1. Shell zet actief stappen om zich te houden aan de gerechterlijke uitspraak

Het gerechtelijk bevel geeft Shell tot eind 2030 de tijd om de reductieverplichting na te komen en geeft Shell, in de woorden van de rechter, “alle vrijheid”, om te bepalen hoe deze reductie moet worden bereikt (zie paragraaf 4.4.54[1] van het vonnis). 

We zijn van mening dat de acties die we ondernemen om onze Powering Progress-strategie te realiseren, consistent zijn met de uitspraak en de tijdlijn voor de reductie van 2030. Dit omvat de investeringen die we doen in koolstofarme brandstoffen, zonne- en windenergie en waterstof, en de veranderingen die we aanbrengen in de portfolio’s van onze Upstream- en raffinaderij-activiteiten. Zo transformeren we onze raffinaderijen naar vijf energie- en chemieparken die koolstofarme en synthetische brandstoffen zullen produceren, waardoor we de productie van traditionele brandstoffen tegen 2030 met 55% kunnen verminderen, van ongeveer 91 miljoen ton per jaar (mtpa) in 2020 tot 45 mtpa in 2030.

We werken ook samen met onze klanten, sector voor sector, om hen te helpen hun emissies te verminderen en hun overgang naar netto-nuluitstoot te versnellen. Zo hebben we meer dan 50 samenwerkingsverbanden gevormd met enkele van 's werelds grootste luchtvaart-, wegtransport- en technologiebedrijven.

Belangrijk is dat we al resultaten hebben geboekt: een vermindering van 18% van Shells Scope 1- en 2-uitstoot onder onze operationele controle, op absolute basis, tegen het einde van 2021 (ten opzichte van het niveau van 2016, ons basisjaar[2]).

Shell heeft zijn eerste kortetermijndoelstelling bereikt, om de netto-koolstofintensiteit van de energieproducten die we verkopen tegen het einde van 2021 met 2-3% te verminderen, ten opzichte van 2016. Om onze vooruitgang op het gebied van Scope 3-emissies te laten zien, gebruikt Shell de netto-koolstofintensiteit, omdat dit zowel een vermindering van de verkoop van olie- en gasproducten weerspiegelt, alsmede een groei van de verkoop van koolstofarme en koolstofvrije producten en diensten laat zien.

2. De gerechterlijke uitspraak is geen verbod op investeringen in olie en gas

Het vonnis geeft Shell de ruimte om te bepalen hoe de uitstootreductie moet worden bereikt. Belangrijk is dat de rechtbank geen verbod op nieuwe olie- en gasinvesteringen heeft opgelegd. De rechtbank erkende wel dat Shell af zou kunnen zien van nieuwe investeringen in het winnen van fossiele brandstoffen en/of de productie van fossiele grondstoffen moet beperken, om zo aan het vonnis te voldoen, maar heeft ook verklaard dat Shell het recht heeft om rekening te houden met haar contractuele verplichtingen (zie punt 4.4.39[3] van het arrest).

De wereld zal minder olie en gas nodig hebben als het op een koolstofarm en koolstofvrij energiesysteem overschakelt. Deze transitie is terug te zien in het veranderende portfolio van Shell. In 2021 was onze olieproductie 3,9% lager dan het jaar ervoor, als gevolg van desinvesteringen en natuurlijke achteruitgang. Het was 7,6% lager dan in 2019, toen onze olieproductie piekte. We verwachten dat onze olieproductie tot 2030 met gemiddeld 1-2% per jaar zal dalen. Naast onze uitgaven voor de energietransitie zijn voortdurende, gerichte investeringen in olie en gas noodzakelijk om te voldoen aan de energiebehoeften van de wereld bij de overgang naar een koolstofarme toekomst.

3. Shell vergroot significant haar investeringen in de energietransitie

Het bedrag dat Shell wereldwijd uitgeeft aan de energietransitie neemt fors toe. In 2022 zal meer dan 35% van onze totale bedrijfsuitgaven (opex) en kapitaaluitgaven (capex) worden besteed aan het produceren van koolstofarme energie en niet-energetische producten voor onze klanten die geen Scope 3-emissies genereren, en naar het veiligstellen van oplossingen voor moeilijk te verminderen emissies. We verwachten dat onze uitgaven voor de energietransitie in 2025 50% van onze totale uitgaven zullen uitmaken.

Shell heeft de afgelopen twee jaar €4,5 miljard aan investeringsbeslissingen genomen in Nederlandse energietransitieprojecten. Een groot deel van dat geld gaat naar de productie van waterstof en windenergie, maar ook naar zonneparken en biobrandstoffen. Zo is Shell gestart met de bouw van de grootste groene waterstoffabriek van Europa op de Maasvlakte bij Rotterdam en met de bouw van een biobrandstoffenfabriek in Pernis. Met elk project is een investering gemoeid van meer dan 1 miljard euro.

Onze Renewables en Energy Solutions business heeft een trechter van meer dan 42 GW aan hernieuwbare energieprojecten, is marktleider in de productie van schone waterstof en breidt ook zijn koolstofcompensatie- en koolstofafvang- en -opslagactiviteiten (CCS) uit. Shell is ook een van
's werelds grootste aanbieders van EV-laadinfrastructuur, met het doel om tegen 2025 wereldwijd meer dan 500.000 laadpunten te exploiteren.

4. De reductiedoelstelling van het IPCC van 45% is een wereldwijd doel en geldt niet voor specifieke bedrijven

De nettodoelstelling van 45% van het IPCC is een wereldwijde, gemiddelde emissiereductiedoelstelling die een reeks landen, energiebronnen en sectoren bestrijkt. Het is niet van toepassing op een individuele sector of een individueel bedrijf als Shell.

Kijken we naar de Europese Unie, dat heeft die voor Europese landen een reductiedoelstelling van 55% tegen 2030, ten opzichte van het niveau van 1990. Voor de industrie- en transportsectoren, die goed zijn voor een aanzienlijk deel van de Scope 3-emissies van Shell, voorziet het Fit for 55-beleidstraject van de EU in een veel lagere emissiereductie van 20-25% tegen 2030 (ten opzichte van het niveau van 2015).

Het vonnis vraagt Shell daarom om de uitstoot verder en sneller te verminderen dan zelfs de meest progressieve beleidstrajecten - concreet is dat twee keer zo snel als de EU, terwijl de EU al een van de meest ambiteuze beleidstrajecten van de wereld heeft.

Lees meer over waarom Shell in beroep gaat tegen de rechterlijke uitspraak (in het Nederlands en Engels): Waarom Shell in hoger beroep gaat | Shell Nederland

[1] Sectie 4.4.54 van de uitspraak van 26 mei:

RDS heeft alle vrijheid om de reductieverplichting naar eigen inzicht na te komen en het concernbeleid van de Shell-groep geheel naar eigen inzicht vorm te geven. De rechtbank merkt hier op dat een ‘wereldwijde’ reductieverplichting, die het beleid van de gehele Shell-groep betreft, RDS veel meer vrijheid van handelen geeft dan een tot een bepaald territoir of bedrijfsonderdeel/-onderdelen beperkte reductieverplichting.

[2] De Shell Group rapporteert de uitstoot op basis van operationele controle (100% van de uitstoot van de bedrijven en joint-ventures waarvan we de operator zijn) en op aandelenbasis (sharesaandeel van emissies van bedrijven en joint-ventures).

[3] Sectie 4.4.25 en 4.4.39 van de uitspraak van 26 mei 2021.

English translation

Appealing is not ignoring

Let it be clear: contrary to what Milieudefensie repeatedly says, Shell is not ignoring the court ruling in the climate case. Any suggestion otherwise is misleading.

In March 2022, Shell filed its appeal against the District Court of The Hague’s ruling from May 2021, which ordered Shell to reduce the worldwide aggregate carbon emissions it reports across Scopes 1-3 by net 45% by 2030 compared to 2019 levels. The court imposed a significant best efforts obligation for Scopes 2 and 3.

It is unfortunate that Milieudefensie has spread the misconception that Shell is ignoring the ruling. We are not. More broadly, we believe it is important to rectify this and a number of other misconceptions that have made their way into the public domain. As we await the outcome of our appeal, we are taking active steps to comply with the District Court’s ruling, as we explain below.

1. Shell is taking active steps to comply with the District Court’s ruling

The court order gives Shell until the end of 2030 to achieve the emissions reduction obligation and gives Shell broad discretion to determine how this reduction should be achieved (see section 4.4.54[1] of the ruling).  

We believe the actions we are taking to deliver our Powering Progress strategy are consistent with the ruling and its 2030 reduction timeline. This includes the investments we are making in low carbon fuels, solar and wind power, and hydrogen, and the changes we are making to our Upstream and refinery portfolios. For example, we are greatly reducing our refining footprint, ultimately leaving us with just five ‘energy and chemicals parks’, which will produce low-carbon and synthetic fuels, helping us to reduce production of traditional fuels by 55% by 2030, from around 91 million tonnes per annum (mtpa) in 2020 to 45 mtpa by 2030.

We are also working with our customers, sector by sector, to help them reduce their emissions and accelerate their transition to net-zero emissions. For example, we have formed more than 50 collaborations with some of the world’s biggest companies in aviation, road transport and technology.

Importantly, we have already delivered results: an 18% reduction in Scope 1 and 2 emissions that are under Shell’s operational control, on an absolute basis, by the end of 2021 (against 2016 levels, our base year[2]).

Shell has achieved its first short-term target, to reduce the net carbon intensity of the energy products we sell by 2-3% by the end of 2021, compared with 2016. To show our progress on Scope 3 emissions, Shell uses net carbon intensity because it reflects both a reduction in sales of oil and gas products, and growth in sales of low- and zero-carbon products and services.

2. The ruling does not prohibit oil and gas investments

The court ruling gives Shell broad discretion to determine how the emissions reduction should be achieved. Importantly, the court did not impose a prohibition on new oil and gas investments; it recognised that Shell may need to consider, among other ways of complying with the ruling, forgoing new investments in the extraction of fossil fuels and / or limiting its production of fossil resources. It also stated that Shell is entitled to take its contractual obligations into account (see sections 4.4.25 and 4.4.39[3] of the ruling).

The world will need less oil and gas as it moves to a low- and zero-carbon energy system. This transition is reflected in Shell’s changing portfolio. In 2021, our oil production was 3.9% lower than in the previous year, as a result of divestments and natural decline. It was 7.6% lower than in 2019, when our oil production peaked. We expect our oil production to decline by an average of 1-2% a year to 2030.  Alongside our energy transition spend, continued, targeted investment in existing and new oil and gas is necessary to meet the world’s energy demands as it transitions to a lower carbon future.

3.  Shell is significantly increasing its investment in the energy transition

The amount Shell is spending on the energy transition globally is increasing significantly. In 2022, over 35% of our total operating expenditure (opex) and capital expenditure (capex) will be dedicated to producing low-carbon energy as well as non-energy products for our customers that generate no Scope 3 emissions, and securing solutions for hard-to-abate emissions. We expect our energy transition spend to constitute 50% of our total spend by 2025.

Shell has made €4.5 billion in investment decisions in the last two years on Dutch energy transition projects alone. Much of that money goes to the production of hydrogen and wind energy, but also to solar parks and biofuels. For example, Shell has started the construction of the largest green hydrogen plant in Europe on the Maasvlakte near Rotterdam, and construction of a biofuels plant in Pernis. Each project involves investment of more than €1 billion.

Our Renewables and Energy Solutions business also has a funnel of more than 42 GW of renewables projects, is a market leader in clean hydrogen production, and is also extending its carbon offsetting and carbon capture and storage (CCS) businesses. And Shell is one of the world’s biggest providers of EV charging infrastructure, with a target to operate over 500,000 charge points globally by 2025.

4. The IPCC’s reduction target of 45% is a global average target that does not apply to specific companies

The IPCC’s net 45% target is a global average emission reduction target that covers a broad range of countries, energy sources (including coal, which is more carbon-intensive energy than oil and gas and which Shell does not supply) and sectors. It does not apply to an individual sector or company like Shell.

Using another example, the European Union has a reduction target of 55% by 2030 (against 1990 levels) for European countries. For the industrial and transportation sectors, which account for a significant proportion of the Scope 3 emissions Shell reports, the EU’s Fit for 55 policy pathway foresees a much lower 20-25% reduction in emissions by 2030 (against 2015 levels).

The court order is therefore asking Shell to reduce emissions further and faster than even the most progressive pathways set by policymakers – to go twice as fast as the EU, while the EU has one of the most ambitious pathways in the world.

Read more about why Shell has appealed the District Court ruling (in Dutch and English): Waarom Shell in hoger beroep gaat | Shell Nederland

 

[1] From section 4.4.54 of the 26 May ruling:

English: “RDS has total freedom to comply with its reduction obligation as it sees fit, and to shape the corporate policy of the Shell group at its own discretion. The court notes here that a ‘global’ reduction obligation, which affects the policy of the entire Shell group, gives RDS much more freedom of action than a reduction obligation limited to a particular territory or a business unit or units”.

Dutch: “RDS heeft alle vrijheid om de reductieverplichting naar eigen inzicht na te komen en het concernbeleid van de Shell-groep geheel naar eigen inzicht vorm te geven. De rechtbank merkt hier op dat een ‘wereldwijde’ reductieverplichting, die het beleid van de gehele Shell-groep betreft, RDS veel meer vrijheid van handelen geeft dan een tot een bepaald territoir of bedrijfsonderdeel/-onderdelen beperkte reductieverplichting”.

[2] The Shell Group reports emissions on an operational control (100% of emissions from companies and joint ventures where we are the operator) and equity basis (equity share of emissions from companies and joint ventures).

[3] Sections 4.4.25 and 4.4.39 from the 26 May 2021 ruling.

Meer Shell

Shell en de klimaatzaak

Op 22 maart hebben we ons hoger beroep ingediend tegen de uitspraak in de klimaatzaak door de rechtbank Den Haag. Lees in ons dossier over de zaak waarom we in beroep gaan, hoe we werken aan een toekomst met schonere energie en wat we doen én gaan doen voor de Nederlandse energietransitie. 

Wat er tot nu gebeurde

In 2019 dagvaardden Milieudefensie en andere organisaties Shell. Wat gebeurde er sindsdien? Plus: alle ingediende juridische documenten van Shell.

Nieuws

Lees ons laatste nieuws, download onze jaarverslagen en zie hoe u contact kunt opnemen met de persvoorlichters van Shell in Nederland.