De TU Delft won vorig jaar in Rotterdam de waterstofklasse voor prototype voertuigen –zelfgebouwde auto’s die ogen als een sigaar op drie wielen, waarin de coureur liggend de rondjes rijdt. Dit jaar wordt de zuinigheidswedstrijd gehouden in Londen. In het oude Olympische dorp rijden ruim drieduizend scholieren en studenten uit heel Europa om het zuinigst; ze tonen de toekomst van mobiliteit.

Teammanager Eva Smeets is blij dat de auto al begin mei klaar was en haar team nu in Zandvoort uitgebreid kan testrijden. Slechts één van de 23 teamleden was vorig jaar ook betrokken bij de wedstrijd, de rest is nieuw en dus onervaren, inclusief zijzelf. Bovendien staat een compleet nieuwe auto aan de start. Nóg aerodynamischer dankzij de nieuw ontworpen body en ‘zigzagstrepen’, bekend van de haaienpakken in het schaatsen, die de luchtstroom rond de auto eerder turbulent maakt, waardoor hij juist later loslaat. Met een lager brandstofverbruik als gevolg.

Als je zuinig wilt rijden, is weerstand de vijand, legt Smeets uit. ‘De helft van alle weerstand komt van de lucht. Daarom is aerodynamica voor ons zo belangrijk. We hebben de auto ten opzichte van vorig jaar weer twee tot vijf procent aerodynamischer gemaakt. Maar ook de rolweerstand is tot een minimum teruggebracht, net als de interne weerstand van de lagers.’

Nieuw dit jaar zijn ook de boost caps, condensatoren die heel snel energie kunnen opslaan en weer afgeven. Ze zijn nodig omdat in het Britse stratencircuit een flinke helling zit. Chief powertrain Tim Roos: ‘Een waterstofcel is het meest efficiënt als hij heel constant stroom afgeeft. De helling veroorzaakt een piek in het stroomverbruik. Om deze piek op te vangen gebruiken we een stack van vijftien condensatoren. Ze geven onze auto voor heel even veel meer pit.’

Zoals de Knight Rider met zijn superboost in de jaren tachtig over auto’s en gebouwen sprong, zo schiet de Ecorunner VI 6 eind juni in Londen bij de helling omhoog. Nou ja, schiet… De ideale snelheid voor een superefficiënte auto blijft zo’n 25 kilometer per uur. Het spektakel speelt zich in dit geval vanbinnen af en is het vooral een feest voor fijnproevers van elektronica.

Het extra vermogen van de boost caps komt wel met een prijs: extra gewicht, meer aansluitingen en dus stroomverlies. Roos: ‘Het is altijd een rekensom. Wat win je ermee en hoeveel energie kost het? Op de platte baan van Rotterdam was het resultaat onderaan de streep negatief, dus was er geen noodzaak om ze te gebruiken. Nu verwachten we echt een veel betere score met boost caps, dus hebben we ze ingebouwd.’

Op de TU Delft wordt geen college boost caps gegeven. Zelfs onderwijs over brandstofcellen en waterstof is beperkt. Veel van de studenten beschouwen deelname aan Shell Eco-marathon dan ook als een mooie uitbreiding van hun studie. Een paar maanden tot een jaar praktijkwerk, in plaats van theorie. ‘Het regelsysteem voor onze brandstofcel hebben we helemaal zelf gebouwd’, aldus Smeets. ‘We hebben er ontzettend veel tijd in gestopt, maar weten nu ook precies hoe het werkt.’

Tijdens het voorbereidende challenger evenement, halverwege mei in Le Mans, lagen de Delftse studenten als eerste in bed en waren ze ook de eersten op het circuit. Hetzelfde arbeidsethos hanteren ze bij de Eco-marathon. Als titelverdediger ben je immers vooral in gevecht met jezelf. De doelstelling is helder, vindt Smeets: ‘We willen dezelfde score neerzetten als vorig jaar op een moeilijker circuit, maar eigenlijk hopen we natuurlijk weer te winnen.’