Een koninklijk gebouw

Een koninklijk gebouw

Ooit was het hoofdkantoor van Shells voorganger, de Bataafsche Petroleum Maatschappij, een van de grootste kantoren van Nederland. Het terugplaatsen van de tijdcapsule achter de gedenksteen aan de Haagse Carel van Bylandtlaan, markeert het begin van het einde van een ingrijpende renovatie. Oud van buiten, nieuw van binnen.

Door Rob van ‘t Wel – Beeld: Shell Historisch Archief, Arjen Veldt op 19 apr 2019

De vondst in het voorjaar van 2017 komt als een volledige verrassing. Bij het begin van de renovatie van het voormalige hoofdkantoor van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM) stuiten bouwvakkers op een tijdcapsule. Het afgesloten loden kistje zit verstopt achter de gedenksteen, die een eeuw geleden is aangebracht bij het leggen van de eerste steen. Dat gebeurde toen vaker, maar niemand wist van het bestaan.

De vondst leidt tot speculatie. Kranten uit de jaren van de Eerste Wereldoorlog? Foto’s van de oprichters? Een geheime formule voor het maken van benzine uit water?

De werkelijkheid blijkt bij het openen van de tijdcapsule een stuk minder fantasierijk. In het kistje zitten kopieën van de bouwtekeningen, twee boeken met bouwconstructies en -eisen en een handgeschreven brief, ondertekend door alle personen die de ceremonie op 16 juni 1915 bijwoonden. Naast de steenlegging ging het ook om het 25-jarige jubileum van wat nu Royal Dutch Shell heet.

Capsule voor honderd jaar teruggezet

Na twee jaar bouwwerkzaamheden kan de capsule weer teruggeplaatst worden achter de gedenksteen van het monumentale gebouw. Alle oorspronkelijk documenten zitten er weer in, met daarbij een voorspelling over hoe het internationale energieconcern er over een eeuw uitziet. Het is de uitkomst van een prijsvraag onder het personeel.

In de tussentijd gaan de verbouwingswerkzaamheden aan het pand binnen door. De renovatie moet een brug slaan tussen het monumentale karakter en het tegelijkertijd voldoen aan de wensen voor werken in de toekomst. Zoals het gebouw bij opening in 1917 aan de binnenzijde ook een toonbeeld was van moderniteit.

Een gezonde geest in een gezond lichaam

De bouw van het hoofdkantoor van de Bataafse Petroleum Maatschappij omvatte meer dan alleen het gebouw. Gezondheid van het personeel speelde een belangrijke rol. Bij de opening werd bijvoorbeeld meteen een algeheel rookverbod ingesteld, dat overigens later na veel kritiek werd opgeheven. Naast het kantoor verschenen twee tennisbanen. De BPM-ers konden ook gebruik maken van het sportcomplex met een atletiekbaan en een voetbalveld aan de overzijde van het kantoor. Vanaf 1921 vonden daar de eerste wedstrijden plaats tussen personeelsleden van de Haagse en Londense kantoren van het bedrijf.

Klassiek met nieuwste techniek

“Een koninklijk gebouw voor een koninklijke maatschappij”, noteerde het dagblad De Tijd na een bezichtiging van het nieuwe gebouw in 1917. Het gebouw is uitgevoerd in de Hollandse Neorenaissancestijl, die herinneringen oproept aan de Hollandse architectuur uit de 16e en 17e eeuw. De op de gevel aangebrachte ornamenten verwijzen echter naar de olie-industrie en verraden hiermee dat het gebouw veel jonger is dan het lijkt.

Het is de stijl waar het van oorsprong Zeeuwse architectenbureau Van Nieukerken begin 20ste eeuw naam mee maakte. Zo bouwde het bureau de nodige grote heren- en landhuizen, maar ook bijvoorbeeld Kasteel de Wittenburg in Wassenaar en het huidige Koninklijk Instituut voor de Tropen aan de Mauritskade in Amsterdam, destijds Koloniaal Instituut geheten.

Achter die klassieke façade van het nieuwe hoofdkantoor op het Haagse landgoed gaat in 1917 een gebouw met de nieuwste technische snufjes van die tijd schuil. De combinatie van traditioneel en modern komt bijvoorbeeld tot uiting in de eigen telefooncentrale waar ‘niet minder dan drie telefoonjuffrouwen dienst doen’, zo noteert dagblad De Tijd bewonderend. Ook op het gebied van ventilatie, verwarming en hygiëne is het gebouw in 1917 inpandig hypermodern. Onder leiding van de Deense ingenieur Erikstrup kwam er een elektrisch luchtverversingssysteem geïnstalleerd. Na twee keer filteren (onder andere met houtwol) stroomt de lucht langs de buizen van een kolengestookte centrale verwarming naar de roosters in elke kamer. De temperatuur en luchtverversing kon op iedere kamer afzonderlijk worden ingesteld. Daar bevond zich ook een aansluiting op een centrale stofzuiginstallatie.

De renovatie zal die lijn van eigentijdse technologie volgen. Het gebouw moet een ‘veilige, moderne en duurzame Shell-campus’ worden. Elke verdieping krijgt een eigen thema met een sociale ontmoetingsplek, waar zowel spontane ontmoetingen als geplande bijeenkomsten kunnen plaatsvinden.

Van Haagse huizen naar eigen kantoor

Den Haag groeide tussen 1850 en 1940 onstuimig, mede door de groei van de parlementaire democratie en de centralisatie van overheidsdiensten. Dat laatste lokte ook tal van bedrijven naar de Hofstad. Oliemaatschappijen bijvoorbeeld, die in de buurt wilden zitten van het ministerie van Koloniën, dat de vergunningen voor oliewinning in Indië uitgaf.

Maar de ruimte voor groei was beperkt. De oude stad werd omsloten door een rechthoekig systeem van singels. Aanvankelijk vestigden veel bedrijven zich daarom noodgedwongen in woonhuizen in de oude stad. De Koninklijke Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië, de voorloper van de BPM, begon na de oprichting in 1890 in een woonhuis aan de Celebesstraat 92. Toen dat te klein werd had de jonge oliemaatschappij enkele jaren een kantoor in de Haagse passage. Via de Parkstraat 6 verhuisde het bedrijf uiteindelijk naar de Lange Vijverberg 2.

Ondanks de aankoop van naburige panden knelde het jasje steeds meer. Uiteindelijk bleek freule M.O.A.C. gravin van Bylandt, eigenaresse en bewoonster van villa Oostduin bereid een deel van haar grond in het Haagse Benoordenhout aan de Koninklijke te verkopen. Het bedrijf kocht 6.000 m² voor een bedrag van 31 gulden per vierkante meter.