Het is een grijze vrijdagmiddag op zo’n typische novemberdag waarop het maar niet licht wil worden. Op het werkterrein achter het kantoor van Industry International-dochter VONK in Coevorden staan maritieme navigatielichten helder te knip­peren. Ze wijzen de weg naar een stellage met 152 zonnepanelen.

In een van de drie naastgelegen containers kijkt Jeroen Tang, projectleider bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), tevreden naar de metertjes op het controlescherm. “Zelfs bij dit weer laden de batterijen nog op.” Wijzend naar de aan de laadpaal gekoppelde Tesla Model S 85: “we doen dit al maanden en ook vandaag laden we hem weer op”.

Het is die winterkoude vrijdagmiddag een kennis­making en een afscheid tegelijkertijd. De proeftijd voor het grensverleggende offshore-systeem zit er op. Het wordt tijd het land te verlaten en het ruime sop te kiezen. In het weekend gaat de boel uit elkaar. De aansluitende maandag gaat alles richting Noordzee om uiteindelijk een plaats te krijgen op het Leman Echo-platform op het Britse deel van de Noordzee. Daar gaat de gloednieuwe noordelijke-installatie het ingrijpend gerenoveerde platform van elektriciteit voorzien.

Noodzaak

Arthur Hartong, sinds 2014 Maintenance Manager ONEgas NL en UK, schetst de achtergronden van het project. Zijn verhaal begint in feite met de noodzaak om de productie van aardgas op de Noordzee goedkoper te maken, waardoor de afnemende voorraden nog enkele tientallen jaren te benutten zijn. En, hoe die aanpassingen kunnen bijdragen aan de wens om de winning van de schoonste fossiele brandstof zelf ook schoner te maken (lees: met minder uitstoot van CO²).

Het zijn de belangrijkste drijfveren achter de ingrijpende renovatie die ONEgas uitvoert op de Noordzee. De gehele infrastructuur gaat op de schop. Dat komt neer op vergaande vereenvoudiging. De behandeling van aardgas wordt, daar waar mogelijk, gecentraliseerd op een platform of liever nog gewoon op de wal. Het aantal bemande gasinstal­laties op zee kan daardoor sterk omlaag, met alle gunstige gevolgen van dien voor kosten en veiligheid. De-complexen, noemen de offshore-mensen dat.

Dat betekent het slopen van de apparatuur en de bemanningsverblijven op de oudere platforms. De voormalige, ijzeren kastelen van de zee worden gedecimeerd. “Op zee moet je al dat staal minstens een keer in de tien jaar schilderen”, legt Hartong uit. “Je wilt daar dus zo min mogelijk staal hebben staan.”

Engelse kust

Het Leman Echo-platform is een sprekend voorbeeld van de ontwikkeling die gaande is achter de horizon op de Noordzee. Het is onderdeel van het oorspronkelijk Leman-complex van zeven platforms, vijftig kilometer uit de Engelse kust bij Bacton, op een plaats waar de zee 37 meter diep is.

Het in 1966 ontdekte gasveld ging in 1968 in productie, wat maar aangeeft dat het Britse deel van de Noordzee eerder tot ontwikkeling kwam dan het Nederlandse. Leman Echo is een van de zes satellietplatforms.

Het sleutelen aan het Leman-complex begon in 2012 en is nu zo goed als afgerond. Dat betekent dat Leman Echo een stuk kleiner is geworden. De aanwezige gasbehandelingsinstallatie en de woon-werkverblijven zijn verdwenen, evenals de hijskranen en het helikopterdek. Wat resteert, is een kaal platform met elf, vanaf het land bestuurde putten. Door het weghalen van alle accommodaties en installaties is de behoefte aan stroom een stuk kleiner geworden.

Met dat in het achterhoofd is NAM in oktober 2015, samen met de decennia oude relatie VONK uit Coevorden, op zoek gegaan naar een passende oplossing: veilig, betrouwbaar, schoon en met een maximale periode tussen onderhoudswerkzaamhden.

Zonnepanelen

“Het bracht de twee in eerste instantie in Drachten bij het bedrijf Whisper Power, dat zonne-energie systemen voor zeilschepen bouwt”, vertelt Patrick Bekel van VONK. Met die bewezen technologie op zak was het een kwestie van opschalen en functionaliteit toevoegen.

“Samen met NAM en een team van dertig mensen hebben we in zes maanden tijd weten te ontwikkelen en bouwen wat we zochten”, aldus Bekel. “Dat is een systeem dat minstens 85 procent van alle benodigde stroom uit zonne-energie haalt en waarbij er maar een keer per jaar een onderhoudsploeg naar het platform hoeft. Voor het weghalen van de spinnenwebben bij de zonnepanelen”, grapt Bekel. “En 85 procent zonne-energie is ook een reductie van de CO²-uitstoot met 85 procent”, zo voegt hij er aan toe. “Doordat de inzet van helikopters niet meer nodig is en het werkschip de Kroonborg nog maar een keer per jaar langs moet komen voor onderhoud en controle, komt er nog meer milieuwinst bij.”

Het resultaat van al het gemeenschappelijke denkwerk is een modulair systeem. De bouwstenen kunnen worden aangepast afhankelijk van de energiebehoefte van het platform waarop het systeem wordt geplaatst. De bouwstenen worden volledig aan land gebouwd en gemonteerd. Vervolgens is het een kwestie van verschepen van deze ‘Lego-stenen’ op de plek van bestemming aan elkaar koppelen.

Voor het Leman-platform komt het neer op 152 panelen en drie containers met apparatuur, waarvan er eentje vol staat met achtenveertig accu’s van tweehonderd kilo (tien jaar garantie) voor het opslaan van de opgewekte stroom. Een andere container bevat twee noodaggregaten op diesel, voor het geval er iets mis gaat met de energievoorziening uit de zonnepanelen – of als er onvoldoende zonlicht is. Er is genoeg diesel opgeslagen om het platform vijf tot zes dagen veilig draaiend te houden. Naar schatting is de kans daarop niet groot; het hele systeem is dubbel uitgevoerd, dus staan er ook tweemaal zoveel panelen als strikt noodzakelijk voor het veilig draaiend houden van het platform.

“We hebben ook naar windenergie gekeken”, geeft NAM’er Tang aan. “Dat doen we wel op kleine monotowers, waar er te weinig ruimte is voor alleen zonne­panelen”, zegt hij. “Maar op Lehman hebben we genoeg ruimte om alle stroom op te wekken met zonnepanelen. Dat doen we liever, want een windturbine heeft draaiende onderdelen en is daardoor storingsgevoeliger.”

De hybride stroomvoorziening uit Coevorden zal in eerste instantie vooral aan de Britse zijde van de Noordzee verschijnen. Dat heeft te maken met de ouderdom en dus ook grootte van de Britse ONEgas—platforms. En met het feit dat de Neder­landse satellietplatforms vaak een stroomkabel met het centrale platform hebben. Bovendien is de offshore-apparatuur die nodig is voor de installatie van het VONK-systeem voor drie jaar vastgelegd voor werkzaamheden op het Britse deel van de Noordzee. Er is een mogelijkheid dat daar twee tot drie andere platforms hetzelfde systeem zullen krijgen.

De installatie van het energiesysteem is in december 2016 begonnen. Midden januari 2017 moet het platform draaien op de zon.

Een wereldnaam uit Coevorden

Tachtig jaar geleden begon Ing. Arjen Vonk een bedrijf in Coevorden voor elektrische apparatuur. Na de vondst en ontwikkeling van het olieveld in het nabijgelegen Schoonebeek raakte het bedrijf steeds nauwer betrokken bij de olie-industrie. De samenwerking met Shell bleek al gauw grensoverschrijdend. VONK heeft kantoren over de gehele wereld, en dan met name in gebieden met olie- en gasindustrie. “Nog altijd kan je van Egypte tot Maleisië spullen met het oude VONK-logo vinden”, zegt Thijs Jan Huizer, Chief Executive Officer van het nieuwe moederbedrijf Industry International Group. “VONK is wat dat betreft echt een wereldnaam.”

Het bedrijf heeft zich vooral gespecialiseerd op het bouwen van merkonafhankelijke, elektronische proces- en veiligheidssystemen, meestal ter modernisering van reeds bestaande installaties. Dat leidt tot gecompliceerde ombouwoperaties, waarbij het veel gebruik maakt van reeds voorbereide bouwstukken. VONK levert zo bijvoorbeeld complete controlekamers en dus ook het hybride energiesysteem voor platforms.

Volgens CEO Huizer is er brede belangstelling voor het samen met NAM ontwikkelde energiesysteem. ”Deze installatie voor de offshore werkt net zo goed in de jungle of in de woestijn. Ik was onlangs nog in het Verre Oosten en ook daar is er veel belangstelling voor.”

ONEgas op de Zuidelijke Noordzee

Samen sta je sterk. Met dat in het achterhoofd opereert de vanuit Assen aangestuurde uitvoeringsorganisatie ONEgas de activiteiten van NAM (50 procent Shell en 50 procent ExxonMobil) en Shell UK op het zuidelijke deel van de Noordzee.

Aan de Nederlandse kant van Noordzee heeft ONEgas 23 platforms, waarvan vijftien onbemand. Aan de Engelse kant zijn er 21 platforms, waarvan negentien onbemand. In Den Helder en Bacton komt het gas aan wal, waar gasbehandelingsinstallaties het gereed maken voor eindgebruik.

Streek koestert provinciale kampioenen

De werkloosheid in Zuidoost-Drenthe ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. En het is er de laatste jaren zeker niet beter op geworden. De arbeidsregio Drenthe en Hardenberg heeft het afgelopen decennium de nodige industriële activiteiten zien vertrekken.

De betrokken gemeentes hebben daarom de handen ineen geslagen om de economische activiteit te versterken. Er is, mede rustend op Europese steun, een plan ontwikkeld om meer mensen aan een baan te helpen en lokale en regionale werkgevers te stimuleren mensen aan te nemen.

“We hebben het economische fundament onder de regio zien afbrokkelen”, stelt wethouder Jan Zwiers van Coevorden (economie, financiën, werkgelegenheid en toerisme). “Het is daarom van groot belang dat we bedrijven als VONK de ruimte geven te ondernemen. In deze regio is vraag naar technisch geschoold personeel. We moeten met elkaar zorgen dat er scholingsmogelijkheden zijn en dat mensen de weg naar deze prachtige streek weten te vinden.”