Voor alle duidelijkheid: we willen een koploper zijn in de energietransitie. We versnellen onze Powering Progress strategie om tegen 2050 een energiebedrijf te zijn met netto nul uitstoot, in lijn met de stappen die onze klanten zetten en de samenleving als geheel. Bovendien hebben we ons tot doel gesteld om de absolute CO2-uitstoot van onze activiteiten tegen 2030 met de helft te verminderen ten opzichte van 2016.

Daarnaast helpen we klanten de zogeheten Scope 3-emissies te verminderen die voortkomen uit het gebruik van onze producten. Denk daarbij aan investeringen in hernieuwbare energie om meer huizen en bedrijven te voorzien van wind- en zonne-energie, zoals recent in Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en in Australië. Denk daarbij ook aan het bouwen van een uitgebreid netwerk van laadpunten voor elektrische voertuigen. Momenteel exploiteert Shell wereldwijd bijna 90.000 laadpunten en we streven ernaar dit te vergroten tot meer dan 500.000 in 2025.

Schonere brandstoffen

Ook investeren we in schonere brandstoffen voor sectoren die niet eenvoudig kunnen overstappen op elektriciteit, zoals de luchtvaart of zwaar wegtransport. We werken bijvoorbeeld samen met luchtvaartmaatschappijen als KLM en creëren de infrastructuur die nodig is om waterstof uit hernieuwbare energiebronnen als brandstof te gebruiken. De waterstoffabriek die we recent hebben opgestart in China leverde tijdens de Winterspelen meer dan de helft van de benodigde waterstof voor waterstofvoertuigen op de wedstrijdlocatie Zhangiakou. We werken bovendien samen met anderen om innovatieve oplossingen te vinden voor sectoren die moeilijk koolstofvrij te maken zijn.

Onze klimaatdoelstellingen en de acties die we ondernemen om onze strategie te realiseren, ondersteunen niet alleen het Akkoord van Parijs, maar ze positioneren ons ook goed om aan de verplichtingen van de rechtbank te voldoen, ongeacht het beroep. Er zijn echter aspecten van het oordeel van de rechtbank die gewoon niet haalbaar - of zelfs redelijk - zijn om te verwachten van Shell, of een ander enkel bedrijf.

Energiekeuzes van klanten

De rechtbank baseerde haar uitspraak op een 'ongeschreven zorgvuldigheidsnorm’ naar Nederlands recht. Als ongeschreven zorgvuldigheidsnorm zou het zo voor de hand liggend, algemeen bekend en begrepen moeten zijn dat iedereen - niet alleen landen en bedrijven, maar ieder persoon - weet en accepteert dat ze hun koolstofemissies tegen 2030 met 45% moeten verlagen. Het is niet duidelijk hoe Shell kan worden opgedragen om koolstofemissies te verminderen van klanten die Shell niet controleert, terwijl deze klanten niet een vergelijkbare wettelijke verplichting hebben om hun emissies te verminderen.

Shell wordt ook gevraagd om sneller en verder te gaan dan sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart en wegtransport.

Wij werken er continu aan om via de producten die wij verkopen onze klanten te helpen hun uitstoot omlaag te brengen. Maar ondanks het feit dat Shell een grote, wereldwijd opererende energieproducent is, hebben wij alleen geen directe invloed op de energiekeuzes van klanten. Het is aan overheden om met beleid het energieverbruik van de samenleving fundamenteel te veranderen.

Shell wordt ook gevraagd om verder en sneller te gaan dan sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart en wegtransport die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van onze gerapporteerde Scope 3-koolstofemissies. De uitspraak verplicht Shell in feite tot een doel dat verder gaat dan 's werelds meest progressieve beleidstrajecten om elke bedrijfssector koolstofvrij te maken, inclusief het door de Europese Unie voorgestelde "Fit for 55"-pakket.

We zijn het er allemaal over eens dat we snel moeten handelen en samen moeten werken om als wereld over te stappen naar schonere energie. Maar Shell is tot op zekere hoogte beperkt door het tempo waarop klanten en bedrijfssectoren koolfstofvrij worden.

Piekende energieprijzen

Recente uitdagingen rond de energievoorziening en piekende energieprijzen tonen dat de energietransitie zich op meer moet focussen dan het verminderen van koolstofemissies, wil het eerlijk en geordend verlopen. Dit is een politieke balanceer-act, die effectief, door de overheid geleid beleid vereist. Deze uitdagingen kunnen niet worden opgelost via juridische geschillen tussen private partijen en vonnissen tegen individuele bedrijven. Het opdragen aan één bedrijf om zijn emissies én die van zijn klanten te verminderen is geen effectieve manier om klimaatverandering aan te pakken en tegelijk veilige, betrouwbare en betaalbare energie plus economische ontwikkeling voor eenieder te waarborgen.

Om deze redenen gaan wij in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. En laat duidelijk zijn; dit verandert niets aan onze stevige commitment om een leidende rol te spelen in de energietransitie, via onze investeringen, onze projecten, onze innovatie en onze partnerschappen.

English translation

Why Shell is appealing

Shell has filed its appeal to the District Court of The Hague’s ruling from May 2021, ordering the company to reduce its worldwide aggregate carbon emissions by net 45% by 2030 compared to 2019 levels.

To be clear: we want to be a leader in the energy transition. We are accelerating Shell’s Powering Progress strategy to become a net-zero emissions business by 2050, in step with society and our customers, and have set an absolute climate target to halve emissions from our operations by 2030, compared to 2016 levels, on a net basis.

We are also taking action to help customers reduce their emissions from the use of our products, known as Scope 3 emissions. Our efforts include investing in renewable energy so more homes and businesses can run on wind and solar power, as recent announcements in the Netherlands, the US, UK and Australia demonstrate. This also includes building an extensive network of charging points for customers with electric vehicles. Shell currently operates almost 90,000 electric vehicle charge points globally and we aim to increase this to more than 500,000 by 2025.

And we are investing in low carbon fuels for sectors that cannot easily switch to electricity such as aviation and heavy-duty transport. For example, working with airlines such as KLM, and creating the infrastructure needed to realise the potential of hydrogen made from renewables as a fuel. The hydrogen electrolyser we recently started up in China supplied more than half of the hydrogen for fuel cell vehicles at the Zhangjiakou competition zone during the recent Winter Games. We are also working with others to find innovative solutions for sectors that are hard to decarbonise.

Our climate targets, and the actions we are taking to deliver on our strategy, not only support the Paris Agreement, but they also position us well towards meeting the obligations of the District Court, regardless of the appeal. However, there are aspects of the court’s judgment that are just not feasible – or even reasonable – to expect Shell, or any single company, to achieve.

The court based its ruling on an 'unwritten standard of care' under Dutch law. To be an unwritten standard of care, it would need to be so obvious, widely known and understood that everyone – not just countries and companies, but every person – knows and accepts that they must lower their carbon emissions by 45% by 2030. It is not clear how can Shell be ordered to reduce carbon emissions we do not control from customers who are not under a similar legal obligation to reduce their emissions.

Shell continually works to help our customers reduce their emissions through the products we sell. But, despite being a major global energy producer, Shell alone cannot directly influence the energy choices made by its customers. It is for governments to put in place the policies that bring about fundamental changes in the way society consumes energy.

Shell is also being asked to go further and faster in decarbonising than sectors like aviation, shipping and road transport that account for the bulk of our reported Scope 3 carbon emissions. The court’s obligation is more stringent than world’s most progressive policy pathways to decarbonise each business sector, including the EU's proposed "Fit for 55" package.

We agree that for the world to make the transition to cleaner energy, we must move quickly, but we must also move together. However, Shell is limited, to a significant degree, by the pace of decarbonisation of customers and business sectors.

Recent challenges with energy supply, along with spikes in energy prices, show that to be fair and orderly, the energy transition must focus on more than reducing carbon emissions. This is a political balancing act, requiring effective, government-led policies. These challenges cannot be solved by litigation between private parties and judgments against individual companies. Ordering one company to reduce its emissions, and those of its customers cannot effectively address climate change, while ensuring a secure, reliable and affordable supply of energy and economic development for everyone.

It is for these reasons that we are appealing the District Court’s ruling. But let's be clear; this does not change our firm commitment to play a leading role in the energy transition, through our investments, projects, innovation and partnerships. 

Meer Shell

Shell en de klimaatzaak

Op 22 maart hebben we ons hoger beroep ingediend tegen de uitspraak in de klimaatzaak door de rechtbank Den Haag. Lees in ons dossier over de zaak waarom we in beroep gaan, hoe we werken aan een toekomst met schonere energie en wat we doen én gaan doen voor de Nederlandse energietransitie. 

Wat er tot nu gebeurde

In 2019 dagvaardden Milieudefensie en andere organisaties Shell. Wat gebeurde er sindsdien? Plus: alle ingediende juridische documenten van Shell.

Veelgestelde vragen over de klimaatzaak van Milieudefensie

Shell heeft beroep aangetekend tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van mei 2021, waarin Shell plc ("Shell") wordt opgedragen haar wereldwijde gezamenlijke CO2-uitstoot tegen 2030 met netto 45% te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. De oorspronkelijke rechtszaak werd tegen Shell aangespannen door Milieudefensie, andere ngo's en een groep particulieren.