Frans Everts

Bouwen aan dingen die echt zijn

“Dit is geen PowerPoint hè”, probeert Frans Everts het heien te overstemmen, wijzend naar de plek waar over een paar weken een drieduizend ton zwaar fabrieksdeel op zijn plek wordt gezet. “Hier wordt echt gebouwd aan de energie van morgen.” Een eerste ontmoeting met de nieuwe president-directeur van Shell Nederland via een tocht langs verschillende Shell-locaties

Door Matthijs Timmers op 06 sep. 2023

Frans Everts houdt van ‘dingen die echt zijn’. Vandaar dat de kennismaking met de nieuwe president-directeur van Shell Nederland bij voorkeur niet plaatsvindt aan een Haagse vergadertafel. Maar bij een echt tankstation, inmiddels laadstation. En bij een echte biobrandstoffenfabriek in aanbouw. Hij ziet het als zijn opdracht om deze gloednieuwe fabriek in Pernis, maar ook al die andere grote projecten in de energietransitie in Nederland, te laten werken. Dat wil zeggen dat het technisch moet kloppen, de klanten het kopen, maar ook moet het economisch rendabel zijn. Deze eerste serie projecten moet gaan zorgen voor een volgende reeks. Dát is transitie. Het worden voor Shell in Nederland de jaren van de bouw. Everts gelooft erin.

Beginnen waar het begon

De ontmoeting met Frans Everts begint waar het begon. Niet helemaal terug naar 1965, naar zijn geboortegrond in Groningen. Of later, toen hij bedrijfskunde studeerde in diezelfde stad. Maar naar de plek waar zijn carrière bij Shell startte. Aan het Rotterdamse Hofplein, waar Shell al sinds de jaren 30 een pompstation heeft. En waar Shell Nederland lange tijd kantoor hield. Everts kijkt omhoog, tuurt tegen de zon in naar de raampjes van de markante betonnen voormalige Shell-toren.

Helemaal precies weet hij zijn allereerste werkplek niet meer aan te wijzen. Dat er tot ’s avonds laat licht brandde, kan hij zich nog wel goed herinneren. Everts startte hier zijn loopbaan, meer dan 30 jaar geleden, als inkoper van olie. Zo’n 400.000 vaten per dag verhandelde hij, samen met zijn collega’s. “Een fantastische kans om het begin van de keten te leren kennen.” Het was een tijd van hard werken. Hartstikke spannend was het ook. De oorlog in Koeweit en Irak zorgde voor turbulentie op de oliemarkt. “De helft van onze olie kwam daarvandaan.” Nu kan hij het enigszins relativeren, maar de jonge Everts ging destijds met een behoorlijke knoop in zijn maag naar huis toen hij binnen één dag 10 miljoen dollar verloor, omdat de olieprijs onderuitging. Everts en zijn team hadden ruim ingekocht, want: “We wilden voorkomen dat mensen in Nederland niet meer konden tanken”. De les? Flexibel blijven, aan je klanten denken, je risico’s goed in kaart brengen en op alles voorbereid zijn. En dan nog gaat het niet altijd zoals je denkt dat het zal gaan. Het kan zomaar omslaan. De parallel met het huidige tijdgewricht is evident.

Echt werk, voor echte klanten

In meerdere opzichten is deze plek in Rotterdam speciaal voor Everts. “Er was een tijd dat ik bijna alle 600-plus stationsnummers uit mijn hoofd kende”, mijmert Everts over een van zijn volgende banen binnen Shell. Vanaf 2001 gaf hij als directeur Retail leiding aan alle Shell-tankstations in Nederland. Hij denkt even na en concludeert: “Ja, dat was een van mijn mooiste banen binnen Shell. Want het was echt werk, voor echte klanten.”

De stations maakten destijds een ware transformatie door. Een gemiddeld tankstation stond bekend om z’n lauwe bakkies teer. Je kon er vieze handen krijgen. “Maar steeds meer gingen het anders doen. Verse koffie maken. Echte melk gebruiken in plaats van zakjes, voor een cappuccino met een hartje erin. De snackmuur verdween en we bereidden verse broodjes. Dat was me wat!” Bezoekers van de Shell-pompstations werden klanten. Dat vroeg om een totaal andere en persoonlijke benadering, en een nieuwe invulling van de stations. “Dat was een transitie hoor, voor zowel onze klanten als Shell.”

“Toneelspelen lukt me niet. Je kunt deze baan alleen doen als je erin gelooft”

Nog steeds, als Everts een Shell-station bezoekt, loopt hij in gedachten z’n checklist af. Noem het beroepsdeformatie, of oog voor kwaliteit en klantvriendelijkheid. Is het er schoon, hoe word je geholpen, worden de juiste loyaliteitsacties aangeboden, zijn de toiletten op orde, hangen de juiste posters in de etalage? Hier op het Rotterdamse Hofplein zit het goed. Bij de Starbuckslocatie wordt met een frisse glimlach ‘Frans’ op het papieren bekertje voor zijn doppio geschreven. Goedkeurend nipt hij de hete espresso onder het cremalaagje vandaan.

De volgende transitie op dit station is volop gaande. Everts bestempelt deze locatie als back to the roots, en zeker ook als back to the future. Want Shell Hofplein wordt totaal omgevormd tot Shell Recharge. Er is hier inmiddels geen benzinepomp meer te bekennen. Je kunt hier alleen nog maar elektrisch laden. Het wordt een mobility hub, met deelvervoerfaciliteiten, jargont Everts, terwijl de fotograaf hem goed probeert uit te lichten tegen de achtergrond van de kenmerkende geelrode overkapping. Nu nog. Over een paar maanden krijgt de luifel en de rest dit station een geheel nieuwe look and feel, verklapt hij.

Grote lijnen en belangrijke details

Voordat Everts het Hofplein verlaat, wil hij Rens nog even spreken, de host van dit station. Volgens Rens ‘het mooiste laadstation van heel Europa’. “Dit vind je nergens op het Europese vasteland.” Everts glundert, blij met de toewijding van deze ambassadeur. Wanneer Rens doorkrijgt het gesprek te voeren met de nieuwe baas van Shell Nederland, kan hij het niet laten. Graag twee vuilnisbakken meneer, daar, naast de laadplekken, wijst hij. Want mensen laten hun rommel slingeren. Bedankt Rens! Feedback is a gift, vindt Everts. De energietransitie gaat over complexe uitdagingen, én over de kleine verschillen. Een president-directeur zet de grote lijnen uit, én is alert op de details.

Dat doet Frans Everts privé ook. Hij let op de dingen die het verschil maken. “Privé rijd ik elektrisch. Een Mini. Mijn vrouw en ik hebben laatst ook twee elektrische fietsen gekocht.” Ook eet het gezin al jaren vegetarisch. Dat komt door zijn drie dochters, inmiddels 25, 24 en 20, die een voor een de stap maakten. “Zo ontstond een kritieke massa, waarna we allemaal vegetarisch zijn gaan eten. Bovendien is er zo veel keus om lekkere gerechten te maken. En het is beter dan vlees.”

Zijn kinderen zijn inmiddels het huis uit. Zijn oudste dochter werkt in Londen, de middelste in Amsterdam en de jongste studeert in de hoofdstad. Nu eten Frans en zijn echtgenote samen vegetarisch aan de keukentafel. Zijn vrouw werkt ook bij Shell, als vicepresident voor organisatieontwikkeling; hun ontmoeting had overigens niets met Shell te maken. Natuurlijk komen de beslommeringen op de werkvloer aan de orde. “Maar gelukkig hebben we genoeg andere gespreksstof.” 

“Het gaat niet om mij, als individu. Het gaat om mij als vertegenwoordiger van het bedrijf”

Gemêleerd beeld van Shell

Frans Everts is nu een paar maanden baas van Shell Nederland. In het fenomeen dat de eerste honderd dagen allesbepalend zouden zijn, gelooft hij niet zo. Het is gewoon een beginperiode die hij besteedt aan talloze gesprekken en ontmoetingen. Met maatschappelijke organisaties, belangenclubs, ngo’s, politici, klanten, nieuwe collega’s. Het is anders werken dan in zijn vorige baan, ervaart hij, toen hij verantwoordelijk was voor de wereldwijde externe relaties en communicatie van Shell. Hij is meer op pad en de maatschappelijke en politieke gevoeligheden zijn groot. Uitgerekend in het land met misschien wel de grootste communicatie-uitdaging ter wereld, staat hij aan het roer. “Ik zie ook het gemêleerde beeld van Shell in Nederland. Ik spreek mensen die willen dat we meer doen, die zich oprecht zorgen maken over het klimaat. En ik spreek mensen die zich zorgen maken over de beschikbaarheid en betaalbaarheid van benzine voor hun auto.”

Wat een contrast, Everts weet nog zijn eerste herinnering aan Shell, en hoe simpel die was. Hij was een jaar of zes, zeven en verzamelde stickers en munten van Shell spaaracties over de toenmalige Apollo ruimtereizen. Die hing hij aan de muur van zijn slaapkamer. Shell was vernieuwend in haar reclamecampagnes, het beeldmerk iconisch. “Er zijn weinig logo’s zo bekend als dat van Shell. Dat heeft voordelen: het staat voor kwaliteit. Aan de andere kant is het ook een symbool geworden waartegen fel wordt geageerd.”

“Tegelijkertijd denk ik dat er geen bedrijf is dat zo in gesprek is over thema’s als klimaat en energietransitie.” Everts gaat die gesprekken graag aan, al zijn ze complex. De energietransitie is ook ingewikkeld, vindt hij. “En er zit iets duaals in mensen. Als consument wil je kunnen tanken, een warme douche en op vliegvakantie. Maar als burger moeten we dat allemaal niet meer willen.” En ja, ook thuis zijn de dilemma’s onderwerp van gesprek. “Een van mijn dochters vindt het lastig dat ik bij Shell werk, en helemaal nu ik het gezicht naar buiten ben. Anderen staan er genuanceerder in, vinden soms dat we onheus worden bejegend.” De discussies met geliefde, kinderen, directe naasten helpen. “Natuurlijk, we zijn allemaal mensen. Ze beïnvloeden je en houden je scherp.” Ook zijn ouders, beiden 85, sturen hem geregeld knipsels uit de krant over ontwikkelingen rond Shell. Ze zijn gezond en bij de tijd, lezen alles, zoals Everts dat ook doet. “Ik ben een echte nieuwsjunkie. Dat heb ik van huis uit meegekregen.”

Tijd om te bouwen

Frans Everts is overtuigd van zijn opdracht. Omdat hij merkt dat een stille meerderheid ontvankelijk is voor wat hij te vertellen heeft. Everts spreekt veel mensen die zeggen: o, ik wist niet dat Shell dat doet. Ieder kwartier bouwt Shell ergens op de wereld een nieuw laadstation, bijvoorbeeld. “Ik zie genoeg kansen. We moeten blijven uitleggen wat we doen, en waarom. De kracht zit ‘m in de herhaling. En daarnaast, reëel blijven. We zijn niet alleen van de energietransitie. We zorgen ook voor de energie van vandaag. 80 procent van onze samenleving is nog op fossiele brandstoffen gebaseerd. Daar hebben we ook een rol te vervullen.”

De overtuiging wordt sterker doordat hij weet waar Shell in Nederland mee bezig is, met dingen die tastbaar zijn. “Het gaat om echte windmolens, echte laadpalen, echte fabrieken. En bestaande fabrieken zijn we aan het verbeteren. De fornuizen van de kraakinstallatie van chemiepark Moerdijk worden allemaal vernieuwd, terwijl de fabriek gewoon doordraait. Daarmee zorgen we voor 10 procent minder uitstoot van Shell Moerdijk en een reductie van 1 procent van alle emissies in Nederland. Dan denk ik: dat doen we toch maar.”

Hoe hij Nederland ziet in verhouding tot Shell wereldwijd? Op de term ‘proeftuin’ reageert Everts fel. “Een proeftuin klinkt als een experiment ergens in een hoekje van een laboratorium. Wat we hier doen, is serieus. Waterstof op de Maasvlakte, wind op zee, circulaire chemie, biobrandstof in Pernis, pijpleidingen naar Duitsland… Wij moeten laten zien dat het kan, dat het op deze schaal kan, dat het rendeert en dat dit de toekomst is. Dát is de verantwoordelijkheid die ik voel. Nu is het tijd om te bouwen.”

“Wij moeten laten zien dat het kan. Dát is de verantwoordelijkheid die ik voel. Nu is het tijd om te bouwen”

Zichtbaar en indrukwekkend

Dat bouwen gebeurt heel zichtbaar op Shell Pernis. Het is de tweede locatie die Everts wil laten zien. Rijdend van het Hofplein in de binnenstad naar de fabriekspoort op het uitgestrekte havengebied, doemt langs de A4 een compleet bouwdorp op achter het hek van de grootste raffinaderij van Europa. Eenmaal binnen heeft zo’n bouwplaats altijd iets magisch. De dynamiek, de geluiden, de puzzel van grote fabrieksdelen die op de millimeter nauwkeurig wordt gelegd. “Razend knap. Ik kan dit niet hoor, dit is werktuigbouwkunde voor gevorderden.” Everts is gul met superlatieven als hij met veiligheidslaarzen, werkpak en helm de biobrandstoffenfabriek in aanbouw bezoekt. Hier gaat Shell uit afval duurzame vliegtuigbrandstof en hernieuwbare diesel maken.

Ongelooflijk, zegt hij, over de 8.000 heipalen die de grond in gaan om de fabrieksdelen stabiel te houden, waarvan de langste zo’n 50 meter de grond in gaat. Super, over de snelle doorlooptijd van investeringsbeslissing tot operatie in 2025, slechts twee jaar. “Iedereen binnen Shell was overtuigd om dit te doen. Om een bijdrage te leveren aan de energietransitie.”

En indrukwekkend, over de voortgang die hij ziet ten opzichte van de vorige keer dat hij hier was, op een grijze dag in maart. Inmiddels is het stuk haven uitgediept en zijn de kademuren gebouwd, zodat de schepen hun plantaardige olie, dierlijke vetten of frituurolie straks kunnen leveren. Flexibiliteit is ook belangrijk, benadrukt hij, om te kunnen switchen van type voeding als de markt of de maatschappij erom vraagt. Dat heeft hij geleerd uit zijn tijd als inkoper. “Dat is het mooie: we gebruiken onze kennis, en die zetten we in voor een heel nieuwe grondstof. Dit soort projecten, op deze schaal, daar zijn we als Shell uniek in. We kunnen onszelf opnieuw uitvinden.”

Nieuwe rol in de schijnwerpers

Zijn nieuwe rol is er een in de schijnwerpers. Dat is wennen, zeker, maar Everts vindt het leuk om op het podium te staan. “Jammer dat het soms vanuit een defensieve houding moet.” Belangrijk is om het niet persoonlijk te maken, houdt hij zich voor. Frans Everts ziet zichzelf als een evenwichtig persoon. Hij raakt niet snel in paniek. Evenmin is hij een man van grote gebaren. “Over het algemeen blijf ik vrij stabiel en neutraal. Toneelspelen lukt me ook niet. Je kunt deze baan alleen doen als je er echt in gelooft.” Natuurlijk zit er spanning op de discussie over de energietransitie. “Maar het gaat niet om mij, als individu. Het gaat om mij als vertegenwoordiger van het bedrijf.” Laatst sprak hij een iemand van Greenpeace. Ze hadden een goed en persoonlijk gesprek. “Ze zei iets raaks: ‘Gesprekken mogen hard zijn op de inhoud, maar zacht op de persoon.’ Helemaal eens. Met name op de social media zie ik dat de discussie verhardt. Dat is zorgelijk.”

“Dit soort projecten, op deze schaal, daar zijn we als Shell uniek in. We kunnen onszelf opnieuw uitvinden”

Inclusief en sportief

Terug in de auto richting het kantoor in Den Haag moet hij bekennen dat de momenten waarop hij en zijn vrouw op hun nieuwe fietsen een ontspannen tochtje maken schaars zijn. Vrije tijd sowieso. Wel sport Everts gedisciplineerd. Dat komt door zijn vrouw, die heel sportief is, geeft hij haar de credits. “En ik laat me meeslepen.” Vijf tot zes keer in de week gaat hij gedwee, het liefst in de vroege ochtend of aan het begin van de avond, als stok achter de deur om tijdig de werkdag af te sluiten. Everts fitnest en doet aan pilates. Onlangs ontdekte hij padel, een mooie racketsport, omdat er veel tactiek bij komt kijken. Voetballen doet hij al lang niet meer, maar dat was wel altijd zijn sport. “Ik begon als rechtshalf, zakte later af naar centraal achterin, Beckenbauerstijl. Ik houd graag het spel voor me.” Met name de jongste dochter heeft fanatiek gevoetbald, met haar vader steevast langs de lijn. “Altijd. Ik denk dat ik van de 500 wedstrijden er 497 heb gezien.”

“Kijk, dat vind ik een mooie boodschap, op die opslagtank.” Frans Everts maakt via een levensgrote regenboogvlag op een van Shells opslagtanks langs de snelweg een behendig bruggetje richting een van de speerpunten van het bedrijf die hij graag nog aanstipt: inclusie en diversiteit. “Het is onze ambitie om een van de meest inclusieve en diverse bedrijven ter wereld te worden. Daar zijn we nog niet.” Er zijn veel initiatieven voor minderheidsgroepen en mensen met een beperking bij Shell. Ook het aandeel vrouwen op de kantoren, de werkvloer, op de benzinestations, in het management en in de board wordt steeds groter, weet hij.

Missie geslaagd?

Wanneer zijn missie als president-directeur van Shell Nederland geslaagd is? Dat is klip en klaar. Als de projecten waar Shell de komende jaren zo hard aan bouwt draaien én commercieel succesvol zijn door steeds meer klanten die voor schonere producten kiezen. “Dan kunnen we aan de volgende reeks projecten beginnen. Ik kan er niet voor zorgen dat je een elektrische auto koopt. Maar als jij die keuze maakt, staan wij voor je klaar. Dan moeten we zorgen voor de meeste laadpalen. Hetzelfde geldt voor vliegen en biobrandstof, en voor vrachtvervoer en waterstof.” Daarnaast hoopt Everts dat meer mensen gaan inzien en vooral merken dat Shell echt aan de slag is. Zelfs breder: “Ik zou wel een grotere waardering willen voor de industrie. Die staat in Nederland in een negatief daglicht. Onterecht, vind ik, want ik denk dat juist de industrie voorop kan lopen in de vergroening van ons land.”

Tot slot, en daarmee eindigt Everts toch bij zijn geboortegrond, wil hij dat de situatie in Groningen ten positieve keert. De van geboorte Groninger heeft er gestudeerd, kent de regio en de dorpen en heeft affiniteit met het gebied. Als student bedrijfskunde voetbalde hij er, op zondagochtend, uit tegen Loppersum bijvoorbeeld, of Bedum. “Ik vind het belangrijk om nu ook vaak in Groningen te zijn. Om te begrijpen waar je het over hebt.” Ernstig stelt hij: “We moeten het gebied goed achterlaten, maar vooral een belangrijke rol spelen in de toekomst van Groningen. We laten streekbussen rijden op waterstof, in Groningen verduurzamen we wijken, in Emmen gaan we aan de slag, we hebben plannen met waterstof...”

Ook voor Groningen geldt voor Everts dat hij met Shell wil bouwen aan dingen die echt zijn.

Meer Shell

Venster

Venster is het Nederlandstalige kwartaalmagazine van Shell Nederland. Met gesprekken met senior leaders, wetenschappers en beleidsexperts binnen en buiten Shell, en diepteverhalen.

NAM-platform bij Ameland volledig op groene stroom

Vlak voor de kust van Ameland is de gaswinning in transitie. NAM-platform AWG is als één van de eerste op de Nederlandse Noordzee volledig elektrisch op groene stroom. Dat scheelt jaarlijks 62.000 ton aan uitstoot van CO₂. En daar komt de vermeden uitstoot van stikstof bovenop. Maar spannend was het wel.

Er bestaat geen handboek

Peter Kerekgyarto, Shells landenbaas in Oekraïne, vertelt over het jaar dat "een emotionele achtbaan" werd.