij heeft haar hoofdkantoor in Den Haag en is genoteerd aan de aandelenbeurzen van Londen, Amsterdam en New York. Shell-maatschappijen hebben activiteiten in meer dan 90 landen en gebiedsdelen, waaronder opsporing en winning van olie en gas; productie en verkoop van vloeibaar aardgas en uit aardgas gemaakte vloeistoffen (“gas to liquids”); verwerking, verkoop en transport van olie- en chemische producten, en hernieuwbare-energieprojecten. Meer informatie is te vinden op www.shell.com.

Disclaimer

Dit persbericht is geen aanbieding om effecten te verkopen en dient niet te worden beschouwd als aanbieding om effecten te verkopen. Er zijn risico’s verbonden aan een investering in onze gewone aandelen. Derhalve kan een investeerder geld verliezen op zijn of haar investering in onze gewone aandelen of ADS.

De maatschappijen waarin Royal Dutch Shell plc direct en indirect deelneemt zijn afzonderlijke entiteiten. In dit document worden de benamingen “Shell”, “Shell groep” en “Royal Dutch Shell” soms gemakshalve gebruikt in passages die betrekking hebben op Royal Dutch Shell plc en haar dochterondernemingen in het algemeen. Evenzo worden de woorden “wij”, “ons” en “onze” soms gebruikt om dochterondernemingen in het algemeen aan te duiden, of degenen die voor die dochterondernemingen werkzaam zijn. Deze uitdrukkingen worden tevens gebruikt wanneer vermelding van de naam van de desbetreffende maatschappij gevoeglijk achterwege kan blijven. De uitdrukkingen “dochterondernemingen”, “Shell-dochterondernemingen” en “Shell-maatschappijen” in dit document verwijzen naar maatschappijen waarin Shell direct of indirect overwegende zeggenschap heeft door de meerderheid van het stemrecht of door het recht om overwegende invloed uit te oefenen. Maatschappijen waarop Shell invloed van betekenis uitoefent maar waarin zij geen overwegende zeggenschap heeft, worden als “geassocieerde deelnemingen” aangemerkt. In dit document worden geassocieerde deelnemingen en entiteiten onder gezamenlijke zeggenschap tevens aangemerkt als volgens de “equity-methode opgenomen investeringen”. De term “Shell-belang” wordt gemakshalve gebruikt ter aanduiding van het eigendomsbelang dat Shell direct of indirect (bijvoorbeeld via ons belang van 24% in Woodside Petroleum Inc.) in een project, samenwerkingsverband of onderneming heeft na aftrek van alle door derden gehouden belangen.

Dit document bevat op de toekomst gerichte mededelingen ten aanzien van de financiële positie, resultaten van activiteiten en segmenten van Shell en de Shell-Groep. Alle mededelingen anders dan constateringen van historische feiten zijn of kunnen worden gezien als op de toekomst gerichte mededelingen. Op de toekomst gerichte mededelingen geven verwachtingen weer voor de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen en aannames van het management en zijn onderhevig aan bekende en niet-bekende risico’s en onzekerheden waardoor de feitelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen materieel kunnen afwijken van die welke in deze mededelingen worden vermeld of geïmpliceerd. Tot dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen behoren onder meer mededelingen ten aanzien van de potentiële blootstelling van Shell en de Shell-Groep aan marktrisico’s en mededelingen waarin verwachtingen, overtuigingen, ramingen, voorspellingen, projecties en aannames van het management tot uitdrukking komen. Deze op de toekomst gerichte mededelingen zijn te herkennen door het gebruik van termen en uitdrukkingen als “bedoelen”, “beogen”, “doelen”, “doelstellingen”, “gepland”, “kunnen”, “menen”, “plannen”, “rekenen met”, “risico’s”, “schatten”, “ten doel stellen”, “verwachten”, “voorspellen”, “vooruitzicht”, “waarschijnlijk”, “zouden kunnen”, “zouden moeten”, “zullen” en soortgelijke termen en uitdrukkingen. Er zijn verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de toekomstige operaties van Shell en de Shell-Groep en waardoor resultaten materieel kunnen afwijken van die welke in de op de toekomst gerichte mededelingen in dit Overzicht tot uitdrukking komen, waaronder (maar niet uitsluitend): (a) prijsschommelingen voor ruwe olie en aardgas; (b) wijzigingen in de vraag naar de producten van Shell; (c) valutakoersschommelingen; (d) boor- en productieresultaten; (e) reserveramingen; (f) verlies van marktaandeel en concurrentie binnen de bedrijfstak; (g) milieurisico’s en fysieke risico’s; (h) risico’s in verband met het vaststellen van passende potentiële overnamedoelen en de succesvolle onderhandeling over en afronding van dergelijke transacties; (i) ondernemingsrisico’s in ontwikkelingslanden en landen waarop internationale sancties van toepassing zijn; (j) wettelijke, fiscale en administratiefrechtelijke ontwikkelingen waaronder administratiefrechtelijke maatregelen met betrekking tot klimaatverandering; (k) economische en financiële marktomstandigheden in diverse landen en gebieden; (l) politieke risico’s, waaronder de risico’s van onteigening en heronderhandeling van contractvoorwaarden met regeringsinstanties, vertraging of versnelling bij de goedkeuring van projecten, en vertragingen in de vergoeding van gedeelde kosten; en (m) wijzigingen in handelsomstandigheden. Het voorbehoud dat in de onderhavige passage wordt gemaakt of waarnaar wordt verwezen, is onverkort van toepassing op alle in deze presentatie opgenomen op de toekomst gerichte mededelingen in hun geheel. De lezer dient niet overmatig te steunen op dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen. Additionele factoren die van invloed kunnen zijn op resultaten in de toekomst worden genoemd in het volledige “Annual Report and Form 20-F” for the year ended 31 December, 2011 (beschikbaar in het Engels op www.shell.com/investor en www.sec.gov). Deze factoren dienen eveneens door de lezer in acht te worden genomen. Iedere op de toekomst gerichte mededeling heeft slechts betrekking op de datum van dit document, 28 februari 2013. Noch Shell, noch haar dochterondernemingen of de Shell-groep nemen enige verplichting op zich om enige op de toekomst gerichte mededeling publiekelijk te actualiseren of te herzien naar aanleiding van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of andere informatie. Gezien deze risico’s kunnen de feitelijke resultaten materieel afwijken van die welke in de in dit document opgenomen op de toekomst gerichte mededelingen worden vermeld, geïmpliceerd of die daarvan worden afgeleid. Shell kan in dit document bepaalde termen hebben gebruikt, zoals “resources”, waarvan het gebruik door Shell in haar bij de SEC gedeponeerde documenten door de SEC streng verboden is. Amerikaanse beleggers worden dringend geadviseerd grondig kennis te nemen van de verslaggeving in ons Form 20-F, File No 1-32575, dat beschikbaar is op de SEC-website www.sec.gov. Deze publicaties zijn tevens telefonisch verkrijgbaar bij de SEC, via het telefoonnummer 1-800-SEC-0330.