
Expert energiebeleid Coby van der Linde: “De Europese industrie moet nu de vinger opsteken”
De Europese basisindustrie piept en kraakt. En die in Nederland nog wel een beetje meer. Over oorzaken en oplossingen verscheen in februari een studie van de hand van voormalig CIEP-directeur Coby van der Linde. “De Europese industrie moet nu wel de vinger opsteken hoe het kan bijdragen aan veiligheid en de energietransitie onder deze nieuwe geopolitieke omstandigheden.”
Tekst: Arnold Mulder en Rob van ’t Wel. Beeld: Coby van der Linde, Adobe Stock
Op de volgestapelde keukentafel ligt een stapeltje tijdschriften. Na wat spitwerk komt van ergens onderop de stapel een speciale uitgave van het Duitse weekblad Der Spiegel te voorschijn. Op de cover staat een wankele, uit houten blokjes opgestapelde toren, goud, zwart rood, en grofweg de vorm van de Duitse landkaart volgend.
Coby van der Linde wekt niet de indruk gemakkelijk uit het veld geslagen te worden. “Stress, man”, zegt ze terugdenkend aan die tijdschriftcover van eind januari. De eerste en inmiddels afgezwaaide directeur van het Haagse Centre for International Energy Policy (CIEP) zag de presentatie van haar eigen rapport een paar weken later in gevaar komen. Daarin beschrijft ze zorgelijke staat van de Europese en met name Nederlandse industrie.
Wankele blokkentoren
Op de cover daarvan zou eveneens een wankele blokkentoren moeten staan. En ook in de titel van de studie zit een verwijzing naar het gezelschapsspel Jenga, waarbij de speler om de beurt een blokje moeten weghalen zonder dat de toren omvalt. A game of Jenga with European Industry, the strategic value of Dutch industry in a global context hoefde echter niet te worden aangepast. De vergelijking met het wankele bouwwerk bleef beperkt tot de omslag van het Duitse tijdschrift. “En daardoor kon ik gewoon door met de titel en illustratie voor ons eigen rapport”, klinkt het nog altijd met een lichte opluchting.
Die luchtigheid geldt niet voor de staat van de industrie. Daar is de industriële Jenga-toren in Europa en Nederland inmiddels te instabiel voor. Medio februari kwam het rapport naar buiten als onderbouwing van de Industrietop van belangenvereniging VNO-NCW. Op die dag werd aandacht gevraagd voor de lastige positie van de industrie en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse economie.
Wereld niet stilgestaan
Sinds eind februari heeft de wereld niet stilgestaan. In de Rotterdamse haven hebben de eerste chemiebedrijven aangekondigd hun deuren te gaan sluiten. Wereldwijd zijn de spanningen – geo- en handelspolitiek – zeker niet afgenomen. Wat zijn daarvan de gevolgen? Moet het rapport herschreven of uitgebreid worden? Tijd dus om aan te schuiven bij de schrijver van het rapport.
Cv Coby van der Linde
- Studie Politicologie, in het bijzonder Internationale betrekkingen, Universiteit van Amsterdam
- Promoveerde in Internationale Dynamiek van de Oliemarkten, Economische faculteit, Universiteit van Amsterdam
- 1984 - 2005: verschillende functies op het gebied van Internationale Economische betrekkingen, Universiteit Leiden, in combinatie met academische functies in het buitenland
- 1998 – 2001: onderzoekswerk Instituut Clingendael in Den Haag
- 2001 – 2004: directeur Clingendael International Energy Programme, nu het Centre for International Energy Policy (CIEP)
- 2004 – 2022: parttime professor Geopolitiek en energiemanagement, Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast meerdere rollen bij bedrijven en instellingen.
- Sinds 2022: pensioen, maar nog altijd werkzaam met projecten voor CIEP

Europese industrie in lastig parket
Laten we beginnen met het begin. Waarom is de Europese industrie in zo’n lastig parket verzeild geraakt? “Wat er nu speelt is wat ze noemen een perfect storm. Dat wil zeggen dat er meerdere negatieve ontwikkelingen tegelijkertijd plaatsvinden, die elkaar ook nog eens versterken.
Denk aan de energiekosten die in Europa substantieel hoger liggen dan elders op de wereld. Met dank aan de Russische inval in Oekraïne en ook omdat we zelf bijna geen olie of gas meer winnen. Dat maakt Europa kwetsbaar en afhankelijk.
“Maar denk ook aan dumping, bijvoorbeeld vanuit China. Daar zijn de laatste jaren veel nieuwe fabrieken neergezet, maar omdat de binnenlandse economie en vraag flink is afgekoeld, vinden grote Chinese productievolumes hun weg naar internationale markten. Door het handelsbeleid van de VS komt het waarschijnlijk nog meer naar Europa voor bodemprijzen.
“En denk aan de kosten van klimaatbeleid. In Europa hebben we ervoor gekozen energieverbruik te belasten om daarmee de energietransitie te bekostigen en in Nederland hebben we boven op het Europese beleid extra kosten gelegd. In China en de Verenigde Staten ligt dat anders. Daar willen ze de kosten van de transitie juist betalen door een goed draaiende industrie.”
Waarom in Nederland allemaar erger?
Dat zet de Europese industrie op achterstand, maar hoe kan het dan in Nederland allemaal nog wat erger zijn? “Hier liggen de energiekosten echt nog een stukje hoger dan elders in Europa. Kijk alleen maar naar de stroomprijs. Afnemers betalen in Nederland echt aanzienlijk meer aan belastingen, heffingen en netwerkkosten. Dat geld is bedoeld voor verzwaring van het elektriciteitsnet. Dat is logisch, maar als je als grote industriële gebruiker daardoor veel meer betaalt dan je buitenlandse concurrent, heb je wel een probleem.
“Daar komt ook nog bij dat we in Nederland de uitstoot van CO₂ extra belasten bovenop de Europese belasting op emissies. Dat betekent dus een stapeling van extra kosten voor de Nederlandse industrie.
“En vergeet daarbij onze geografische ligging niet. Die is in principe prachtig. Niet voor niets zijn bijvoorbeeld raffinaderijen bij een diepe zeehaven en goede verbindingen via water, spoor en pijpleiding met een groot achterland, de meest efficiënte van allemaal. Maar deze bedrijven zijn tegelijkertijd ook de meest kwetsbare voor dumping.”
Heeft stoppen activiteiten ook voordelen?
Dat is somber beeld, maar is het nou zo erg dat de Nederlandse basisindustrie het zo moeilijk heeft? Het stoppen van die activiteiten heeft toch ook voordelen? Zoals minder vervuiling of technici die op een krappe arbeidsmarkt aan de slag kunnen bij bedrijven die schoner zijn?
“In een perfecte wereld zou dat helemaal niet slecht klinken. Maar helaas leven we momenteel ’in andere tijden. Je wilt niet te afhankelijk zijn van wat andere landen willen.
“Dat er door externe omstandigheden bedrijvigheid verdwijnt, is logisch en misschien ook wel gezond of onvermijdelijk in de geest van de creatieve destructie van de Oostenrijkse econoom Schumpeter. Er is ook een heleboel oude meuk in delen van Europa en als daar een keer de bezem doorheen gaat, dan is dat niet per se slecht. In de afgelopen 70 jaar zijn er al meerdere golven geweest die de industrie hebben getransformeerd, en waarbij sommige bedrijven en fabrieken zijn verdwenen.
“Maar als vernietiging ongecontroleerd is en het vermogen aantast om de energietransitie en veiligheid deels gestalte te geven, wordt het een ander verhaal. Terwijl we dit nu dreigen te zien door oneerlijke concurrentie door andere spelers en Europees en Nederlands beleid waarmee we onszelf op flinke achterstand zetten. De voordelen van creatieve destructie gaan hier wat mij betreft dus niet op.
“Daar komt nog iets bij. Het is hoe dan ook verstandig om iets van basisindustrie te laten bestaan. Het levert je namelijk de basiskennis die je nodig hebt om succesvol te kunnen innoveren.”
Politiek en herbewapening, betekenis basisindustrie
Sinds februari is op geo- en handelspolitiek vlak veel gebeurd. Importheffingen, toegenomen veiligheidsrisico’s, Brussel die 800 miljard euro vrijmaakt voor herbewapening. Wat betekent dit voor de basisindustrie?
"Ik heb de eerste weken sinds het aantreden van Donald Trump iedere dag op de website van het Witte Huis zitten lezen wat er allemaal wordt afgekondigd. Een ding weet ik zeker: hij gaat dit geen vier jaar in dit tempo volhouden. Ik zie het vooral als een poging om zich een betere onderhandelingspositie te verschaffen om de vele vormen van staatssteun in andere landen ter discussie te stellen. Hij brengt dat met het nodige theater.
“Aan de andere kant heb je de reactie vanuit de Europese Commissie. Daar kan je ook van alles van vinden, zeker de toonhoogte. Ik denk dat het verstandig is dat alle partijen de soep even laten afkoelen. Zoals we als Europa ook snel met China zouden moeten gaan praten over een echt gelijk speelveld. In feite hebben wij hetzelfde probleem als de VS met de Chinese praktijk van staatssteun aan de eigen bedrijven en het gebruiken van andere landen om maatregelen te omzeilen.
“Tegelijkertijd moet de Europese industrie nu wel de vinger opsteken. Het aangekondigde pakket van 800 miljard euro voor Europese herbewapening biedt de industrie wel kansen. Je kunt namelijk wel tanks of vliegtuigen kopen, maar dan wil je er ook mee kunnen rijden of vliegen. En onderhouden. En van munitie voorzien of beschermingstechnologie ontwikkelen, noem maar op.
“Uiteindelijk heb je daar een industriële basis voor nodig. Dat hoeft niet per land maar kan ook prima samen met een paar gelijkgestemde landen of de hele EU. Veiligheid en strategische autonomie zijn daarbij wat mij betreft leidend en dat moeten we zien te combineren met de energietransitie. Dat is ingewikkeld en vraagt tijd, maar hoeft dan ook niet allemaal al in 2030 of 2035 opgelost te zijn.”
Lees ook:
Stand van de industrie: wordt Nederland afhankelijk van het buitenland?
Coby van der Linde, expert energiebeleid"Wat er nu speelt, is wat ze noemen een perfect storm"