Ook toen vond een transitie plaats: van plantaardige olie en walvistraan naar lampolie uit aardolie. Na een brand in Bordeaux en Antwerpen werd onder druk van de bevolking de berging van lampolie naar buiten de grenzen van de stad verplaatst. Voor de opslag werd in 1868 een oplossing gevonden door het eerste ‘Petroleum Entrepot’ te openen in Amsterdam-Noord. Een jaar later werden al ruim 70.000 vaten petroleum aangevoerd. Sinds de ingebruikname van het Noordzeekanaal in 1876 groeide het gebied uit tot het grootste industrieterrein van Amsterdam. Er kwam ruimte voor zware industrie, scheepsbouw en petrochemische industrie. 

Bataafsche STCA
Het eerste laboratorium op het terrein van de Dordtsche Petroleum Maatschappij** aan de Noorder IJ-oever.

In 1914 vestigde de Bataafsche Petroleum Maatschappij* het eerste laboratorium op het terrein van de Dordtsche Petroleum Maatschappij** aan de Noorder IJ-oever. Inclusief een proeffabriek met destilleerruimte met negen man personeel. Uiteindelijk groeide het totale grondoppervlak van het Shell laboratorium uit tot 27 hectare.

In 1929 was het lab al uitgegroeid tot ongeveer 300 personen en er ontstond een Shell-terrein waar kantoren, laboratoria en werkplaatsen werden gebouwd. Van de crisis in de jaren dertig had Shell relatief weinig last. Na een kortdurende inkrimping, groeide de populatie in 1940 tot meer de 1300 personeelsleden. Hoewel tijdens de Tweede Wereldoorlog de Nazi-bezetter probeerde grip te krijgen op de resultaten van het weinige werk op het laboratorium, wist de toenmalige directeur dit te voorkomen. Het laboratorium hielp de nood van medewerkers en stadsgenoten te verminderen. Bijvoorbeeld door op het proefveld verbouwde aardappelen en groenten uit te delen.

Luchtfoto Koninklijke Shell Laboratorium Amsterdam (KSLA) omstreeks 1970

De ontwikkelingen op chemisch en technologisch gebied gingen na de bezettingsjaren razendsnel. In 1949 werd het laboratorium hernoemd tot Koninklijke Shell Laboratorium Amsterdam (KSLA). In 1954 nam het KSLA als eerste Nederlandse bedrijf een elektronische rekenmachine in gebruik.  4000 Radiobuizen, 2500 condensatoren, 15.000 weerstanden, 10 kilometer draad en 100.000 soldeerplaatsen: de Miracle. Deze reus besloeg een hele zaal en kon in een handomdraai berekeningen uitvoeren waar voorheen mensen dagenlang mee bezig waren.

De schaalverkleining van experimenten als gevolg van de computer en de toenemende automatisering vormden samen met de wens om makkelijker samen te werken de aanleiding voor de bouw van een nieuw technologiecentrum. De gelijktijdige plannen van de gemeente Amsterdam voor de ontwikkeling van de noordelijke IJ-oever creëerde aan het begin van dit millennium de mogelijkheid voor verkoop van 20 van de 27 hectare van het Shell-terrein. In totaal werden 42 van de 45 gebouwen gesloopt.

In 2009 is het nieuwe onderzoekscentrum vol met laboratoria, werkplaatsen, testhallen en kantoren in gebruik genomen. Het Shell Technology Centre Amsterdam (STCA). Op een gemiddelde werkdag zijn er rond de 1100 personen van meer dan 50 verschillende nationaliteiten aan het werk. Een kwart is vrouw. Mannen én vrouwen hebben altijd veel kansen gekregen binnen Shell. Een mooi voorbeeld: de eerdergenoemde eerste industriële rekenmachine werd bestuurd door een vrouw.

Nu is het STCA een van de belangrijkste onderzoekscentra van Shell wereldwijd en staat technologieontwikkeling hier centraal. Dit 90.000 m² grote gebouw heeft natuurlijk ook energie nodig. Het heeft dan ook 196 zonnepanelen voor directe energievoorziening. De temperatuur wordt geregeld via ondergrondse warmte- en koudeopslag samen met warmtepompen, die gebruikmaken van groene elektriciteit van Nederlandse windparken. Deze combinatie van duurzame energiesystemen zorgt ervoor dat Shells laboratorium aan het IJ in Amsterdam nagenoeg CO2-neutraal is.

* De geschiedenis van de Bataafsche gaat verder terug dan 1914. Eind 19e eeuw leidde de vondst van aardolie in het noorden van Sumatra tot de oprichting van de N.V. Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlands-Indië. In 1907 ontstond de Koninklijke/Shell Groep door samenvoeging van de belangen van de Koninklijke en het Britse Shell Transport and Trading Company. Ook de Bataafsche was hier een onderdeel van. In 1911 werd de Dortsche door aandelenruil hier ook in opgenomen.

** In 1905 kreeg de Dordtsche Petroleum Maatschappij ruim 4,5 hectare in Amsterdam-Noord in erfpacht. In 1907 en 1908 werd dit aangevuld met de aankoop van nog eens 1,5 en 4,3 hectare. De Dortsche is hier toen een paraffinefabriek begonnen, wat later naar de zuidkant van het IJ verhuisde. Later werden omringende terreinen aangekocht, zoals het zwembad Obelt in 1926, Nooddorp Erica in 1930 en de Tolhuistuin inclusief het IJ-paviljoen in 1938.

Meer Shell

Shell Technology Centre Amsterdam (STCA)

Technologie-ontwikkeling is de kern van waar het in Shell Technology Centre Amsterdam (STCA) om draait. STCA is in meer dan 100 jaar uitgegroeid tot een toonaangevend instituut. Het is een van de drie grootste onderzoekscentra van Shell wereldwijd.

Onze geschiedenis

De wortels van Shell in Nederland gaan 130 jaar terug. Sindsdien is de roodgele schelp uitgegroeid tot een wereldspeler in de energiesector. De geschiedenis laat sporen na, waar ook ter wereld. Maar het hoofdkantoor stond toen, net als nu, in Den Haag.

Venster

Venster is het Nederlandstalige kwartaalmagazine van Shell Nederland. In dit nummer een interview met Shell-CEO Ben van Beurden en het varen op biobrandstof.