Foto: AVIODROME Lelystad

De Olympische Spelen in Amsterdam in 1928 waren op meerdere opzichten baanbrekend. Voor het eerst doen er vrouwen mee aan atletiek en gymnastiek, bijvoorbeeld. Voor het eerst sinds de Oudheid wordt er een vlam ontstoken ter ere van de Spelen. En de Britse atleet Jack London gebruikt er voor het eerst startblokken bij de start van de 100 meter sprint. Hij wordt tweede.


Maar sommige zaken veranderen nooit. Geen groot internationaal evenement in Nederland zonder discussie. Over geld bijvoorbeeld, ook toen al. De organisatoren gaan uit van een bijdrage van het Rijk van 1 miljoen gulden, wat neerkomt op de helft van het benodigde kapitaal om te kunnen gaan bouwen. De Tweede Kamer steekt er een stokje voor, maar de Nederlandse bevolking denkt er anders over. De daaropvolgende geldinzameling brengt in 14 dagen tijd anderhalf miljoen gulden op.


Dat succes maakt geen einde aan de zuinige houding van de organisatoren voor een ander prangend probleem: waar laten we tijdens de Spelen de vervoersmiddelen van de bezoekers? Fietsen, motoren en in toenemende mate personenauto’s. Het Amsterdamse Stadionplein biedt ruimte aan 400 auto’s maar dat zou onvoldoende zijn, zo vreest de organisatie. Die vrees komt niet uit de lucht vallen. In 1927 ontstaat in Amsterdam een totale verkeers- en parkeerchaos naar aanleiding van de voetbalwedstrijd Nederland-België.


De gemeente Amsterdam schiet de organisatie te hulp en stelt een nabijgelegen terrein beschikbaar waar 3500 auto’s, 1500 motorrijwielen en 2000 fietsen gestald kunnen worden. Het terrein is echter te drassig voor intensief gebruik. De daardoor noodzakelijke werkzaamheden en investering laat het organisatiecomité liever aan een pachter over. Meerdere gegadigden dienen zich aan, maar het wordt op basis van de gunstige voorwaarden de Bataafsche Import Maatschappij (B.I.M.), de verkoopmaatschappij in Nederland voor olieproducten van Shell. Die merknaam werd in 1925 in Nederland geïntroduceerd en kwam in plaats van de oude merknaam Autoline. Het parkeerterrein in Amsterdam moet de naamsbekendheid van het nieuwe benzinemerk vergroten. Daarom neemt het bedrijf de investeringen voor haar rekening en schuift het de opbrengsten door naar het organisatiecomité. Om het 350 meter lange en maximaal 150 brede terrein komen vlaggen te wapperen van de landen waarin de Koninklijke/Shell actief is. Bij de ingang hangen twee nog grotere geel-rode Shell-vlaggen met schelp.


Voor de leiding van het project wordt Joep van Vloten ingehuurd, een bekende naam uit de glamoureuze wereld van de luchtvaart. Van Vloten was na jaren als piloot bij de Koninklijke Marine testvlieger bij de Rotterdamse vliegtuigbouwer Koolhoven geworden en verwierf zo landelijke bekendheid. Zijn nieuwe B.I.M.-baan pakt hij voortvarend op. Er komen drainagepijpen in de grond te liggen en er wordt een 600 meter lange en 12,5 brede verharde weg dwars over het parkeerterrein aangelegd.


De verwachte drukte op het parkeerterrein tijdens de Spelen blijft echter uit. Bezoekers stallen gemiddeld zo’n 360 fietsen per dag en 700 auto’s. Toch is de reclame niet voor niets. Projectleider Van Vloten weet zich opnieuw in de media te onderscheiden. De voormalige piloot weet van alles van motoren en hij voelt zich niet te groot om onder de motorkap te duiken om problemen aan auto’s te verhelpen terwijl de bezoekers naar een wedsstrijd kijken.


De reden voor de relatieve rust op het Shell-parkeerterrein ligt een paar honderd meter verderop. Het Amsterdamse Stadionplein wordt, tegen de verwachting in, toch gebruikt voor het parkeren van auto’s.  Op 17 mei 1928 worden op het Stadionplein de eerste exemplaren van een nieuw en onbekend Nederlands exportproduct opgehangen: het blauwe verkeersbord met daarin in het wit een grote P. Bezoekers, uit Nederland en daarbuiten weten meteen waar ze hun auto kwijt kunnen.

Meer Shell

De Olympische waterstofspelen

De Olympische Spelen in Tokio zet, met behulp van waterstof, in op duurzaamheid.  Lees meer over de Olympische waterstofspelen op deze pagina.

Ome Lou in Tokio

De Spelen in Tokio van 1964 waren de eerste in Azië. Negen Shell-atleten namen deel. Plus twee officials, waaronder bokscoach Louis “Ome Lou“ van Sinderen, werkzaam op de raffinaderij in Pernis.

Onze geschiedenis

De wortels van Shell in Nederland gaan 130 jaar terug. Sindsdien is de roodgele schelp uitgegroeid tot een wereldspeler in de energiesector. De geschiedenis laat sporen na, waar ook ter wereld. Maar het hoofdkantoor stond toen, net als nu, in Den Haag.