klmgtl

Meer lucht aan de grond

Schiphol is een stukje schoner. Vanaf medio juni rijden nagenoeg alle grondvoertuigen op Schiphol op Shell GTL Fuel. De lokale emissies zijn hierdoor lager. Een verademing voor het personeel werkzaam op de platforms rondom de vliegtuigen. Hamburg Airport en Kopenhagen Airport gingen Schiphol al voor.

Door Carolien Terlien op 07 jun 2019

“Elke vliegtuigmaatschappij wil dat haar vliegtuigen zo veel mogelijk in de lucht zijn”, zegt Gerwin te Hennepe van KLM Equipment Services (KES), verantwoordelijk voor het onderhoud van het merendeel van het rijdende grondmaterieel op Schiphol. “De omdraaitijd, de periode dat een toestel aan de grond blijft, moet zo kort mogelijk zijn. Het grondvervoer speelt daarbij een sleutelrol. Het laden, lossen, schoonmaken, bevoorraden en tanken is een uitgekiende logistieke operatie met een schaal die voor een buitenstaander moeilijk voor te stellen is.”

In 2018 reisden 71 miljoen passagiers - met dagelijks 120.000 stuks bagage - naar of via Schiphol Amsterdam Airport. Daarmee is het de derde grootste luchthaven van Europa. Ook qua vrachtvolume neemt Schiphol de derde positie in.

Geoliede machine

Geoliede machine

In totaal rijden op Schiphol vierduizend voertuigen die zorgen dat de luchthaven 24 uur per dag, zeven dagen per week, optimaal kan functioneren. Zodra een toestel is geland, komt een bonte verzameling aan rijdend materieel in actie. Als eerste verschijnt een zogenoemde Ground Power Unit (GPU), een dieselmotor met een generator, die het vliegtuig tijdelijk voorziet van stroom. Dan is het niet lang wachten tot de eerste dieseltrekkers met bagagekarretjes en dollies aan de slag gaan met het laden en lossen van koffers en vracht. Gevolgd door schoonmaakploegen, cateringtrucks, water- en toiletwagens en tankwagens die het toestel aftanken met kerosine. Bij intercontinentale vliegtuigen komen de loaders in actie, voertuigen die complete containers met bagage en vracht in de laadruimte schuiven. Een pushback-trekker helpt met het weer achteruitduwen van het toestel bij het vertrek. In de winter, als de temperatuur richting vriespunt zakt, komt daar nog een extra handeling bij: vier grote de-ice trucks met hoogwerkers spuiten vlak voor take-off verwarmde vloeistof, een mix van water en glycol, op de vliegtuigen om ze te ontdoen van sneeuw en ijs. 

“Vanaf een afstandje lijkt het misschien een ongeorganiseerde mierenhoop, maar het is een geoliede machine en iedereen kent zijn taak”, vertelt Te Hennepe. “Zonder al die voertuigen die af en aan rijden, zou het hele logistieke proces stilvallen en geen vliegtuig op tijd vertrekken.” En al die vierduizend voertuigen - waarvan zestig procent van KLM is - hebben ook brandstof nodig. Op jaarbasis gaat het om tien miljoen liter brandstof. Dit komt neer op dertigduizend liter per dag.

Betere luchtkwaliteit

KLM Equipment Services is een van de brandstofleveranciers op Schiphol. KES heeft een tankstation op de luchthaven zelf. Dat heeft meerdere pompen, waaronder ook hogesnelheidspompen. Daarnaast heeft KES op Schiphol drie tankwagens rijden die een aantal voertuigen - die zelf niet naar de pomp kunnen komen, zoals de GPU’s en generatoren - mobiel aftanken. “Schiphol is relatief klein. Er opereren veel voertuigen op een klein oppervlakte. Sommige grote voertuigen wil je vanwege de grootte of vanuit veiligheidsoverwegingen liever niet bij je tankstation hebben, zoals de loaders, de grote tankwagens en pushback-vliegtuigtrekkers. In dat geval komen de tankwagens naar je toe met de brandstof.”

Medio juni is de operationele vloot op Schiphol overgestapt van Shell Fuelsave Diesel naar Shell GTL Fuel. De belangrijkste reden voor de overstap op GTL is de lagere uitstoot van lokale emissies. “Veel personeel dat werkzaam is op de platforms klaagde over rook en roet. Veel voertuigen die zich rond de vliegtuigen verzamelen tijdens de stops, draaien stationair. Ze zijn eigenlijk continu aan het werk in de vieze stoffen. We zijn zelfs zo ver gegaan, dat we de uitlaat van de GPU hebben uitgerust met een langere uitlaat. Maar toen kregen we klachten van de cateringdienst over de stank - die op grotere hoogte werkt.” GTL verbrandt een stuk schoner dan conventionele diesel; hierdoor is er minder lokale uitstoot, minder zichtbare zwarte rook en minder stank. “De lokale luchtkwaliteit is flink verbeterd, en daarmee het welzijn van ons personeel”, zegt Te Hennepe.

GTL

GTL (Gas to Liquid) is een synthetische, vloeibare brandstof gemaakt van aardgas. Het omzetten van gas in vloeibare brandstof is een complex chemisch proces, voor het eerst ontwikkeld in 1920 door de Duitse chemici Fisher en Tropsch. Sinds 1970 werkt Shell aan de optimalisering van dit zogenoemde SMDS-proces. In 1993 produceerde Shell voor het eerst GTL op commerciële schaal in Bintulu in Maleisië. Een tweede GTL-installatie volgde in Qatar, in samenwerking met Qatar Petroleum. Pearl Qatar is ’s werelds grootste GTL-fabriek, met een capaciteit van 140.000 vaten GTL-producten per dag.

GTL verbrandt schoner dan conventionele diesel uit aardolie en produceert daardoor minder lokale uitstoot - stikstofoxiden (NOx) en zwaveloxiden (SOx) - en minder zichtbare zwarte rook (fijnstof). De brandstof is zonder aanpassingen toe te passen in nieuwe en oudere zware dieselmotoren. In Nederland bedraagt de afzet van Shell GTL Fuel jaarlijks 85 miljoen liter, vooral op de zakelijke markt. Er zijn 38 verkooppunten waar particulieren GTL kunnen tanken.

Mooie 'bijvangst'

De tweede reden om te kiezen voor GTL heeft te maken met het dichtslibben van de roetfilters van de dieselmotoren, waardoor de voertuigen soms op onverwachte momenten dreigen uit te vallen. “Dit probleem heeft specifiek te maken met de omstandigheden op een luchthaven”, legt Te Hennepe uit. “Op Schiphol geldt in verband met de verkeersveiligheid een maximale snelheid van dertig kilometer per uur, terwijl dieselmotoren eigenlijk zijn gemaakt voor hogere snelheden. Als je continu langzaam rijdt, gaat het roet zich ophopen in het roetfilter en kan je motor gaan haperen.” Dit kan je voorkomen door regelmatig de motor op hoge toeren te laten draaien - het zogeheten 'regenereren'. In de praktijk kwam het erop neer dat een deel van het wagenpark regelmatig een rit ging maken op de A4 . “Maar je begrijpt dat dit geen ideale oplossing is. Het schoonblazen van een roetfilter kost je algauw zo’n acht liter brandstof. Bovendien mag een groot deel van onze vloot de openbare weg niet op. Dus dat betekent meer onderhoud.”

“Wij herkennen het probleem dat Te Hennepe beschrijft”, vertelt Marcel van den Berg, Business Development Manager Shell GTL Fuel. “Ook op de luchthaven van Hamburg en Kopenhagen hadden veel voertuigen hier last van.” De Deense tankdienst loste dit op door maandelijks met elke truck twee uur lang hard op de snelweg te gaan rijden. Sinds ze zijn overgestapt op GTL gaan er geen alarmen meer af en vindt regenereren nauwelijks nog plaats. “En nu krijgen ze klachten dat de chauffeurs hun ritjes op de snelweg missen”, grinnikt Van den Berg.

“Het is bekend dat GTL schoner verbrandt dan conventionele diesel, maar dit is een mooie ‘bijvangst’ voor de problematiek met de roetfilters bij lage snelheden”, zegt Van den Berg. Jaarlijks gaat Shell tien miljoen liter Shell GTL Fuel leveren aan KLM Equipment Services, vergelijkbaar met het volume van een Shell-tankstation langs de snelweg. Daarmee is het de grootste GTL-deal met één klant wereldwijd. Vijf tankwagens rijden wekelijks vanuit de GTL-depots in Pernis en Arnhem richting Schiphol voor de bevoorrading van de vier ondergrondse tanks. De productie van de GTL vindt plaats in Qatar; de brandstof gaat met tankers naar Europoort.

Blij met GTL

KLM Equipment Services en het personeel zijn blij met de komst van GTL. Volgens Te Hennepe een belangrijke stap in het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van een grote groep medewerkers. “GTL zorgt ervoor dat we vandaag de dag al wat kunnen doen aan lokale emissie. We beschouwen het als een echte transitiebrandstof. Op de lange termijn is het streven om de vloot verder te verduurzamen en te elektrificeren. Maar die stappen kosten tijd.” KLM en Schiphol Amsterdam Airport streven naar een CO₂-neutrale bedrijfsvoering aan de ‘platformzijde’ in 2030.