SID NL doet dit in samenwerking met de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling en de Vrije Universiteit Amsterdam. De serie voordrachten speelt een belangrijke rol in de (inter)nationale discussie over Ontwikkelingssamenwerking.

Dick Benschop, President Directeur Shell Nederland, sprak 11 maart 2013 over ‘The private sector and its leverage: the case of Nigeria’ (‘De private sector en zijn invloed: de zaak van Nigeria”).

Nederlandse samenvatting

Vorige week sloeg mijn collega Mutiu Sunmonu, Magaging Director van de Shell Petroleum Development Company (SPDC) alarm. In Nigeria hebben we te maken met de hoogste hoeveelheid gestolen olie in de afgelopen 3 jaar.

Bij Shell alleen al gaat het om 60.000 vaten (van 159 liter per vat) per dag. Wat we zien is een milieuramp veroorzaakt door brandstofdieven - saboteurs die geen oog hebben voor de gevolgen van hun handelen op de huidige bevolking en toekomstige generaties.

Deze situatie is niet alleen van invloed op de ontwikkeling van Nigeria. De criminaliteit verspreidt zich in West-Afrika en inkomsten gegenereerd door diefstal zouden criminele structuren in andere delen van de wereld kunnen financieren. Het is dus niet alleen probleem voor Nigeria, maar ook voor Europa en de rest van de wereld.

Nigeria is een van de moeilijkste plekken waar Shell actief is.

Nigeria’s olie wordt grotendeels geproduceerd in the Niger Delta in het zuiden van het land. Het merendeel van de 30 miljoen inwoners van de Delta leven onder moeilijke omstandigheden. Corruptie en geweld vieren hoogtij. En armoede en hoge werkeloosheid bieden weinig toekomst perspectief voor de inwoners.

Wat is de rol van Shell in de ontwikkeling van een land als Nigeria? Naar mijn mening zijn er drie dimensies aan deze rol: de directe rol van Shell in het land, de additionele zaken waar Shell verantwoordelijkheid voor neemt en zaken die buiten het bereik en de verantwoordelijkeheden vallen van private ondernemingen als Shell.

Shell opereert altijd op een economisch, maatschappelijk en milieutechnisch verantwoordelijke wijze. Onze activiteiten in Nigeria zijn hierop geen uitzondering.

De meest direct bijdrage aan de nationale economie is het betalen van belastingen. Shell verdient goed in Nigeria, maar de Nigeriaanse federale overheid ontvangt 95% van onze omzet na aftrek van de productie kosten per olie vat dat SPDC produceert. Tussen 2006 en 2011 was dat ongeveer $44 miljard dollar. Dat is zo’n $50 per hoofd van de bevolking per jaar. Belangrijk hierbij is natuurlijk hoe dit bedrag wordt uitgegeven door de overheid.

Een gezond en winstgevend bedrijsleven is essentieel voor een gezonde maatschappij en samenleving. Dit is wat we proberen te bewerkstelligen in Nigeria. En ik denk dat we vooruitgang boeken.

Investeren in bedrijven is een belangrijke voorwaarde. Toegang tot energie leidt tot grotere welvaart voor mensen. Vandaar onze investering in het AFAM III gas en electriciteitsproject. Dit project levert electriciteit aan het nationale netwerk en helpt daarmee energie te leveren aan bedrijven en huishoudens. Een ander voorbeeld is het Gbaran-Ubie olie en gas project; bijna 6.000 mensen werken aan dit project.

Shell investeert ook in sociale projecten, varierend van boeren cassava, vis  of eetbare slakken te kweken, tot het ondersteunen van onderwijs en gezondheidsprojecten. SPDC geeft duizenden beurzen weg aan middelbare school scholieren en universitaire studenten. Stelt Shell zich hiermee op als een ontwikkelingsorganistie? Nee. Onze aanpak richt zich op lokale gemeenschappen.

Zij beslissen in welke ontwikkeling ze willen investeren. SPDC biedt vervolgens, namens de joint ventures partners, vijf jaar financiering aan zodat de gemeenschap met betrouwbare geldstromen kan werken. Dit alles valt onder onze zogenoemde Global Memorandum of Understanding. Een goed voorbeeld hiervan is Nigeria’s eerste privaat gesubsidieerde publieke ziektekostenverzekering in Port Harcourt. Meer dan 10,000 mensen hebben hierdoor toegang gekregen tot kwalitatieg hoogwaardige gezondheidszorg.

Drie weken geleden was ik in Nigeria. Ik sprak daar onder andere met een groep vertegenwoordigers van Nigeriaanse NGO’s. Er werd kritiek geuit. Maar er was ook duidelijk erkenning voor het feit dat een aantal issues onder de verantwoordelijk van de overheid vielen, in plaats van SPDC. Echter de Nigeriaanse overheid is niet altijd even ontvankelijk voor de door de NGO’s geuitte zorgen en mede daarom wordt er naar SPDC gekeken.

Shell draagt bij en wil blijven bijdragen aan de ontwikkeling van Nigeria. We hebben een directe rol in het bijdragen aan de economische ontwikkeling van het land. We nemen onze verantwoordelijkheid door veilig en verantwoordelijk te opereren, door transparent te zijn over wat fout gaat en door ons op te stellen als brenger van vooruitgang in de Nigeriaanse samenleving en door samen te werken met lokale partners.

Maar er zijn zaken en problemen, die ondanks dat we erop aangesproken worden, niet door Shell opgelost kunnen worden. Diefstal van ruwe olie, sabotage en corruptie vallen simpelweg buiten het bereik en de verantwoordelijkheid van Shell.

Als er een lek is uit onze faciliteiten -  ook als deze veroorzaakt is door sabbotage -  dan neemt SPDC verantwoordelijkheid en ruimt de boel op. Maar om diefstal, en alle daarbij behorende negatieve gevolgen op de ontwikkeling van het land, te voorkomen is een gemeenschappelijke aanpak van alle betrokkenen, inclusief nationale en internationale overheden en NGO’s, noodzakelijk.

Download de speech (PDF, 248 KB) - opent in een nieuw venster