De Gate-terminal is een joint venture van Gasunie, Vopak en OMV op de Maasvlakte. De toezegging van Shell om capaciteit van de Gate-terminal te kopen, heeft deze investering in uitbreiding van de terminal mogelijk gemaakt. De nieuwe infrastructuur voor transport-LNG, een zogeheten ‘break bulk’-terminal, omvat de bouw van een nieuwe aanlegsteiger. Deze zal de beschikbaarheid van LNG als transportbrandstof voor schepen, veerboten en vrachtauto’s in Noordwest-Europa vergroten.

Maarten Wetselaar, Executive Vice President, Integrated Gas van Shell: “Wij zijn erg blij met deze overeenkomst. De samenwerking tussen Gasunie, Vopak, de Rotterdamse haven en Shell biedt aanvoerzekerheid van LNG voor afnemers in de scheepvaart en het wegtransport in Noordwest-Europa via een speciale, opschaalbare infrastructuur. LNG is een levensvatbare optie voor schoner en duurzamer transport. Wij zijn ervan overtuigd dat LNG een groter aandeel in de transportbrandstofmix van de toekomst gaat krijgen en dit project bewijst het vertrouwen dat wij in LNG als brandstofoptie hebben.”

Rotterdam is een belangrijke locatie voor haven- en bunkeractiviteiten. Dit geeft de Gate-terminal een begunstigde positie voor het bedienen van afnemers in zowel de water- als de wegtransportsector. De nieuwe speciale ‘break bulk’-terminal wordt naar verwachting in de eerste helft van 2016 operationeel. Hij komt naast de Gate-terminal, waar momenteel LNG in grote chartertankers van over de hele wereld aankomt.

Wanneer hij in bedrijf is, krijgt de nieuwe ‘break bulk’-terminal per pijpleiding gas in vloeibare vorm uit de centrale terminal aangeleverd en verdeelt dat in kleinere partijen voor distributie. Tot dusver wordt al het LNG dat in Rotterdam aankomt, hervergast en ook naar de elektriciteits- en de industriesector binnen Europa geëxporteerd.

Voor afnemers in de scheepvaart in de Rotterdamse haven werkt Shell aan een charterovereenkomst voor een nieuw, gespecialiseerd LNG-bunkerschip om overdracht van schip naar schip te faciliteren en om LNG bij secundaire distributieterminals buiten het havengebied af te leveren.

Voor wegtransportklanten wordt het huidige laadstation voor vrachtwagens op de Gate-terminal gebruikt voor distributie van LNG-brandstof naar een Shell-net van voorlopig zeven LNG- vrachtwagentankstations in Nederland.

Het eerste daarvan opent naar verwachting later dit jaar in de regio Rotterdam.

Dit jaar is Shell 50 jaar actief op het gebied van LNG. Door deze overeenkomst met de Gate-terminal versterkt zij haar positie in de strategische Europese aardgasmarkt en vergroot zij haar concurrentiekracht in LNG.  

Klik op het plaatje om de pdf te downloaden

Shell Mediacontacten

070-3778750

Definities en Disclaimer

Reserves: De term “reserves” zoals wij die in dit persbericht gebruiken, betekent bewezen olie- en gasreserves of bewezen mijnbouwreserves volgens de voorschriften van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (“SEC”). “Resources”: De term “resources” zoals wij die in dit persbericht gebruiken, omvat mede hoeveelheden olie en gas die nog niet als bewezen olie- en gasreserves of bewezen mijnbouwreserves volgens de voorschriften van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (“SEC”) gelden. Het gebruik van de term “resources” is in overeenstemming met de definities 2P en 2C van de Society of Petroleum Engineers.  Op autonome basis: De term “op autonome basis” zoals wij die in dit persbericht gebruiken, omvat mede bewezen olie- en gasreserves of bewezen mijnbouwreserves volgens de voorschriften van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (“SEC”), exclusief wijzigingen als gevolg van acquisities, afstotingen en het effect van gemiddelde prijzen over het jaar.

De maatschappijen waarin Royal Dutch Shell plc direct en indirect deelneemt, zijn afzonderlijke entiteiten. In dit persbericht worden de benamingen “Shell”, “Shell Groep” en “Royal Dutch Shell” soms gemakshalve gebruikt in passages die betrekking hebben op Royal Dutch Shell plc en haar dochterondernemingen in het algemeen. Evenzo worden de woorden “wij”, “ons” en “onze” soms gebruikt om dochterondernemingen in het algemeen aan te duiden, of degenen die voor die dochterondernemingen werkzaam zijn. Deze uitdrukkingen worden tevens gebruikt wanneer vermelding van de naam van de desbetreffende maatschappij gevoeglijk achterwege kan blijven. De uitdrukkingen “dochterondernemingen”, “Shell-dochterondernemingen” en “Shell-maatschappijen” in dit persbericht verwijzen naar maatschappijen waarin Shell direct of indirect overwegende zeggenschap heeft door de meerderheid van het stemrecht of door het recht om overwegende invloed uit te oefenen. Maatschappijen waarop Shell invloed van betekenis uitoefent maar waarin zij geen overwegende zeggenschap heeft, worden als “geassocieerde deelnemingen” aangemerkt. In dit persbericht worden geassocieerde deelnemingen en entiteiten onder gezamenlijke zeggenschap tevens aangemerkt als volgens de “equity-methode opgenomen investeringen”. De term “Shell-belang” wordt gemakshalve gebruikt ter aanduiding van het eigendomsbelang dat Shell direct of indirect in een project, samenwerkingsverband of onderneming heeft na aftrek van alle door derden gehouden belangen.

Dit persbericht bevat op de toekomst gerichte mededelingen ten aanzien van de financiële positie, resultaten van activiteiten en segmenten van Shell en de Shell Groep. Alle mededelingen anders dan constateringen van historische feiten zijn of kunnen worden gezien als op de toekomst gerichte mededelingen. Op de toekomst gerichte mededelingen geven verwachtingen weer voor de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen en aannames van het management en zijn onderhevig aan bekende en niet-bekende risico’s en onzekerheden waardoor de feitelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen materieel kunnen afwijken van die welke in deze mededelingen worden vermeld of geïmpliceerd. Tot dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen behoren onder meer mededelingen ten aanzien van de potentiële blootstelling van Shell en de Shell Groep aan marktrisico’s en mededelingen waarin verwachtingen, overtuigingen, ramingen, voorspellingen, projecties en aannames van het management tot uitdrukking komen. Deze op de toekomst gerichte mededelingen zijn te herkennen door het gebruik van termen en uitdrukkingen als “bedoelen”, “beogen”, “doelen”, “doelstellingen”, “gepland”, “kunnen”, “menen”, “plannen”, “rekenen met”, “risico’s”, “schatten”, “ten doel stellen”, “verwachten”, “voorspellen”, “vooruitzicht”, “waarschijnlijk”, “zouden kunnen”, “zouden moeten”, “zullen” en soortgelijke termen en uitdrukkingen. Er zijn verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de toekomstige operaties van Shell en de Shell Groep en waardoor resultaten materieel kunnen afwijken van die welke in de op de toekomst gerichte mededelingen in dit persbericht tot uitdrukking komen, waaronder (maar niet uitsluitend): (a) prijsschommelingen voor ruwe olie en aardgas; (b) wijzigingen in de vraag naar de producten van Shell; (c) valutakoersschommelingen; (d) boor- en productieresultaten; (e) reserveramingen; (f) verlies van marktaandeel en concurrentie binnen de bedrijfstak; (g) milieurisico’s en fysieke risico’s; (h) risico’s in verband met het vaststellen van passende potentiële overnamedoelen en de succesvolle onderhandeling over en afronding van dergelijke transacties; (i) ondernemingsrisico’s in ontwikkelingslanden en landen waarop internationale sancties van toepassing zijn; (j) wettelijke, fiscale en administratiefrechtelijke ontwikkelingen waaronder administratiefrechtelijke maatregelen met betrekking tot klimaatverandering; (k) economische en financiële marktomstandigheden in diverse landen en gebieden; (l) politieke risico’s, waaronder de risico’s van onteigening en heronderhandeling van contractvoorwaarden met regeringsinstanties, vertraging of versnelling bij de goedkeuring van projecten, en vertragingen in de vergoeding van gedeelde kosten; en (m) wijzigingen in handelsomstandigheden. Het voorbehoud dat in de onderhavige passage wordt gemaakt of waarnaar wordt verwezen, is onverkort van toepassing op alle in dit persbericht opgenomen, op de toekomst gerichte mededelingen in hun geheel. De lezer dient niet overmatig te steunen op dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen. Additionele factoren die van invloed kunnen zijn op resultaten in de toekomst worden genoemd in het volledige “Annual Report and Form 20-F” for the year ended 31 December, 2012 (beschikbaar in het Engels op www.shell.com/investor en www.sec.gov). Ook deze factoren zijn een uitdrukkelijke kwalificering van alle op de toekomst gerichte mededelingen en dienen door de lezer in acht te worden genomen. Iedere op de toekomst gerichte mededeling heeft slechts betrekking op de datum van dit persbericht, 3 juli 2014. Noch Shell, noch haar dochterondernemingen of de Shell Groep nemen enige verplichting op zich om enige op de toekomst gerichte mededeling publiekelijk te actualiseren of te herzien naar aanleiding van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of andere informatie. Gezien deze risico’s kunnen de feitelijke resultaten materieel afwijken van die welke in de in dit persbericht opgenomen, op de toekomst gerichte mededelingen worden vermeld, geïmpliceerd of die daarvan worden afgeleid.

Shell kan in dit persbericht bepaalde termen hebben gebruikt, zoals “resources”, waarvan het gebruik door Shell in haar bij de SEC gedeponeerde documenten door de SEC streng verboden is. Amerikaanse beleggers worden dringend geadviseerd grondig kennis te nemen van de verslaggeving in ons Form 20-F, File No 1-32575, dat beschikbaar is op de SEC-website www.sec.gov. Deze publicaties zijn tevens telefonisch verkrijgbaar bij de SEC, via het telefoonnummer 1-800-SEC-0330.