De fabriek MSPO-2 raakte begin juni vorig jaar beschadigd nadat een onverwacht optredende reactie tijdens het opstarten van de installatie tot een ontploffing van een reactor leidde. Het interne onderzoek heeft uitgewezen wat er is gebeurd en welke verbeteringen er nodig zijn.

Bij de opstart werd de katalysator, een hulpstof voor het productieproces, opgewarmd met warm ethylbenzeen. Door een onverwachte reactie tussen de katalysator en ethylbenzeen (EB) tijdens het opwarmen liep de temperatuur en druk in korte tijd sterk op.

In het verleden is het gebruik van de katalysator in combinatie met ethylbenzeen onderzocht, maar een chemische reactie is hierbij niet aan het licht gekomen. We zijn er altijd vanuit gegaan dat EB niet met onze katalysator kon reageren. In de loop der tijd zijn enkele veranderingen in de installatie en proces condities doorgevoerd. Hierbij zijn nieuwe risicobeoordelingen uitgevoerd, maar daarbij is de reactie niet meegenomen of ontdekt.

Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kan worden gesteld dat de opwarmstap opnieuw had moeten worden beoordeeld, bijvoorbeeld bij de selectie van een nieuwe katalysator. Gebleken is dat de nieuwe katalysator reactiever was dan de daarvoor gebruikte katalysator. Dit heeft onder de gewijzigde omstandigheden het incident mogelijk gemaakt. Met de eerder gebruikte katalysator had het incident niet kunnen plaatsvinden.

‘We betreuren het ten zeerste dat dit incident heeft plaatsgevonden en bieden onze excuses aan’, zegt Paul Buijsingh, General Manager van Shell Moerdijk. ‘Wanneer bekend was geweest dat deze reactie kon optreden, had Shell Moerdijk ethylbenzeen niet gebruikt in combinatie met de katalysator bij het opstarten. De fabriek is nu zodanig aangepast dat bij het opstarten inert stikstof in plaats van ethylbenzeen wordt ingezet bij het opwarmen van de katalysator. Herhaling van eenzelfde incident is daarmee uitgesloten.’

Naast de aanpassingen in de fabriek worden er aanvullende maatregelen genomen met het oog op een verdere vergroting van de veiligheid. Shell Moerdijk werkt aan het verbeteren van de procedures van bedrijfsvoering bij het opstarten van de fabriek. Hierbij wordt bovendien gekeken naar de wijze waarop de procedures in de toekomst worden aangepast, beoordeeld en goedgekeurd. Ook zet Shell Moerdijk in op een grotere effectiviteit van de wijze waarop risico’s van chemische reacties worden beoordeeld.

Deze verbeteringen zijn van toepassing op de fabrieken van Shell Moerdijk en op vergelijkbare fabrieken elders in de wereld. Omdat de leerpunten niet alleen relevant zijn voor Shell, delen wij deze met de gehele industrie.

Het incident is veroorzaakt door een samenloop van omstandigheden en we willen zekerstellen dat die samenloop niet meer plaats kan vinden. Daartoe wijzigt Shell Moerdijk de organisatie en zet het in op een versterkte procesveiligheidscultuur. We hebben een veranderingsteam opgezet dat zich richt op een meer gestroomlijnde organisatie met extra focus, ook op het gebied van veiligheid en de manier waarop we werken. In ons veranderingsprogramma maken we gebruik van interne en externe best practices.

Inspecties laten zien dat de borging van veiligheidsprocessen bij Shell Moerdijk goed is. We zien echter de ruimte voor verdere verankering van veiligheidsdenken in gedrag. Dat vereist leiderschap met duidelijkere verantwoordelijkheden en meer aandacht voor training van competenties. Dit en meer discipline in de uitvoering van gestandaardiseerde en uniforme werkprocessen zijn kernbegrippen in die verandering. Dat dit werkt hebben we gezien bij andere productielocaties van Shell waar ze deze elementen al toepassen en goede resultaten opleveren.

Experts van Shell werken samen met vooraanstaande externe professionals op het gebied van veiligheid en het implementeren van nieuwe inzichten. Voor het verbeterprogramma wordt bijvoorbeeld samengewerkt met dr. Jop Groeneweg van de Universiteit Leiden. Groeneweg heeft toonaangevend onderzoek verricht naar het vermijden van incidenten.

Bij het incident liepen twee medewerkers brandwonden op. Direct na het incident is een uitgebreid onderzoek gestart gevolgd door sloopwerkzaamheden. Begin dit jaar is definitief besloten de fabriek volledig te herstellen. De herbouw van de fabriek verloopt volgens planning en de verwachting is dat Shell Moerdijk de installatie in de periode van december 2015 tot maart 2016 weer in bedrijf zal nemen.

Aanvullende informatie

  • De explosie en brand in de fabriek MSPO-2 van Shell Moerdijk vond plaats op 3 juni 2014 tijdens het herstarten van de fabriek. De fabriek was voorzien van verse katalysator, die werd opgewarmd met behulp van ethylbenzeen. De katalysator reageerde overwacht met ethylbenzeen.
  • Direct na het incident is Shell Moerdijk gestart met een onderzoek naar de directe en onderliggende oorzaak. Er is vastgesteld dat een overwachte reactie tussen de katalysator en etylbenzeen optrad, waardoor de temperatuur en druk in de reactor snel opliep met een explosie als gevolg. De bevindingen zijn in september 2014 bekendgemaakt en gedeeld met relevante autoriteiten.
  • Op basis van de uitkomsten van het onderzoek heeft Shell Moerdijk een aantal verbeterpunten vastgesteld:
    • Bij het opstarten van de fabriek zal in plaats van ethylbenzeen inert stikstof worden gebruik om de katalysator op te warmen. Het gebruik van stikstof sluit het risico op eenzelfde incident uit.
    • De effectiviteit van het beoordelingsprogramma voor de risico's bij chemische reacties (Reactive Hazard Assessment) wordt versterkt.
    • Het proces van katalysator selectie (inclusief veranderingen) en de effectiviteit daarvan wordt verbeterd.
    • Shell Moerdijk herziet de bedrijfsvoeringsprocedures (Job Method Instructions) en werkt aan verbetering van de wijze waarop deze worden ontwikkeld, aangepast en (veranderingen) goedgekeurd.
    • Binnen Shell worden de lessen van het incident gedeeld.
    • De bevindingen worden gedeeld met de industrie en internationale organisaties.
    • Versterking van organisatie en procesveiligheidscultuur om te voorkomen dat directe en indirecte oorzaken (die hebben geleid tot het incident) zich opnieuw manifesteren.
    • Verdere verankering van veiligheidsdenken in gedrag door duidelijker verantwoordelijkheden en aandacht voor competenties.
    • We zullen de uitkomsten van de onderzoeken door autoriteiten bestuderen en eventuele mogelijkheden voor verdere verbetering aangrijpen.
  • De MSPO-2 fabriek wordt momenteel herbouwd en zal naar verwachting in de periode december 2015 tot maart 2016 weer in bedrijf worden genomen.

Shell Mediacontacten

Telefoon: 070 – 377 87 50

E-mail: media-nl@shell.com

Definities en Disclaimer

Reserves: De term “reserves” zoals wij die in dit persbericht gebruiken, betekent bewezen olie- en gasreserves of bewezen mijnbouwreserves volgens de voorschriften van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (“SEC”).

“Resources”: De term “resources” zoals wij die in dit persbericht gebruiken, omvat mede hoeveelheden olie en gas die nog niet als bewezen olie- en gasreserves of bewezen mijnbouwreserves volgens de voorschriften van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (“SEC”) gelden. Het gebruik van de term “resources” is in overeenstemming met de definities 2P en 2C van de Society of Petroleum Engineers.

Op autonome basis: De term “op autonome basis” zoals wij die in dit persbericht gebruiken, omvat mede bewezen olie- en gasreserves of bewezen mijnbouwreserves volgens de voorschriften van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (“SEC”), exclusief wijzigingen als gevolg van acquisities, afstotingen en het effect van gemiddelde prijzen over het jaar.

De maatschappijen waarin Royal Dutch Shell plc direct en indirect deelneemt, zijn afzonderlijke entiteiten. In dit persbericht worden de benamingen “Shell”, “Shell Groep” en “Royal Dutch Shell” soms gemakshalve gebruikt in passages die betrekking hebben op Royal Dutch Shell plc en haar dochterondernemingen in het algemeen. Evenzo worden de woorden “wij”, “ons” en “onze” soms gebruikt om dochterondernemingen in het algemeen aan te duiden, of degenen die voor die dochterondernemingen werkzaam zijn. Deze uitdrukkingen worden tevens gebruikt wanneer vermelding van de naam van de desbetreffende maatschappij(en) gevoeglijk achterwege kan blijven.

De uitdrukkingen “dochterondernemingen”, “Shell-dochterondernemingen” en “Shell-maatschappijen” in dit persbericht verwijzen naar maatschappijen waarin Royal Dutch Shell plc direct of indirect overwegende zeggenschap heeft. Maatschappijen waarin Shell gedeelde overwegende zeggenschap heeft, worden als “entiteiten onder gezamenlijke zeggenschap” aangemerkt en maatschappijen waarop Shell invloed van betekenis uitoefent maar waarin zij geen overwegende zeggenschap heeft, worden als “geassocieerde deelnemingen” aangemerkt.

In dit persbericht worden entiteiten onder gezamenlijke zeggenschap en geassocieerde deelnemingen tevens aangemerkt als volgens de “equity-methode opgenomen investeringen”. De term “Shell-belang” wordt gemakshalve gebruikt ter aanduiding van het eigendomsbelang dat Shell direct of indirect in een project, samenwerkingsverband of onderneming heeft na aftrek van alle door derden gehouden belangen.

Dit persbericht bevat op de toekomst gerichte mededelingen ten aanzien van de financiële positie, resultaten van activiteiten en segmenten van Royal Dutch Shell. Alle mededelingen anders dan historische feiten zijn of kunnen worden gezien als op de toekomst gerichte mededelingen.

Op de toekomst gerichte mededelingen geven verwachtingen weer voor de toekomst die zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen en aannames van het management en zijn onderhevig aan bekende en niet-bekende risico’s en onzekerheden waardoor de feitelijke resultaten, prestaties of gebeurtenissen materieel kunnen afwijken van die welke in deze mededelingen worden vermeld of geïmpliceerd.

Tot dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen behoren onder meer mededelingen ten aanzien van de potentiële blootstelling van Royal Dutch Shell aan marktrisico’s en mededelingen waarin verwachtingen, overtuigingen, ramingen, voorspellingen, projecties en aannames van het management tot uitdrukking komen.

Deze op de toekomst gerichte mededelingen zijn te herkennen door het gebruik van termen en uitdrukkingen als “bedoelen”, “beogen”, “doelen”, “doelstellingen”, “gepland”, “kunnen”, “menen”, “plannen”, “rekenen met”, “risico’s”, “schatten”, “ten doel stellen”, “verwachten”, “voorspellen”, “vooruitzicht”, “waarschijnlijk”, “zouden kunnen”, “zouden moeten”, “zullen” en soortgelijke termen en uitdrukkingen.

Er zijn verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de toekomstige operaties van Royal Dutch Shell en waardoor resultaten materieel kunnen afwijken van die welke in de op de toekomst gerichte mededelingen in dit persbericht tot uitdrukking komen, waaronder (maar niet uitsluitend):

(a) prijsschommelingen voor ruwe olie en aardgas; (b) wijzigingen in de vraag naar de producten van Shell; (c) valutakoersschommelingen; (d) boor- en productieresultaten; (e) reserveramingen; (f) verlies van marktaandeel en concurrentie binnen de bedrijfstak;

(g) milieurisico’s en fysieke risico’s; (h) risico’s in verband met het vaststellen van passende potentiële overnamedoelen en de succesvolle onderhandeling over en afronding van dergelijke transacties; (i) ondernemingsrisico’s in ontwikkelingslanden en landen waarop internationale sancties van toepassing zijn;

(j) wettelijke, fiscale en administratiefrechtelijke ontwikkelingen waaronder maatregelen met betrekking tot klimaatverandering; (k) economische en financiële marktomstandigheden in diverse landen en gebieden; (l) politieke risico’s, waaronder de risico’s van onteigening en heronderhandeling van contractvoorwaarden met regeringsinstanties, vertraging of versnelling bij de goedkeuring van projecten, en vertragingen in de vergoeding van gedeelde kosten;

en (m) wijzigingen in handelsomstandigheden. Het voorbehoud dat in de onderhavige passage wordt gemaakt of waarnaar wordt verwezen, is onverkort van toepassing op alle in dit persbericht opgenomen, op de toekomst gerichte mededelingen in hun geheel. De lezer dient niet overmatig te steunen op dergelijke op de toekomst gerichte mededelingen.

Additionele factoren die van invloed kunnen zijn op resultaten in de toekomst worden genoemd in het volledige “Annual Report and Form 20-F” for the year ended 31 December, 2014 (beschikbaar in het Engels op www.shell.com/investor en www.sec.gov). Ook deze factoren zijn een uitdrukkelijke kwalificering van alle op de toekomst gerichte mededelingen en dienen door de lezer in acht te worden genomen.

Iedere op de toekomst gerichte mededeling heeft slechts betrekking op de datum van dit persbericht, 16 juni 2015. Noch Royal Dutch Shell plc, noch haar dochterondernemingen nemen enige verplichting op zich om enige op de toekomst gerichte mededeling publiekelijk te actualiseren of te herzien naar aanleiding van nieuwe informatie, toekomstige gebeurtenissen of andere informatie.

Gezien deze risico’s kunnen de feitelijke resultaten materieel afwijken van die welke in de in dit persbericht opgenomen, op de toekomst gerichte mededelingen worden vermeld, geïmpliceerd of die daarvan worden afgeleid

Shell kan in dit persbericht bepaalde termen hebben gebruikt, zoals “resources”, waarvan het gebruik door Shell in haar bij de SEC gedeponeerde documenten door de SEC streng verboden is. Amerikaanse beleggers worden dringend geadviseerd grondig kennis te nemen van de verslaggeving in ons Form 20-F, File No 1-32575, dat beschikbaar is op de SEC-website www.sec.gov.

Meer in Over ons