Op 1 oktober 1985 verkocht Shell de goedwerkende en normaal onderhouden Isla-raffinaderij aan de overheid van Curaçao voor het symbolische bedrag van 1 Antilliaanse gulden. Shell wilde de fabriek aanvankelijk sluiten, omdat deze door de gestegen prijs van de Venezolaanse ruwe olie verliesgevend was. Curaçao en de Nederlandse Antillen wilden de raffinaderij echter behouden voor het eiland omwille van de werkgelegenheid.

Asfaltmeer

De uitzending van Zembla ging onder andere over het ‘asfaltmeer’. Het asfaltmeer is ontstaan in de Tweede Wereldoorlog als gevolg van de bijzonder grote vraag van de Geallieerden naar lichte producten als benzine en vliegtuigbrandstof, met name voor de strijd in de Pacific. De verwerking van zware, hoogzwavelige ruwe olie ter plekke resulteerde in een circa 1.5 miljoen ton asfalt-residu. Voor dergelijke grote hoeveelheden waren opslagtanks ontoereikend. Een kunstmatig afgesloten deel van de binnenbaai Schottegat werd toen als opslag gebruikt.

Vanaf 1983 was Shell in staat om van het asfalt-residu winstgevend stookolie te maken. Tot die tijd was geen goede verwerkingsmethode voorhanden. Tussen 1983 en 1985 wist Shell een derde van het asfaltmeer weg te werken. De kopers van de raffinaderij wilden daar graag mee doorgaan. Bij verkoop was het de verwachting dat het asfaltmeer binnen tien jaar opgeruimd kon zijn. De verwerking werd echter een paar jaar later door de kopers gestaakt.

Shell heeft zich destijds verantwoordelijk opgesteld ten opzichte van haar lokale medewerkers. Voor het personeel is in 1985 een sociaal pakket samengesteld, bestaande uit een royale financiële tegemoetkoming en een pensioengarantie. Alle verantwoordelijkheden voor de situatie na 1985 zijn voor rekening van de koper. Shell betreurt de huidige klachten over de raffinaderij, maar ziet zichzelf daarvoor niet als de aangewezen gesprekspartner of als verantwoordelijke.

Shell Mediacontacten

Telefoon: 070 377 8750