Het kantoorgebouw op het industrieterrein aan de rand van Hengelo verschilt in niets van andere kantoren, op andere industrieterreinen, waar dan ook in Nederland. Niets verraadt dat binnen wordt getornd aan de fundamenten van de windsector.

De nog jonge onderneming 2-B Energy is een tegendraadse speler in de offshore windsector. Die eigenzinnige visie op de ontwikkeling van de windsector ligt verankerd in het DNA van het pioniers- bedrijf, zo geeft CEO Herbert Peels aan. Sterker nog, die eigen kijk was in 2007 precies de reden om het bedrijf op te richten. 

Dat betekent niet dat de oprichting van 2-B Energy een impulsieve daad was. Oprichters Herbert Peels en zijn Zweedse kompaan Mikael Jakobsson kennen de windsector van binnen uit, al was het bij verschillende bedrijven. Ze kennen elkaar van Enron en de ontwikkeling van het offshore windpark in Utgrunden – in bedrijf sinds het najaar van 2000 – voor de kust van het eiland Öland, in het zuidoosten van Zweden. 

Met de opgedane kennis in het achterhoofd komen beide technici tot de conclusie dat windenergie op zee toe is aan een nieuwe levensfase. Waarbij de blik, meer dan in het verleden, gericht moet worden op de specifieke kansen en problemen van windenergie op zee. “Wij geloven dat er zeker plaats is voor offshore wind”, zegt Peels. 

“Maar om dat duurzaam te bereiken, moet je niet langer afhankelijk willen zijn van overheden en subsidies. Een hobby mag geld kosten, maar offshore wind is geen hobby. Om op termijn te kunnen overleven moet je een gezond business-model hebben.”

Aan die inschatting van de overlevings­kansen ligt een aantal aannames ten grondslag. “Wij gaan ervan uit dat offshore wind een echte markt wordt”, somt Peels op. 

“En we gaan ervan uit dat de windparken groter worden en verder van de kust komen te liggen. En, zo constateerden we leunend ook op onze eerdere ervaringen, dat er geen specifiek voor offshore windparken ontwikkelde technologieën worden gebruikt. 

”Die drie constateringen leidde tot een radicaal nieuwe kijk op de sector. “Onze ambitie is vanaf het begin geweest om een con- currerende powerplant ­(energiecentrale, red) op zee te maken” zegt Peels. “Het gaat volgens ons niet om de molen, de infrastructuur of de operatie los van elkaar. 

Om echt stappen te kunnen maken, moet je sturen op de optimale uitkomst van het windpark als geheel. Die holistische kijk was toen uniek en eerlijk gezegd nog altijd vrij zeldzaam in de sector.” 

Eind 2007 hebben de pioniers alles geregeld om de strijd aan te gaan met de gevestigde wereld-spelers in de windsector. De crisis en, niet verwonderlijk, de financiering van de plannen zorgen voor het soort tegenwind waar een startend bedrijf niet op zit te wachten.

De plannen moeten dus aangepast, het doel blijft echter hetzelfde. “Uiteindelijk kunnen we met ­terug- werkende kracht zeggen dat we veel meer zelf hebben gedaan dan we eerder hadden gepland”, legt Peels uit. “Het mooie van die nood­gedwongen wijziging is wel dat we hierdoor zelf veel meer kennis hebben gekregen van de technologie en van het design dan we bij aan- vang hadden gepland.”

De uitkomst van al dat werk, de 2B6-windmolen, staat sinds afgelopen najaar aan de rand van de Eemshaven. Daar test het bedrijf de eerste eigen wind- turbine. “Spannend”, zegt Peels, “want op papier en volgens de computer- simulaties zou alles moeten functioneren maar uiteindelijk moet je het in de praktijk testen.

”Dat gebeurt op het land, daar waar de windmolens straks op zee moeten komen te staan. “In zo’n testfase van een paar jaar wil je gemakkelijk en goedkoop bij de molen kunnen komen. Momenteel wordt de windmolen in bedrijf genomen. Het is als het vertrek met de caravan voor de vakantie. Richtingaanwijzers: check. Remlichten: check. Bandenspanning: check. Handrembreekkabel: check. Vergelijkbaar daarmee lopen we nu ook alle onderdelen van onze windmolen af.” 

Er zijn meerdere redenen waarom een goede afloop van de testen zeer gewenst is. De markt moet overtuigd worden dat de radicale keuzes van 2-B Energy in de praktijk werken. 

“De afzonderlijke onderdelen en technologieën zijn allemaal bekend en getest in de bestaande windsector, maar onze combinatie van verschillende elementen nog nooit.” Uitgangspunt bij het kiezen van combinaties was dat de kosten over de gehele levensduur van de wind­molen zo laag mogelijk moesten zijn. 

Dat betekent dat op alle niveaus een rekensom is gemaakt voor wat betreft aanschafkosten, transportkosten, installatiekosten en onderhoudskosten. Dat geldt niet alleen voor de windmolen maar ook voor de elektriciteits­opwekking en infrastructuur. Uiteindelijk moet dat volgens Peels leiden tot een besparing van tussen de twintig en veertig procent ten opzichte van de huidige, gangbare kosten van opwekking op zee.

Die voorziene daling van de kosten maakte ook dat Shell serieus belangstelling kreeg voor het Twentse bedrijf, geeft Hessel de Jong aan. De Shell’er zit in het zogeheten Future Energy Technologies-team van Shell. In dit team zitten de verkenners van een nieuwe energietoekomst. Zij houden zicht op wat de potentieel relevante ontwikkelingen op energiegebied zijn, buiten olie en gas. 

Het doel is tijdig te ontdekken welke ontwikkelingen de potentie hebben om een blijvende plaats in de energievoorziening te krijgen. De Jong, die zelf een verleden in de windindustrie heeft, ziet op sommige delen van de wereld een toekomst voor offshore windindustrie, mits de kosten substantieel omlaag gaan. 

“Is offshore wind daarmee de goedkoopte en dus meest concurrerende duurzame energiebron?”, vraagt hij zich hardop af. “Nee, waarschijnlijk niet. Maar op bepaalde plaatsen op de aarde kan het wel een grote rol gaan spelen in de lokale energiemix. Op plaatsen bijvoorbeeld waar het zowel winter is als donker – wat zorgt voor een grote vraag naar energie. Offshore wind kan zich daar ontwikkelen tot een alternatief voor bijvoorbeeld zonne-energie.” 

Om die ontwikkeling te bewerkstelligen, en om een vinger aan de pols te houden, heeft Shell Technology Ventures sinds 2014 een belang in het bedrijf. Samen met de regionale participatiemaatschappij PPM Oost, het Schotse innovatiefonds REIF van Scottish Enterprise en de Franse hoofd­investeerder Truffle Capital. Rabobank, Agentschap NL, het Britse ministerie van Energie en Klimaat-verandering ondersteunen ook de jonge onderneming. 

Hierdoor is de 2B6-turbine verder te ontwikkelen en op de proef te stellen. Maar wat heeft een bedrijf dat toch vooral olie en gas ademt toe te voegen aan een bedrijf dat de windsector wil veroveren? 

Peels: “Geld natuurlijk, al is dat zeker niet het enige argument. Expertise op het ­gebied van offshore operaties is bijvoorbeeld voor ons ook heel belangrijk. Daarnaast biedt Shell ons ook denkkracht als het gaat om de ontwikkelingen van de energiemarkt. 

Daar hebben wij natuurlijk ook onze eigen ideeën over maar het is erg behulpzaam als we die met Shell kunnen toetsen. Het helpt bijvoorbeeld bij het maken van marktanalyses.”

Naast het testen van de 2B6-molen op het land aan de Eemshaven, werkt het bedrijf ook aan het plaatsen van twee windmolen in het Schotse testgebied Methil, aan de monding van de Forth ten noorden van de hoofdstad Edinburgh. De Hollandse molens komen daar vlak bij het testexemplaar van gevestigde wereldspeler ‘Samsung Heavy Industries’ te staan. 

Is er op de wereldmarkt voor windmolens eigenlijk wel plaats voor een bevlogen nieuwkomer uit het Twentse Hengelo? Is de markt niet al lang verdeeld? “Dat weet ik niet. We nemen een groot risico maar mijn stelling is dat er op de markt altijd ruimte is voor innovatieve producten die echt iets bijdragen aan de markt”, zegt Peels. 

“Uiteindelijk zit de innovatie – en de daarmee gepaard gaande risico’s – ­namelijk vaak bij kleine en niet bij grote bedrijven. De vraag is veel meer of we die vernieuwingen, onze vernieuwingen, succesvol weten te ‘ vermarkten’. Dat is precies waar de Nederlandse windsector in het verleden niet echt in heeft uitgeblonken. Het gevolg is dat we veel kennis maar weinig markt hebben. Als 2-B Energy hebben we de ambitie ook die ontbrekende schakel om te zetten in succes.” 

Een elektriciteitsmast met twee wieken

Vergeet de windmolens die her en der op het land staan. Die zijn wezenlijk anders dan de 2B6-windmolen. Er zijn drie grote verschillen, waarvan er twee direct in het oog springen.

Anders dan de metalen masten van de concurrentie lijkt het gevaarte van 2-B Energy op een elektriciteitsmast. En anders dan de drie wieken die overal in Nederland te zien zijn, heeft de molen van 2-B Energy er twee. Het zijn keuzes om, binnen de noodzakelijke veiligheidsgrenzen, tot een optimaal kostenplaatje te komen. 

Minder materiaal is nu eenmaal goedkoper, zowel in aanschaf als in onderhoud. Bovendien zijn de installatiekosten lager. Omdat er immers minder geplaatst hoeft te worden en omdat bijvoorbeeld het construeren van twee wieken gemakkelijker is. “De voormontage van twee wieken kan je, in tegenstelling tot een ingewikkelde constructie met drie wieken, al op het land doen. 

Dan heb je alleen nog een kraan nodig om alles in een keer op z’n plaats te hijsen. Dat is op zee, met zijn beperkte bouwperiode, een groot voordeel.” Ook is het mogelijk, door de wieken horizontaal te plaatsen, met een helikopter op het dak van de machinekamer te landen. “Storingen zijn op die manier snel te verhelpen, ook omdat een helikopter minder afhankelijk is van wind en ­ zeeslag dan een boot. De kosten van stilstand liggen dus veel lager.”

Het derde, grote onderscheid met andere molens is minder in het oog springend. De molen van 2-B Energy staat met de rug in de wind, daar waar de meeste molens op het land juist met hun neus in de wind staan. Die keuze brengt meerdere kosten- voordelen met zich mee, bijvoorbeeld omdat de traditionele wieken stijf zijn en een kromming hebben om de druk van de wind te weerstaan. 

Dat is nodig omdat ze anders bij harde wind de mast zouden kunnen raken. Bij een molen van 2-B Energy spelen dergelijke eisen niet, waardoor de kosten voor productie en gebruik van de wieken lager uitvallen. 

De terugkeer van twee bladen 

Wie goed zoekt, kan ze nog vinden. De kleine windmolens met twee wieken – bladen zeggen ze in de sector – zijn de erfenis van de Nederlandse pionier Henk Lagerwey uit Kootwijkerbroek. 

Hoewel technisch vooruitstrevend – en vrijwel onverwoestbaar bovendien – is de turbine met twee wieken geen commercieel succes geworden. Dat is deels te danken aan het onrustige beeld aan de horizon dat de snel draaiende wieken opleverde.

De twee bladen van 2B6-molen zullen op zee een heel ander beeld opleveren. De snelheid waarmee ze draaien verschilt niet van die van molens met drie grote wieken. Volgens 2-B Energy maakt de daling van de kosten het theoretische verlies van vermogen meer dan goed.

Shell Technology Ventures

De in Rijswijk gevestigde durfinvesteerder Shell Technology Ventures (STV) heeft belangen in meerdere techno­logie­bedrijven. Wat de ondernemingen gemeen hebben, is dat ze jong zijn, zich onderscheiden door de ont­wikkeling van nieuwe technologie en dat ze zich richten op de energie­sector. 

Het in 1998 opgerichte STV heeft inmiddels belangen in acht onder­nemingen, waaronder in Nederland Airborne Oil & Gas en 2-B Energy. STV is een van de instrumenten van Shell om innovatie te stimuleren door een succesvolle plaats op de markt te veroveren.

Zie ook