Direct naar de hoofd inhoud

Klimaatzaak Milieudefensie tegen Shell

In november 2024 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van 2021 van de rechtbank Den Haag vernietigd in de zaak die Milieudefensie, andere ngo's en een groep particulieren tegen Shell hadden aangespannen. Het hof erkende de concrete stappen die Shell al neemt om de uitstoot van haar activiteiten te verminderen. Shell is goed op weg om haar eigen uitstoot tegen 2030 gehalveerd te hebben. Het hof erkende ook dat een gerechtelijk bevel tegen Shell niet effectief zou zijn om de totale wereldwijde CO2-uitstoot te verminderen, aangezien andere bedrijven de verkoop van energieproducten van Shell zouden overnemen.

Originele publicatie: 5 mei 2022. Daarna geactualiseerd op: 26 mrt 2024, 30 okt 2024, 19 nov 2024, 23 jun 2025, 5 mrt 2026, 12 mrt 2026.

Waar gaat de Klimaatzaak Milieudefensie tegen Shell over?

Het gaat over de vraag of Shell een juridische verplichting heeft om de wereldwijde totale CO2-uitstoot in Scope 1, 2 en 3 die het rapporteert eind 2030 met ten minste netto 45% te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. De rechtbank legde in mei 2021 Shell een ‘zwaarwegende inspanningsverplichting’ op voor Scope 2 en 3. Op 12 november 2024 wees het gerechtshof Den Haag (het hof) in het hoger beroep de vordering van Milieudefensie tegen Shell af. Daarmee vernietigde het hof het eerdere vonnis van de rechtbank in zijn geheel, met onmiddellijke ingang. 

Wat was de uitspraak van het gerechtshof in hoger beroep?

Het hof oordeelde dat de door de rechtbank opgelegde reductiebevel niet in stand kon blijven, omdat:

  • met betrekking tot Scope 1 en 2 Milieudefensie niet kon aantonen dat het onwaarschijnlijk was dat Shell haar uitstoot tegen 2030 met 45% zou verminderen (ten opzichte van 2019), aangezien Shell deze doelstelling al grotendeels heeft bereikt: eind 2023 had Shell haar Scope 1- en 2-emissies met 31% verminderd ten opzichte van 2016 (of 29% ten opzichte van 2019); en
  • ten aanzien van Scope 3 er in de klimaatwetenschap onvoldoende overeenstemming was over een specifiek reductiepercentage waaraan een individueel bedrijf als Shell zich zou moeten houden. Verder bepaalde het hof dat een reductiebevel met betrekking tot Scope 3 niet effectief zou zijn om de totale CO2-uitstoot te verminderen, aangezien andere bedrijven de verkoop van energieproducten van Shell zouden overnemen. 

Wat gebeurde na het hoger beroep bij het hof?

Op 11 februari 2025 heeft Milieudefensie aangekondigd in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad zal beoordelen of het recht juist is toegepast en of het gerechtshof een voldoende gemotiveerd oordeel heeft gewezen. Het proces duurt doorgaans 18 maanden.

Tijdlijn en ingediende stukken

November 2025: Shell dient verweerschrift in cassatieberoep (Hoge Raad) in

Op 7 november 2025 dient Shell haar verweerschrift in, in het door Milieudefensie bij de Hoge Raad ingestelde cassatieberoep. Dit volgt op de uitspraak van het gerechtshof vorig jaar waarin de Klimaatzaak tegen Shell volledig werd verworpen.

Februari 2025: Milieudefensie in cassatieberoep (Hoge Raad)

Milieudefensie kondigt op 11 februari aan in cassatie te gaan tegen de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van november 2024 in de zaak die Milieudefensie, andere ngo's en een groep particulieren tegen Shell hadden aangespannen.

November 2024: Gerechtshof Den Haag vernietigt vonnis

Op 12 november heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van 2021 van de rechtbank Den Haag vernietigd in de zaak die Milieudefensie, andere ngo's en een groep particulieren tegen Shell hadden aangespannen.

April 2024: Hoorzittingen hoger beroep

Maart 2024: Belangrijke beleids- en wetgevingsontwikkelingen

Op 19 maart 2024, voorafgaand aan de zitting, heeft Shell een document (PDF, 9 MB)

 ingediend met daarin de belangrijkste beleids- en wetgevingsontwikkelingen sinds de indiening van haar beroepschrift op 22 maart 2022. 

April 2023: Twee partijen proberen zich te voegen in de Klimaatzaak Milieudefensie tegen Shell

Twee partijen proberen zich te voegen in het hoger beroep in de Klimaatzaak tussen Shell en Milieudefensie c.s. . Climate Intelligence Foundation ("Clintel") probeert als derde partij tussenbeide te komen om eigen claims tegen Shell in te dienen. Als dat niet wordt toegestaan door het Hof, dan wil het zich aansluiten bij het hoger beroep van Shell en het vonnis van de rechtbank Den Haag van mei 2021 aanvechten ten aanzien van de stand van de klimaatwetenschap.

Shell verzet zich ertegen dat Clintel tussenkomt of zich voegt in de Klimaatzaak, omdat Shell het niet eens is met, en afstand neemt van Clintels standpunten over klimaatwetenschap, die haaks staan op de wereldwijde wetenschappelijke consensus. Shell vindt niet dat het hoger beroep belast moet worden, of vertraagd moet worden, met een ingewikkelde discussie over de juistheid of betrouwbaarheid van de klimaatwetenschap. Dit onderwerp staat in deze procedure niet ter discussie tussen Shell en Milieudefensie c.s.

De Stichting Milieu & Mens ("Milieu & Mens") die bezorgde energiegebruikers vertegenwoordigt, wil zich ook aansluiten bij het hoger beroep van Shell om te betogen dat de uitspraak in de Klimaatzaak de energiezekerheid en betaalbaarheid negatief zal beïnvloeden. Milieu & Mens stelt verder dat een civiele procedure niet het geëigende middel is om een individuele onderneming een reductieverplichting op te leggen. Op basis van de verklaringen van Milieu & Mens in de procedure tot nu toe, is Shell van mening dat haar argumenten niet buiten Shells eigen beroepsgronden vallen en dat het feit dat Milieu & Mens zich zou voegen in de Klimaatzaak, geen onredelijke vertraging zal veroorzaken. Shell schikt zich daarom naar het oordeel van het Hof voor wat betreft de toetreding van Milieu & Mens.

Maart 2022: Shell dient hoger beroep in

Shell dient hoger beroep in (PDF, 16 MB) en stelt daarbij: “We hebben een belangrijke rol te spelen in de energietransitie en die rol nemen we serieus. Maar zelfs met een ambitieuze strategie en toonaangevende klimaatdoelstellingen binnen onze sector, zijn er aspecten in het oordeel van de rechtbank die eenvoudigweg niet haalbaar – of zelfs niet redelijk – zijn om te verlangen van Shell of een ander enkel bedrijf.”

Juli 2021: Shell bevestigt in hoger beroep te gaan

Shell bevestigt in juli 2021 in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. “We zijn het erover eens dat dringende actie nodig is en we versnellen onze transitie naar netto-nul”, zegt Ben van Beurden, op dat moment EO van Shell. “Maar we gaan in beroep omdat een rechterlijke uitspraak tegen één enkel bedrijf niet effectief is. Er is duidelijk, ambitieus beleid nodig dat fundamentele verandering in het hele energiesysteem stimuleert. Klimaatverandering is een uitdaging die zowel dringende als mondiale actie vereist; actie die de samenwerking bevordert en de coördinatie tussen alle partijen aanmoedigt.”

Mei 2021: Uitspraak rechtbank Den Haag in de Klimaatzaak Milieudefensie tegen Shell

Op 26 mei 2021 doet de rechtbank Den Haag uitspraak. De rechtbank beveelt Shell om via het concernbeleid van de Shell-groep de CO2-uitstoot eind 2030 terug te brengen tot netto 45% ten opzichte van het niveau van 2019. Ten aanzien van de toeleveranciers en afnemers geldt een zwaarwegende inspanningsverplichting, die inhoudt dat RDS via het concernbeleid van de Shell-groep haar invloed moet aanwenden, door bijvoorbeeld via het aankoopbeleid eisen te stellen aan toeleveranciers. Lees de uitspraak in deze zaak

Shell reageert: “Er is dringend actie nodig om klimaatverandering aan te pakken. Daarom hebben we onze inspanningen versneld om tegen 2050 een energiebedrijf met netto-nul uitstoot te worden, meebewegend met de samenleving, met korte termijn doelstellingen om onze vooruitgang te volgen.

We investeren miljarden dollars in koolstofarme energie, waaronder laadpunten voor het opladen van elektrische voertuigen, waterstof, duurzame energiebronnen en biobrandstoffen. We willen de vraag naar deze producten vergroten en onze nieuwe energiebedrijven nog sneller opschalen.

We zullen ons blijven concentreren op deze inspanningen en verwachten in beroep te gaan tegen de teleurstellende uitspraak van de rechtbank van vandaag.” 

December 2020: Zittingen Klimaatzaak Milieudefensie tegen Shell

April 2019: Dagvaarding

Milieudefensie en een aantal andere organisaties dagvaarden Shell. Milieudefensie c.s. eisen dat Shell minimaal en per direct haar CO2-emissies gaat reduceren met 45% in 2030 (t.o.v. 2019) en terug zal brengen naar netto nul in 2050.

Shell laat weten liever in gesprek te gaan en samen te werken aan de energietransitie dan elkaar op te zoeken in de rechtszaal. “Voor zo’n omvangrijke uitdaging als het tegengaan van klimaatverandering is per slot van rekening een gezamenlijke maatschappijbrede aanpak nodig.”

In de conclusie van antwoord (PDF, 184 kB)

 gaat Shell in op de punten van Milieudefensie c.s.

Veelgestelde vragen over de Klimaatzaak Milieudefensie tegen Shell

Deel 1: Vernietiging vonnis gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad

Wat was de uitspraak van het gerechtshof in hoger beroep?

Het hof oordeelde dat de door de rechtbank opgelegde reductiebevel niet in stand kon blijven, omdat:

  • met betrekking tot Scope 1 en 2 Milieudefensie niet kon aantonen dat het onwaarschijnlijk was dat Shell haar uitstoot tegen 2030 met 45% zou verminderen (ten opzichte van 2019), aangezien Shell deze doelstelling al grotendeels heeft bereikt: eind 2023 had Shell haar Scope 1- en 2-emissies met 31% verminderd ten opzichte van 2016 (of 29% ten opzichte van 2019); en
  • ten aanzien van Scope 3 er in de klimaatwetenschap onvoldoende overeenstemming is over een specifiek reductiepercentage waaraan een individueel bedrijf als Shell zich zou moeten houden. Verder bepaalde het hof dat een reductiebevel met betrekking tot Scope 3 niet effectief zou zijn om de totale CO2-uitstoot te verminderen, aangezien andere bedrijven de verkoop van energieproducten van Shell zouden overnemen. 

Wat gebeurde er na het hoger beroep bij het hof?

Op 11 februari 2025 heeft Milieudefensie aangekondigd in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad zal beoordelen of het recht juist is toegepast en of het gerechtshof een voldoende gemotiveerd oordeel heeft gewezen. Het proces duurt doorgaans 18 maanden.

Waarom denkt Shell dat rechtszaken tegen bedrijven weinig bijdragen aan de aanpak van klimaatverandering?

De energietransitie is een uitdaging voor de hele wereld. Om in de komende drie decennia te helpen omschakelen naar een koolstofarm energiesysteem wordt van de huidige generaties gevraagd de manier waarop energie wordt opgewekt en gebruikt te veranderen op een schaal en met een snelheid die de mensheid nog nooit heeft gezien.

We zijn het erover eens dat de wereld alleen op schonere energie kan overschakelen als we snel handelen, maar we moeten ook samenwerken. Concentratie op één bedrijf, zoals de rechtbank heeft gedaan, leidt ertoe dat anderen voorzien in de behoeften van de klanten van dat bedrijf, en niet tot een vermindering van de vraag of de uitstoot. Dit is een politieke evenwichtsoefening. Er is een doeltreffend, door de overheid geleid beleid nodig om de juiste afwegingen te maken en de manier te veranderen waarop de samenleving energie verbruikt, en tegelijk in te spelen op kritieke behoeften zoals energiezekerheid en toegang tot energie, die van land tot land verschillen. Deze uitdagingen kunnen niet worden opgelost door rechtszaken tussen particuliere partijen en vonnissen tegen individuele bedrijven.

Blijven Shells strategie en reductiedoelstellingen staan?

Ja. We zijn gefocust op het uitvoeren van onze strategie en onze strategie is ongewijzigd. We blijven gecommitteerd aan de doelen die we hebben gesteld in juni 2023 en maart 2024. Daarnaast blijven we prioriteit geven aan onze aandeelhouderswaarde, inclusief onze focus op prestaties, discipline en vereenvoudiging, terwijl we ons onveranderlijk inzetten om meer waarde met minder uitstoot te leveren. 

We zijn gefocust gebleven op het realiseren van onze energietransitiestrategie terwijl dit hoger beroep liep. Daar horen ook forse investeringen bij in de energietransitie. De uitspraak van het hof verandert hier niets aan en erkent in feite de vooruitgang die Shell heeft geboekt ten opzichte van haar doelstellingen. 

Shell investeert tussen 2023 en 2025 $10-15 miljard in energieoplossingen met een lage CO2-uitstoot, inclusief het laden van elektrische voertuigen, biobrandstoffen, hernieuwbare stroom, waterstof, en het opvangen en opslaan van CO2, waarmee Shell een aanzienlijke investeerder in de energietransitie is. Lees meer over onze inspanningen in onze energietransitiestrategie

.  

Belangrijk is dat we al resultaten hebben geboekt: Tegen eind 2023 had Shell 31% van haar Scope 1 en 2 uitstoot verminderd in vergelijking met ons ijkjaar 2016. Dat is meer dan 60% van onze beoogde uitstootvermindering voor 2030 van 50% van onze eigen activiteiten in Scope 1 en Scope 2 (in vergelijking met ons ijkjaar 2016). We behaalden ook ons doel om de netto koolstofintensiteit van de energieproducten die we verkopen te verminderen, met 6,3% in vergelijking met 2016 – het derde opeenvolgende jaar dat we ons doel behaald hebben. We bleven verder met onze methaanuitstootintensiteit ver onder 0,2%.  

Wat was Shells reactie op vernietiging van het vonnis door het gerechtshof?

Hoe reageert Shell op dat Milieudefensie in cassatie gaat bij de Hoge Raad?

Deel 2: Het vonnis van de rechtbank uit 2021

Wat was de uitspraak van de rechtbank?

De rechtbank oordeelde dat Shell op dit moment niet onrechtmatig handelt, maar bepaalde wel dat Shell de totale CO2-uitstoot van de activiteiten van de Shell-groep en de verkochte energiedragende producten tegen eind 2030 met 45% (netto) moet hebben verminderd ten opzichte van haar uitstoot in 2019. Voor Scope 2 en Scope 3, heeft de rechtbank een 'zwaarwegende inspanningsverplichting' opgelegd. De rechtbank oordeelde dat het besluit onmiddellijk uitvoerbaar is tegen Shell en niet zal worden opgeschort in afwachting van een beroep.

De rechtbank verwees naar Shells wereldwijde uitstoot, niet alleen naar uitstoot in Nederland, en het refereerde aan een absolute beperking van de uitstoot, niet naar koolstofintensiteit.

De rechtbank stelt uitdrukkelijk dat Shell de "volledige vrijheid heeft om haar reductieverplichting naar eigen goeddunken na te komen". De rechtbank staat compensatie van CO2-uitstoot toe, bijvoorbeeld door CO2-afvang en -opslag of op de natuur gebaseerde oplossingen, zoals het planten van bomen en het beschermen van de natuur.

Wat is de rechtsgrondslag van de uitspraak?

De rechtbank heeft haar bevindingen gebaseerd op een "ongeschreven zorgvuldigheidsnorm" naar Nederlands recht. Daarnaast beschouwde de rechtbank klimaatverandering als een mensenrechtenkwestie en stelde zij dat het universeel aanvaard is dat alle bedrijven de mensenrechten moeten respecteren en alle feitelijke of potentiële negatieve gevolgen voor de mensenrechten van hun eigen activiteiten of als gevolg van hun zakelijke relaties moeten beoordelen. De rechtbank zei dat de gevolgen van klimaatverandering in Nederland en het Waddengebied een bedreiging vormen voor de mensenrechten van Nederlandse ingezetenen en de bewoners van het Waddengebied.

Welke reden heeft de rechtbank gegeven voor het specificeren van een netto reductie van 45% in 2030 ten opzichte van het niveau van 2019?

De rechtbank besloot dat, om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 ˚C, de wereld moet kiezen voor reductiepaden die de CO2-uitstoot tegen 2030 netto met 45% verminderen ten opzichte van het niveau van 2010. De rechtbank verwees specifiek naar het IPCC, het UNEP, de Overeenkomst van Parijs, het IEA en andere internationale organen, overeenkomsten en beleidsmaatregelen. De rechtbank koos 2019 in plaats van de niveaus van 2010 als basis voor deze beslissing omdat Milieudefensie specifiek om de datum van 2019 had verzocht.

Heeft de rechtbank financiële sancties ingevoerd om naleving van haar uitspraak af te dwingen, met name wat betreft het feit dat de uitspraak onmiddellijk uitvoerbaar is?

De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat Shell momenteel niet onrechtmatig handelt en er is geen uitspraak gedaan over mogelijke aansprakelijkheid in verband met toekomstige handelingen. De rechtbank heeft geen mogelijke sancties tegen het bedrijf uitgesproken in verband met de uitvoering van de uitspraak.

Waarom ging Shell in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank?

Wij zien het bevel van de rechter als een aansporing om onze Powering Progress-strategie te versnellen. Maar zelfs met een ambitieuze strategie en doelstellingen zijn er aspecten van het vonnis van de rechtbank die gewoon niet haalbaar - of zelfs redelijk - zijn om van Shell, of welk bedrijf dan ook, te verwachten.

Ten eerste eist de rechtbank dat Shell haar emissies verder en sneller terugbrengt dan zelfs de meest progressieve koers van beleidsmakers. Het 'Fit for 55' maatregelenpakket van de Europese Unie bijvoorbeeld gaat uit van een veel lagere (20-25%) uitstootreductie per 2030 (afgezet tegen 2015-niveaus) voor de industrie- en transportsectoren, die een belangrijk deel uitmaken van de door Shell gerapporteerde Scope 3 uitstoot. Shell wordt dus gevraagd om twee keer zo snel te gaan als de EU, terwijl de EU al één van de meest ambitieuze doelstellingen van de wereld heeft.

Ten tweede is het niet duidelijk hoe Shell bevolen kan worden om uitstoot terug te brengen van klanten voor wie niet een vergelijkbare juridische verplichting geldt om hun uitstoot te verminderen. De rechtbank baseerde haar uitspraak op een 'ongeschreven zorgvuldigheidsnorm' naar Nederlands recht. Om van een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm te kunnen spreken, zou die zo duidelijk, algemeen bekend en begrepen moeten zijn dat iedereen - niet alleen landen en bedrijven, maar ieder mens - weet en aanvaardt dat hij zijn koolstofuitstoot tegen 2030 met 45% moet hebben verminderd. Dit is niet het geval.

Shell werkt er voortdurend aan om haar klanten te helpen hun emissies te verlagen via de producten die wij verkopen. Maar ondanks het feit dat Shell een belangrijke wereldwijde energieproducent is, kan zij alleen de energiekeuzes van haar klanten niet rechtstreeks beïnvloeden. Het is aan overheden om de juiste afwegingen voor de samenleving te maken en om beleid in te voeren dat fundamentele veranderingen teweegbrengt in de manier waarop de samenleving energie verbruikt, bijvoorbeeld door verplichtstelling van de verkoop van auto'’s die op koolstofarme energie rijden.

Cautionary note

The companies in which Shell plc directly and indirectly owns investments are separate legal entities. In this announcement “Shell”, “Shell Group” and “Group” are sometimes used for convenience to reference Shell plc and its subsidiaries in general. Likewise, the words “we”, “us” and “our” are also used to refer to Shell plc and its subsidiaries in general or to those who work for them. These terms are also used where no useful purpose is served by identifying the particular entity or entities. ‘‘Subsidiaries’’, “Shell subsidiaries” and “Shell companies” as used in this announcement refer to entities over which Shell plc either directly or indirectly has control. The terms “joint venture”, “joint operations”, “joint arrangements”, and “associates” may also be used to refer to a commercial arrangement in which Shell has a direct or indirect ownership interest with one or more parties. The term “Shell interest” is used for convenience to indicate the direct and/or indirect ownership interest held by Shell in an entity or unincorporated joint arrangement, after exclusion of all third-party interest.

Forward-Looking statements

This announcement contains forward-looking statements (within the meaning of the U.S. Private Securities Litigation Reform Act of 1995) concerning the financial condition, results of operations and businesses of Shell. All statements other than statements of historical fact are, or may be deemed to be, forward-looking statements. Forward-looking statements are statements of future expectations that are based on management’s current expectations and assumptions and involve known and unknown risks and uncertainties that could cause actual results, performance or events to differ materially from those expressed or implied in these statements. Forward-looking statements include, among other things, statements concerning the potential exposure of Shell to market risks and statements expressing management’s expectations, beliefs, estimates, forecasts, projections and assumptions. These forward-looking statements are identified by their use of terms and phrases such as “aim”; “ambition”; ‘‘anticipate’’; “aspire”, “aspiration”, ‘‘believe’’; “commit”; “commitment”; ‘‘could’’; “desire”; ‘‘estimate’’; ‘‘expect’’; ‘‘goals’’; ‘‘intend’’; ‘‘may’’; “milestones”; ‘‘objectives’’; ‘‘outlook’’; ‘‘plan’’; ‘‘probably’’; ‘‘project’’; ‘‘risks’’; “schedule”; ‘‘seek’’; ‘‘should’’; ‘‘target’’; “vision”; ‘‘will’’; “would” and similar terms and phrases. There are a number of factors that could affect the future operations of Shell and could cause those results to differ materially from those expressed in the forward-looking statements included in this announcement, including (without limitation): (a) price fluctuations in crude oil and natural gas; (b) changes in demand for Shell’s products; (c) currency fluctuations; (d) drilling and production results; (e) reserves estimates; (f) loss of market share and industry competition; (g) environmental and physical risks, including climate change; (h) risks associated with the identification of suitable potential acquisition properties and targets, and successful negotiation and completion of such transactions; (i) the risk of doing business in developing countries and countries subject to international sanctions; (j) legislative, judicial, fiscal and regulatory developments including tariffs and regulatory measures addressing climate change; (k) economic and financial market conditions in various countries and regions; (l) political risks, including the risks of expropriation and renegotiation of the terms of contracts with governmental entities, delays or advancements in the approval of projects and delays in the reimbursement for shared costs; (m) risks associated with the impact of pandemics, regional conflicts, such as the Russia-Ukraine war and the conflict in the Middle East, and a significant cyber security, data privacy or IT incident; (n) the pace of the energy transition; and (o) changes in trading conditions. No assurance is provided that future dividend payments will match or exceed previous dividend payments. All forward-looking statements contained in this announcement are expressly qualified in their entirety by the cautionary statements contained or referred to in this section. Readers should not place undue reliance on forward-looking statements. Additional risk factors that may affect future results are contained in Shell plc’s Form 20-F and amendment thereto for the year ended December 31, 2024 (available at www.shell.com/investors/news-and-filings/sec-filings.html and www.sec.gov). These risk factors also expressly qualify all forward-looking statements contained in this announcement and should be considered by the reader. Each forward-looking statement speaks only as of the date of this announcement, March 5, 2026. Neither Shell plc nor any of its subsidiaries undertake any obligation to publicly update or revise any forward-looking statement as a result of new information, future events or other information. In light of these risks, results could differ materially from those stated, implied or inferred from the forward-looking statements contained in this announcement.

Shell’s net carbon intensity

Also, in this announcement we may refer to Shell’s “net carbon intensity” (NCI), which includes Shell’s carbon emissions from the production of our energy products, our suppliers’ carbon emissions in supplying energy for that production and our customers’ carbon emissions associated with their use of the energy products we sell. Shell’s NCI also includes the emissions associated with the production and use of energy products produced by others which Shell purchases for resale. Shell only controls its own emissions. The use of the terms Shell’s “net carbon intensity” or NCI is for convenience only and not intended to suggest these emissions are those of Shell plc or its subsidiaries.

Shell’s net-zero emissions target

Shell’s operating plan and outlook are forecasted for a three-year period and ten-year period, respectively, and are updated every year. They reflect the current economic environment and what we can reasonably expect to see over the next three and ten years. Accordingly, the outlook reflects our Scope 1, Scope 2 and NCI targets over the next ten years. However, Shell’s operating plan and outlook cannot reflect our 2050 net-zero emissions target, as this target is outside our planning period. Such future operating plans and outlooks could include changes to our portfolio, efficiency improvements and the use of carbon capture and storage and carbon credits. In the future, as society moves towards net-zero emissions, we expect Shell’s operating plans and outlooks to reflect this movement. However, if society is not net zero in 2050, as of today, there would be significant risk that Shell may not meet this target.

Forward-Looking non-GAAP measures

This announcement may contain certain forward-looking non-GAAP measures such as adjusted earnings and divestments. We are unable to provide a reconciliation of these forward-looking non-GAAP measures to the most comparable GAAP financial measures because certain information needed to reconcile those non-GAAP measures to the most comparable GAAP financial measures is dependent on future events some of which are outside the control of Shell, such as oil and gas prices, interest rates and exchange rates. Moreover, estimating such GAAP measures with the required precision necessary to provide a meaningful reconciliation is extremely difficult and could not be accomplished without unreasonable effort. Non-GAAP measures in respect of future periods which cannot be reconciled to the most comparable GAAP financial measure are calculated in a manner which is consistent with the accounting policies applied in Shell plc’s consolidated financial statements.

The contents of websites referred to in this announcement do not form part of this announcement.

We may have used certain terms, such as resources, in this announcement that the United States Securities and Exchange Commission (SEC) strictly prohibits us from including in our filings with the SEC. Investors are urged to consider closely the disclosure in our Form 20-F and any amendment thereto, File No 1-32575, available on the SEC website www.sec.gov

.

Meer Shell

Shell

Wie wij zijn

Wind

Wat wij doen

C16

Locaties