Cardissa Ship

Maritieme mijlpaal

Bunkerschip Cardissa heeft begin oktober, midden in het uitgestrekte Rotterdamse havengebied, voor het eerst de op LNG-varende tanker Gagarin Prospect voorzien van vloeibaar aardgas. De scheepvaart gaat voor schoner.

Door Rob van ’t Wel - Beeld: Jiri Buller op 11 jan 2019

De Russische kosmonaut Youri Gagarin was in 1961 de eerste man in de ruimte en de eerste mens die een ronde om de aarde maakte. Als 57 jaar later tanker Gagarin Prospect een plekje in het uitgestrekte Rotterdamse havengebied zoekt, is een nieuw historisch feit in de maak. Minder spraakmakend dan toen, maar voor de maritieme wereld en voor Rotterdam toch zeker een mijlpaal.

Afgelopen 4 oktober meert LNG-bunkerschip Cardissa van Shell naast de Gagarin Prospect, de eerste LNG-aangedreven olietanker ter wereld. Het onder Liberiaanse vlag varende Russische schip is zojuist aangekomen met een lading ruwe olie.

Een dubbele primeur staat op het punt gevierd te worden. Voor het eerst zal in de Rotterdamse haven vloeibaar aardgas overgeslagen worden, van schip naar schip. Voor het eerst zal Shell een tanker van de Russische rederij Sovcomflot beleveren met LNG (Liquid Natural Gas). De een jaar oude Cardissa kan 6.500 kubieke meter LNG vervoeren. De twee opslagtanks van de Russische tanker hebben ieder een inhoud van 850 kubieke meter.

Transitie

De geslaagde belevering van de Russische tanker illustreert de transitie die langzaam plaatsvindt in de scheepvaart. Na jarenlang internationaal gesteggel is de koers verlegd naar brandstoffen met een lagere belasting voor het milieu. Vanaf 2020 worden internationaal scherpere milieueisen voor de scheepvaart van kracht die de uitstoot van zwavel, en dus het gebruik van zware stookolie, aan banden leggen.

Dat LNG nu van schip tot schip te leveren is, is een logistieke doorbraak voor het schonere alternatief. Overstappen naar LNG is mogelijk geworden voor schepen die niet gebonden zijn aan vaste routes of tijdschema’s.

Maar zal daarvan gebruik gemaakt gaan worden? Sergey Frank, president en CEO van Sovcomflot denkt van wel. “SCF Group deelt met Shell het vaste voornemen om de milieugevolgen van het vervoer van energiedragers te beperken. Dat was de aanleiding voor ons ‘Green Funnel’ en sinds april 2015 hebben we op allerlei manieren nauw samengewerkt met Shell om dit project tot een succes te maken. Het eerste tastbare resultaat was het in de vaart nemen van de eerste aframax-tanker die LNG als primaire brandstof zou gebruiken, de Gagarin Prospect. Haar komst en de eerste bevoorrading met LNG door het Shell-bunkerschip Cardissa luidt een nieuw tijdperk in van een duurzamere en milieuvriendelijkere scheepvaart. Dat geldt in het bijzonder voor de drukbevaren Oostzee en Noordzee, waar onze ‘groene aframaxen’ zullen opereren. Wij verheugen ons op een mooiere en schonere toekomst, naarmate steeds meer schepen zullen kiezen voor LNG als primaire brandstof en de daarbij behorende LNG-infrastructuur in de belangrijkste havens van de wereld.”
Grahaeme Henderson, Vice President Shell Shipping and Maritime onderschrijft de zienswijze van de Russische reder. “Deze spannende, unieke gebeurtenis voor de Cardissa is een praktische illustratie van het streven van Shell naar toepassing van LNG als een schonere en rendabele brandstof voor de scheepvaart.”

Stimulans

Rotterdam, een van de belangrijkste bunkerhavens van de wereld, wil bij de opmars van LNG als scheepsbrandstof een stimulerende rol spelen. “De haven van Rotterdam hecht veel waarde aan een duurzamere transportsector en ondersteunt dat streven actief”, aldus president-directeur Allard Castelein van het Havenbedrijf Rotterdam. “Dankzij de samenwerking met partijen zoals Shell en Sovcomflot lopen we voorop in deze transitie. Vergeleken met andere brandstoffen biedt LNG aanzienlijke voordelen voor de lokale luchtkwaliteit en draagt het bij aan de beperking van broeikasgassen.”

Het Havenbedrijf Rotterdam stimuleert de verduurzaming van de scheepvaart met kortingen voor schepen die minder milieu­belastend zijn. Die korting op havengeld, zeg maar het ‘parkeergeld’ voor schepen aan de kade, kan variëren van zes tot dertig procent.

Die korting op zeehavengeld gaat ook gelden voor het zusterschip de Samuel Prospect, de Sovcomflot-tanker die in 2019 in de vaart komt. Shell chartert dit schip langdurig, net zoals de Gagarin Prospect. Niet voor niets is het zusterschip vernoemd naar Sir Marcus Samuel, de oprichter van Shell Transport & Trading.
Beide tankers van Sovcomflot zullen voornamelijk actief zijn op de Baltische Zee en op de Noordzee. De Russische rederij laat meerdere, nieuwe, onder regie van het Koreaanse Hyundai Heavy Industries te bouwen tankers uitrusten met LNG-motoren. Shell zal alle, in totaal zes, bestelde olietankers voorzien van Shell Marine LNG Fuel.

Daar blijft het niet bij. Het energieconcern heeft ook twee, door LNG voortgedreven aframax-tankers langdurig gecharterd van het in Singapore gevestigde AET (American Eagle Tankers). Deze twee schepen gaan vanaf de jaarwisseling ruwe olie en olieproducten vervoeren op de Atlantische oceaan.

 

Het ijskoude alternatief

Door aardgas af te koelen tot ongeveer -162 graden Celsius ontstaat Liquid Natural Gas (LNG). Het volume van LNG is ongeveer zeshonderd keer kleiner dan van aardgas bij normale temperatuur en druk. Op die manier kan heel veel gas in de tank, die dan tevens werkt als ‘thermoskan’, want het geurloze en transparante LNG moet natuurlijk wel koel blijven. LNG is bezig aan een opmars in de scheepvaart omdat het lokaal minder milieubelastend is dan de veelgebruikte alternatieven zoals diesel en stookolie. LNG is daardoor als transportbrandstof te gebruiken in kustgebieden waar stookolie niet langer toegestaan is. Shell is al meer dan vijftig jaar actief in de productie en verkoop van LNG.

Cardissa Ships

Aframax

De scheepvaart kent gebruiken en benamingen die een buitenstander makkelijk in verwarring brengen. De typering ‘aframax’ bijvoorbeeld heeft helemaal niets te maken met Afrika, maar gaat over scheepstype en omvang. Het is een acroniem van Average Freight Rate Assessment maximum wat zich richt op het gemiddelde draagvermogen van specifiek een tanker van tussen de 80.000 tot 120.000 ton.

De indeling naar draagvermogen is ontwikkeld om belastingredenen. Grote schepen werden als groot belast, ook al konden ze door geringe dieptes van met name Amerikaanse haven hooguit halfvol binnen varen. In de jaren tachtig raakte deze systematiek in onbruik, maar het scheepstype aframax is blijven bestaan.