Londen

Als dorpsburgemeesters in een vreemde stad

Vier dagen na de Duitse inval, op 14 mei 1940, verzamelden zich de Nederlandse ministers in Grosvenor House Hotel aan Hyde Park in Londen. ”Ze zaten er ontredderd bij”, schrijft historicus Cees Fasseur in zijn biografie over toenmalig minister van Justitie Pieter Sjoerds Gerbrandy. ”Als een stelletje dorpsburgemeesters in een vreemde, grote stad”, noteerde een meegereisde journalist.

Door Robert Stiphout op 15 apr. 2020

Een dag eerder was opperbevelhebber Henri Winkelman met slecht nieuws de kabinetsvergadering binnengestapt. De vijand was niet langer tegen te houden. Halsoverkop waren de bewindslieden daarop gevlucht. Op een afgeladen Britse torpedobootjager de Noordzee over, in het kielzog van de Koningin, een verontwaardigde bevolking achterlatend.

De meest essentiële zaken voor hun werk hadden ze in Nederland moeten laten. De laatste editie van de wetboeken bijvoorbeeld. Erger, in alle haast waren ook de belangrijkste ambtenaren achtergebleven. Alleen de hoogste ambtenaar van Justitie, Jan van Angeren, was op het allerlaatste moment meegereisd. Hij had niet eens de kans gekregen om een tandenborstel mee te nemen.

Tot overmaat van ramp bleek een deel van het kabinet het Engels niet machtig. Bij zijn eerste ontmoeting met de Britse oorlogsleider Winston Churchill begon premier Dirk Jan de Geer het gesprek abusievelijk met “Goodbye, Mr. Churchill”.

Bureaucratie

Het was een geluk bij een ongeluk dat zich in Londen Nederlands-Britse multinationals bevonden zoals Unilever en Shell. Na bemiddeling door Shell huurde het kabinet bijvoorbeeld Stratton House. Dat zou gedurende de rest van de oorlog het regeringscentrum blijven. 'De stem van strijdend Nederland', Radio Oranje, is er geregeld ingesproken. Shell zorgde bovendien voor een vijftigtal bureaus.

Echt boteren deed het niet altijd tussen de vluchtelingen en de circa zeshonderd, al in Londen wonende Nederlanders. De Londense Nederlanders beklaagden zich bij prins Bernhard over de bureaucratische ambtenaren en bestuurders. Bij de instelling van een Raad van Advies van in Londen wonende Nederlanders dreigde zelfs even ruzie. De premier wilde Bernhard als voorzitter. Initiatiefnemer en toenmalig Shell-topman Guus Kessler had een ander voor ogen.

Toch stonden cultuurverschillen samenwerking niet in de weg. Na de bevrijding van Zuid-Nederland kreeg het zogeheten Militair Gezag de bevoegdheid om veiligheid en orde te herstellen. Vanuit Brussel maakte dit dagelijks bestuur van de in 1944 en 1945 bevrijde delen van Nederland hiermee een begin, geholpen door enkele honderden Nederlanders die in Engeland werkten bij onder meer Unilever, Philips en Shell.

Meer Shell

Venster

Venster is het Nederlandstalige kwartaalmagazine van Shell Nederland. In dit nummer een interview met Shell-CEO Ben van Beurden en het varen op biobrandstof. 

75 jaar bevrijding

Vrijheid is geen vaststaand gegeven. Daarom viert Nederland 75 jaar na het einde van de Duitse bezetting nog altijd de bevrijding. De verhalen over wat was, helpen ons dat te herinneren.