Aan Shell Eco-marathon deden afgelopen week ruim drieduizend scholieren en studenten mee uit 26 Europese landen. Eco-Runner Team Delft won in de waterstofklasse voor prototype voertuigen. De grootste concurrent, Team H2A van de Hogeschool van Amsterdam, werd tweede met een verbruik van 762,8 kilometer op een kubieke meter waterstof.

Windtunneltest

Ook dit jaar besloot het Delftse team in te zetten op haar grootste kwaliteit: aerodynamica. Teamlid Luc van den Ende: 'Je kunt in deze wedstrijd het verschil niet maken door de rolweerstand terug te brengen, want iedereen rijdt op dezelfde banden. Dan moet je het dus winnen op het design van de body. En daar zijn we ontzettend goed in.'

Tests in een windtunnel bewezen vorige maand hoe aerodynamisch Ecorunner V is. De weerstandscoëfficiënt bedraagt 0,0512. Dat is zes keer beter dan die van de meeste auto's op de weg. Samen met het lage gewicht - de body weegt negen kg, de complete auto 38 kg - bleek de stroomlijn ruim voldoende voor de eerste plaats.

Hoe ver Eco-Runner Team Delft gaat bij het aanscherpen van het ontwerp bleek tussen de wedstrijdronden door in de paddock. Bij de eerste testrit was de stuurhoek van de voorwielen niet optimaal uitgelijnd. Een kwestie van millimeters. Ook werd het ontwerp gecorrigeerd voor het gewicht van de coureur. Van den Ende: 'Als de coureur in de auto gaat liggen, zakt de body een halve centimeter in. Toen we dat ontdekten, konden we de wielstand verder optimaliseren.'

Inhaalslag

Oog voor het ontwerp heeft Eco-Runner Team Delft altijd gehad. Toch leidde dat niet tot een bevredigend resultaat. In 2014 werd het team weliswaar tweede, maar de jaren daarvoor wist het geen geldige score neer te zetten, vooral door problemen met de elektronica.

 'Vorig jaar hebben we een fulltime elektrotechnicus aangetrokken om op dat gebied een inhaalslag te maken', zegt hoofdontwerper Stefan Leegwater. 'Daarop borduurden we dit jaar verder.' Ook op andere fronten is het team effectiever en professioneler te werk gegaan. Er was meer tijd om de bolide te testen en er was veel aandacht voor de onderlinge communicatie. 'Samen konden we tegenslagen opvangen, want iedereen was bereid om voor de ander een stap extra te zetten.'

Met de overwinning wierp het Delftse team de reputatie van zich af dat het grote woorden gebruikt, maar in de praktijk weinig presteert. Teamlid Rowenna Wijlens: 'We hebben altijd gecommuniceerd dat we het beste ontwerp hebben. Daarmee legden we de lat vooral voor onszelf heel erg hoog. Dat is vanaf het begin de bedoeling geweest. We gingen voor niets anders dan de overwinning en dit jaar hebben we die behaald!'

Meer in duurzaamheid