aardwarmte

Energietransitie is warmtetransitie

Hoe gaan we straks onze huizen verwarmen? En wie gaan straks als eersten hun cv ketel omwisselen voor een aansluiting op het warmtenet? En waar komt die warmte dan vandaan? De gemeenten krijgen een sleutelrol.

Door Erik te Roller op 21 nov 2019

Veel mensen in Nederland willen graag hun huis duurzaam gaan verwarmen, maar zonder daar veel extra voor te betalen. In die zin vormt de zogeheten warmtetransitie als onderdeel van de energietransitie een grote uitdaging. De technieken zijn er al, maar om ze op een acceptabele manier toe te passen is er nog veel te bediscussiëren, te regelen en te doen. Dat zal op een democratische manier moeten verlopen. Vandaar dat de gemeenten de regie krijgen over de aanleg van warmtenetten, die hun 'voeding' krijgen van bijvoorbeeld aardwarmte.

Er staat heel wat te gebeuren. "In de komende jaren zullen in het kader van de warmtetransitie gemiddeld 75.000 woningen per jaar een aansluiting op een warmtenet moeten krijgen", vertelt Meindert Smallenbroek, directeur Warmte en Ondergrond bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Hij is onder meer verantwoordelijk voor het beleid voor de warmtetransitie in Nederland, dat wil zeggen de overschakeling op een warmtevoorziening op basis van duurzame bronnen, zoals aardwarmte.

“Om het winnen van aardwarmte op grote schaal mogelijk te maken, zijn we bezig de Mijnbouwwet te wijzigen. Die krijgt een aparte paragraaf over geothermie, omdat aardwarmte iets anders is dan aardgas of aardolie”, zegt Smallenbroek. “Na een succesvolle proefboring naar aardgas zet je op de put bij wijze van spreken een kurk en vraag je een exploitatievergunning aan voor die put. Als je die na verloop van tijd krijgt, haal je de kurk er weer af en kun je gaan produceren. Bij geothermie moet je na het boren meteen gaan produceren, anders verstopt de boel en kun je weer opnieuw beginnen. De wetswijziging maakt het mogelijk om na een geslaagde proefboring snel aan een vergunning te komen voor het gebruik van aardwarmte. Deze wetswijziging ligt op het moment ter consultatie voor aan diverse betrokken partijen.”

Het Klimaatakkoord, dat de regering voor de zomer heeft gepresenteerd en dat tot 2030 loopt, is het kompas waarmee EZK werkt. Smallenbroek: “Bij de warmtetransitie zijn we op het ogenblik vooral gericht op de gebouwde omgeving, die we met een aantal instrumenten stimuleren. We doen dit in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat gaat over bouwen en wonen, zoals de eisen voor de energieprestaties van nieuwe woningen en de aanpak om bestaande wijken aardgasvrij te maken. EZK gaat over de energieregelgeving, waaronder de Mijnbouwwet en de Warmtewet.”

"Elk warmtenet kun je zien als een puzzelstukje op wijkniveau, dat weer moet passen in de grote puzzel van een dorp of stad, die op zijn beurt weer moet passen in het plan van de energieregio"

Meindert Smallenbroek

Warmtewet

De Warmtewet schrijft voor hoe overheid en marktpartijen met warmtenetten moeten omgaan. In de steden zijn de warmtenetten van monopolisten, die zowel eigenaar van een warmtenet zijn als leverancier van warmte. De Warmtewet is er vooral om de consument te beschermen, zodat die niet te veel voor de warmte betaalt en verzekerd is van een onverstoorde levering ervan. “Ook deze wet passen we aan. De consumentenbescherming blijft. Wat erbij komt, is dat gemeenten de regie krijgen over de aanleg van nieuwe warmtenetten. Zij wijzen de plaatsen aan waar warmtenetten moet komen. Hun keuzes hangen dan weer samen met de Regionale Energie Strategieën, die in dertig energieregio’s in Nederland zullen verschijnen”, licht Smallenbroek toe. “Elk warmtenet kun je zien als een puzzelstukje op wijkniveau, dat weer moet passen in de grote puzzel van een dorp of stad, die op zijn beurt weer moet passen in het plan van de energieregio.” Ook bepaalt de gemeente in een stad of dorp hoeveel huizen en gebouwen voor 2030 van het aardgas af gaan. Het ligt voor de hand daar te beginnen, waar de gasleidingen in de grond verouderd en aan vervanging toe zijn. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hiermee - in samenwerking met andere partijen, zoals netbeheerders en energiebedrijven - aan de slag zullen gaan.

“Natuurlijk zullen er mensen zijn die liever op aardgas blijven stoken, maar voor enkele woningen in een wijk kun je geen gasleidingnet in stand houden, dat is veel te duur. De consument heeft in dat geval geen keus. Dat is best ingrijpend, want het gaat tenslotte over je eigen huis, waarin je je veilig moet kunnen voelen. Daarom zijn dergelijke beslissingen alleen op een democratische manier te nemen, door de gemeenteraad dus. Daar zijn alle betrokken partijen het over eens, ook de netbeheerders.”

Meer betalen

Gaan mensen straks niet te veel betalen voor elektriciteit en warmte? Smallenbroek: “Het is goed dat daarover een debat is, want uiteindelijk moet er voldoende draagvlak zijn voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Als iemand zegt ‘de mensen mogen niet te veel betalen’, dan is mijn vraag ‘ten opzichte van wat’? Ook als we helemaal niets doen, zullen de energielasten oplopen, omdat bestaande energiebronnen steeds schaarser worden. Daarom kun je beter vragen ‘wat kost de warmtetransitie en wat levert ze op’? Ze kan ook een impuls geven aan de werkgelegenheid. Ook kan ze ervoor zorgen dat we straks minder gas uit het buitenland importeren, zodat we meer geld overhouden om in Nederland te investeren.”

Uitgaande van het Klimaatakkoord zullen 1,5 miljoen woningen in 2030 het zonder aardgas moeten stellen. Het eerste doel van de warmtetransitie is om de helft van die woningen op warmtenetten aan te sluiten, dat komt neer op gemiddeld 75.000 woningen per jaar. Daarvoor moeten er heel wat warmtenetten bij komen. Maar de infrastructuur van een warmtenet zegt nog niets over de herkomst van de warmte. Daarom is het tweede doel van de warmtetransitie de warmte zo duurzaam mogelijk op te wekken.

Een leverancier van warmte streeft naar leveringszekerheid, lage kosten en een zo laag mogelijke CO₂-uitstoot. Hij probeert daartussen een gulden middenweg te vinden. Maar vertraagt dat niet juist de overgang naar duurzame warmte? Smallenbroek: “Bij de bestaande Warmtewet moet de leverancier aangeven hoeveel duurzame warmte hij inzet. De nieuwe Warmtewet zal eisen dat een bepaald deel van de warmte duurzaam is, een deel dat in de loop van de jaren zal oplopen. Uiteindelijk moet de warmtevoorziening in 2050 CO₂-neutraal zijn.”

Onder duurzame warmte verstaat hij warmte die niet is opgewekt met gebruikmaking van fossiele bronnen. Restwarmte van de industrie is dat wel. “Die is tijdelijk in te zetten ten behoeve van een efficiënter energiegebruik en daardoor een lagere CO₂-uitstoot, maar het einddoel is een CO₂-neutrale energie- en grondstoffenvoorziening. We kunnen echter niet van de ene op de andere dag overschakelen op duurzame warmte. Daarom spreken we ook van een transitie”, legt Smallenbroek uit.

“In de praktijk geeft de gemeente straks aan ‘dit willen we in die en die wijk onder die en die voorwaarden en jij moet het gaan uitvoeren’. Dat kan resulteren in een opdracht aan een privaat of publiek bedrijf. De gemeente kan ook zelf aan de slag gaan, zoals de gemeenten Purmerend en Rotterdam al hebben gedaan.”

Het toepassen van aardwarmte vraagt nog nieuwe kennis en innovatie. Daarom heeft het ministerie van EZK Energie Beheer Nederland (EBN) aangewezen om te participeren in geothermieprojecten, net zoals deze organisatie al jaren namens de staat deelneemt in de olie- en gaswinning.

Voor aardwarmte is een deel van de ondergrond in Nederland, dankzij de olieen gasexploratie, al in kaart gebracht. EBN brengt voor 2023 de rest van Nederland in kaart en vooral het gebied tussen Haarlem en Nijmegen. Hier bevinden zich grote stedelijke agglomeraties, die veel baat zullen hebben bij aardwarmte. EBN zal ook deels betrokken zijn bij de uitvoering van geothermieprojecten.

Twee doelen

Smallenbroek: “Voor aardwarmte loopt nu een programma met twee doelen: het verbeteren van de professionaliteit van de partijen die betrokken zijn bij de exploratie en het versnellen van de inzet van aardwarmte. Er zijn nu twintig doubletten, oftewel plaatsen voor het winnen van aardwarmte op twee à drie kilometer diepte. Het streven is om in 2050 over vele honderden doubletten te beschikken.”

Voor het stimuleren van aardwarmtegebruik is er de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+). Die vergoedt de zogenoemde 'onrendabele top', het verschil in productiekosten tussen aardwarmte en bijvoorbeeld gaswarmte per kilojoule. “De regeling gaat nu SDE++ heten, zodat die ook het toepassen van technieken met een lagere CO₂-uitstoot stimuleert. Maar het gaat niet alleen om subsidie. De aangepaste Mijnbouwwet en Warmtewet bepalen in het kader, waarbinnen aardwarmte zich kan ontwikkelen. Hiermee geven die wetten helderheid voor marktpartijen die willen investeren. Deze wetten vormen dus op zich al een stimulans voor het gebruik van aardwarmte”, stelt Smallenbroek.

Naast de nieuwe wetten en de SDE-subsidie draagt EZK ook bij aan onderzoek en ontwikkeling op het gebied van warmtetransitie in onder meer de topsector Energie. Daarnaast is er het Expertise Centrum Warmte, dat gemeenten onafhankelijk adviseert over de warmtetransitie voor woningen en gebouwen. “Het is een illusie te denken dat we de transitie helemaal vanuit Den Haag kunnen regelen. De warmtetransitie kan alleen een succes zijn als de hele samenleving meedoet”, aldus Smallenbroek.

Alle innovaties zijn er al

Hij constateert, dat alle innovaties voor een warmtetransitie in de gebouwde omgeving al praktisch aanwezig zijn. “Kijk maar naar de nieuwbouw. Daar zie je dat het niet erg ingewikkeld is om klimaatneutrale woningen te bouwen. Het gaat er nu om die innovaties ook op een acceptabele manier toe te passen in bestaande wijken. De sociale acceptatie vormt hierbij de grootste uitdaging, want met de warmtetransitie kom je in feite bij iedereen achter de voordeur en draait alles om de vraag ‘hoe gaan we dit met elkaar doen’.”

Smallenbroek ziet dit als stadvernieuwing 2.0. “In de jaren zeventig en tachtig zijn veel wijken opgeknapt, maar al gauw bleek dat ze daarna snel weer verloederden. Het inzicht brak door dat tegelijkertijd ook sociale, economische en culturele vernieuwing nodig zijn. In de laatste decennia hebben gemeenten en Rijk daar met succes aan gewerkt. Er zijn geen wijken meer, waar je niet kunt komen. In dat opzicht vormt de stadvernieuwing een zeer goede leerschool en inspiratiebron voor het uitvoeren van de warmtetransitie.”

Meer Venster

Energietransitie is warmtetransitie

Hoe gaan we straks onze huizen verwarmen? En wie gaan straks als eersten hun cv-ketel omwisselen voor een aansluiting op het warmtenet? En waar komt die warmte dan vandaan? De gemeenten krijgen een sleutelrol.

Archief

Sommige zaken zijn tijdloos. In het digitale archief van Venster zitten alle papieren nummers van de afgelopen jaren tot heden.