Direct naar de hoofd inhoud
Het Shell-laboratorium in Amsterdam in de jaren 1930 tot 1950

Oorlogsjaren in het Shell-lab in Amsterdam: geraffineerd en inventief

Shell heeft in het centrum van Amsterdam al meer dan een eeuw een laboratorium. In 1914 gestart met 9 medewerkers. Sinds zomer 2022 is het opengesteld voor inmiddels 30 partners heet de locatie nu Energy Transition Campus Amsterdam. Het lab bestond dus ook al tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoe ging het eigenlijk toen, daar aan het IJ?

Het Shell-laboratorium in Amsterdam in de jaren 1930 tot 1950

Redactie: Kirsten Gesink. Beeld: Shell Historical Heritage & Archive, Thomas Fasting.

1939 is een jubileumjaar voor het Shell-lab in Amsterdam. In 25 jaar tijd is het laboratorium uitgegroeid tot een van de grootste ter wereld. Er werken dan 1200 mensen. De jubileumviering is een gelegenheid om geschenken uit te wisselen. Het bestuur schenkt een sportpark aan het personeel en andersom ontvangt het bestuur een indrukwekkend gebrandschilderd raam: een ode aan de scheikunde. Wat ze toen niet wisten: het sportpark zou niet veel later dienst gaan doen als noodmoestuin en bij het brandgeschilderde raam zouden er nog twee worden toegevoegd voor een minder feestelijke aanleiding.

De jubileumfestiviteiten vinden overigens al wel plaats in het decor van een gespannen internationale situatie. In september verklaren Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog aan Duitsland, nadat Hitler Polen is binnengevallen. Nederland mobiliseert soldaten, inclusief veel van de mannen van het laboratorium. De kelder van het Groot Lab wordt al snel omgebouwd tot een schuilplaats. Het is mei 1940 als gevechtsvliegtuigen boven Nederland verschijnen en Duitse troepen het land binnenstromen. Toch zijn het niet de Duitsers die zich als eerste melden bij het lab.

“De olie moet in brand”

“Het spijt mij zeer, maar de olie moet in brand. In de eerste plaats de tanks, maar als het nodig is ook het laboratorium. We zullen een seintje geven als we de brand gaan aansteken”, zegt een Engelse commandant die zich in Amsterdam meldt. De Engelse marine wil niet dat de olie in de tanks van de naastgelegen olieopslag Tank Installatie Amsterdam (TIA) in Duitse handen vallen.

Op 14 mei wordt de brand aangestoken. Laboratoriummedewerkers gooien alle belangrijke documenten in de vlammen. Net op tijd: een dag later arriveren de Duitsers. Ze dreigen, er mogen niet nog meer papier en monsters sneuvelen. “Een bijzonder dramatisch moment”, aldus bedrijfstechnoloog Vermeulen, die de twijfelachtige eer heeft de manschappen van het bezettende leger te ontvangen.

De zinderende brand duurt dagen en de hele TIA-site wordt verwoest. Doordat de wind draait, worden de hoofdgebouwen van het lab gespaard. Zonder dat de Duitsers het weten, blijven grote voorraden olie onaangetast in de kelders van de tankinstallatie.

Ingewikkelde missie

Wat volgt is een ingewikkelde missie om het lab draaiende en de medewerkers veilig te houden. In eerste plaats heeft het bestuur vooral te maken met de Verwalters (de Duitse administratieve bazen) in Den Haag en Amsterdam. Daarnaast met allerlei Duitse militaire en burgerlijk autoriteiten: de Amsterdamse Feldkommandantur, de Hafenkommandant en Duitse Marine-autoriteiten, het Reichskommissariat en ga zo maar door. Al die instellingen hebben maar één doel: materiaal en producten in beslagnemen en personeel wegkapen. De enige mogelijkheid is intelligent en geraffineerd tegenspel geven. 

In opdracht van het Britse leger worden de olietanks bij het Shell-lab in Amsterdam in 1940 in de brand gestoken
In opdracht van het Britse leger worden de olietanks bij het Shell-lab in Amsterdam in 1940 in de brand gestoken
Deze luchtfoto van het Shell-laboratorium in 1983 geeft iets weer van de omvang van het terrein zoals dat na de Tweede Wereldoorlog groeide. Let ook op de opslagtanks. Momenteel is het complex weer kleiner dan toen, is het flink gemoderniseerd en zijn er naast de Shell-gebouwen apartementencomplexen gebouwd
Deze luchtfoto van het Shell-laboratorium in 1983 geeft iets weer van de omvang van het terrein zoals dat na de Tweede Wereldoorlog groeide. Let ook op de opslagtanks. Momenteel is het complex weer kleiner dan toen, is het flink gemoderniseerd en zijn er naast de Shell-gebouwen apartementencomplexen gebouwd

Directeur Caviët

Vooral directeur Caviët speelt een cruciale rol. Volgens de verhalen van toen is hij van nature opvliegend, maar heeft hij aangeleerd zichzelf te beheersen. Hij laat tijdens de oorlogsjaren blijkbaar nooit zijn emoties zien, valt nooit uit de plooi en is erg afstandelijk. Ook in zijn contacten met de Duitsers. Hij gaat nooit naar ze toe en laat ze altijd naar zijn kamer komen, waar hij ze correct, maar afstandelijk ontvangt. Uren onderhandelt hij met ze en laat ze zoveel jenever drinken, dat ze nauwelijks meer weten wat ze kwamen doen.

Caviët kan niet voorkomen dat de Duitsers van alles in beslagnemen, maar zorgt er altijd voor dat het geleidelijk gebeurt en probeert de verschillende Duitse instanties tegen elkaar uit te spelen.  Caviët zorgt ervoor dat er naast hem slechts twee andere directieleden contact met de Duitsers hebben: de heren Visser en Werre. Gedurende de hele oorlog is er altijd één van hen aanwezig.

"Een komedie opvoeren"

Zo’n dertig keer proberen de Duitsers personeel weg te halen bij het laboratorium. Altijd zonder succes. "We moeten weer eens komedie opvoeren", zei Caviët als er weer vervelend ‘bezoek' naderde. De medewerkers van het lab hangen allerlei indrukwekkende papieren aan de muur over fictieve onderzoeksresultaten. Samen met lange verhalen geven ze de bezetter de indruk dat er normaal onderzoek wordt gedaan, wat belangrijk is voor de wetenschap, maar ook voor Duitsland en de oorlogsvoering, en dat het lab daarom niet dicht kan.

Geheime zender

Ondertussen houdt het Shell-laboratorium in Amsterdam contact met de Geallieerden. Chef Technische Dienst ir. H.A. Romp heeft daarvoor in het geheim een radiozender. Op deze manier kan het lab berichten over de ware gang van zaken naar Engeland sturen.

Belangrijk, want aanvankelijk is de legerleiding in Londen van plan het lab te bombarderen, want ook de Britten veronderstelden dat het Amsterdamse laboratorium werkelijk voor de Duitse Wehrmacht werkt. Het lab blijft behouden Romp verricht ook op meer plekken in het land verzetswerkzaamheden. In januari 1945 wordt hij door de Duitsers gevangen genomen en enkele weken voor de bevrijding gefusilleerd.

De heer Caviët, directeur van het Shell-laboratorium in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. Portret uit 1945. Kunstenaar onbekend.
De heer Caviët, directeur van het Shell-laboratorium in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. Portret uit 1945. Kunstenaar onbekend.
De Teepol-proefinstallatie op het lab in Amsterdam, 1939
De Teepol-proefinstallatie op het lab in Amsterdam, 1939

Hongerwinter

Tijdens de oorlogsjaren hebben zich geen baanbrekende ontwikkelingen in het Amsterdamse Shell-lab voorgedaan. De laboranten tonen hun inventiviteit op andere gebieden. Zo worden bijvoorbeeld auto's omgebouwd om op kolengas te rijden, noodkachels geproduceerd en kaarsen gemaakt van paraffine. In 1944 slaat de Hongerwinter toe en er is geen eten meer te krijgen in de stad. Caviët richt een commissie voor voedselvoorziening op. Ze weten zaad, bollen en aardappelen te bemachtigen in Noord-Holland en Friesland.

Het sportveld en de proeftuinen worden omgevormd tot moestuinen. Bloembollen worden verwerkt tot consumptieve producten en er wordt olie geperst uit zaad. Het voedsel dat het personeel weet te verzamelen en te verbouwen, wordt verdeeld onder laboratoriumpersoneel.

17 medewerkers sneuvelen

Dankzij het enorme arsenaal aan apparatuur, de voorraden, de inventiviteit, de technische vaardigheden en de grote saamhorigheid van het personeel, komen de meeste mensen van het lab redelijk goed de oorlogsjaren door. Toch kan Caviët niet voorkomen dat de Nazi-Duitsers een aantal Joodse medewerkers ontslaan en dat zo’n vijftijg jonge medewerkers naar Duitsland worden afgevoerd.

Uiteindelijk overlijden 17 medewerkers van het Shell-laboratorium aan het IJ tijdens de Tweede Wereldoorlog in de strijd tegen de Duitse bezettingsmacht, in Duitse concentratiekampen of als gevolg van luchtaanvallen.

De gedenkramen aan de Tweede Wereldoorlog en de gevallenen van het lab, geplaatst in 1947
De gedenkramen aan de Tweede Wereldoorlog en de gevallenen van het lab, geplaatst in 1947

Herdenken

Na de oorlog word het lot van de gevallenen in een tweede gebrandschilderd raam vastgelegd. Het centrale raam herdenkt de ontberingen van de oorlogsjaren en op de zijramen staan de namen van de gesneuvelde medewerkers. Het raam wordt op 4 juli 1947 bijgeplaatst.

Een week later wordt er nog een gedenkraam bij het jubileumraam uit 1939 geplaatst. Dit keer opgedragen aan ir. Caviët, die na 25 jaar directeurschap eind 1945 met pensioen gaat. Iedereen die de oorlogsjaren op het lab heeft meegemaakt is het erover eens: aan hem is het behoud van het lab grotendeels te danken. Caviët zelf speelt de hulde door naar zijn medewerkers van toen, “in elke categorie van het personeel.”

Naoorlogse periode

De eerste twee decennia na de Tweede Wereldoorlog markeren een periode van gestage groei voor het Shell-laboratorium aan het IJ. De vooroorlogse plannen voor proefinstallaties worden voltooid, er komen nieuwe gebouwen bij en een motorlaboratorium wordt in gebruik genomen. Als illustratie van de vlucht van nieuwe innovatieve vinden worden er tussen 1950 en 1957 bij elkaar zo’n 700 octrooien aangevraagd. Dat is ongeveer evenveel als de kwart eeuw daarvoor.

 

Geraadpleegde bronnen van dit verhaal zijn vooral: 

  • Het mysterie Overhoeks, 19 maart 2010, Fontaine Uitgevers, Amsterdam. Auteurs: Barbara Bulten, Birgitta Langen, Hinke Wiggers
  • Research aan het IJ: LBPMA 1914-KSLA 1989: de geschiedenis van het ‘Lab Amsterdam’, 1989, Koninklijke/Shell-Laboratorium, Amsterdam.

 

Het oudste lab van Shell in Amsterdam, uit de jaren 30, 40 en 50
Het Klein Lab in 1939
Baanbrekend onderzoek neemt een vlucht in het Shell-laboratorium in Amsterdam in de jaren 50 en 60
Het nieuwbouw-hoofdgebouw van het Shell-laboratorium in Amsterdam. Hier gefotografeerd in 2010. (Foto: Thomas Fasting)
Het Atrium van de hedendaagse Energy Transition Campus Amsterdam
Het oudste lab van Shell in Amsterdam, uit de jaren 30, 40 en 50
Het Klein Lab in 1939
Baanbrekend onderzoek neemt een vlucht in het Shell-laboratorium in Amsterdam in de jaren 50 en 60
Het nieuwbouw-hoofdgebouw van het Shell-laboratorium in Amsterdam. Hier gefotografeerd in 2010. (Foto: Thomas Fasting)
Het Atrium van de hedendaagse Energy Transition Campus Amsterdam
Het oudste lab van Shell in Amsterdam, uit de jaren 30, 40 en 50
1 / 5Het oudste lab van Shell in Amsterdam, uit de jaren 30, 40 en 50
Het Klein Lab in 1939
2 / 5Het Klein Lab in 1939
Baanbrekend onderzoek neemt een vlucht in het Shell-laboratorium in Amsterdam in de jaren 50 en 60
3 / 5Baanbrekend onderzoek neemt een vlucht in het Shell-laboratorium in Amsterdam in de jaren 50 en 60
Het nieuwbouw-hoofdgebouw van het Shell-laboratorium in Amsterdam. Hier gefotografeerd in 2010. (Foto: Thomas Fasting)
4 / 5Het nieuwbouw-hoofdgebouw van het Shell-laboratorium in Amsterdam. Hier gefotografeerd in 2010. (Foto: Thomas Fasting)
Het Atrium van de hedendaagse Energy Transition Campus Amsterdam
5 / 5Het Atrium van de hedendaagse Energy Transition Campus Amsterdam