
Het getal 209
Sterretjes, vuurfonteinen en vuurpijlen: al decennia een vast onderdeel van de jaarwisseling. Vuurwerk zorgt echter ook voor een horizon die doet denken aan een smeulend kampvuur. Kort na middernacht hangt er gemiddeld 209 microgram fijnstof per kubieke meter boven de Nederlandse steden. Tien keer meer als een gewone winterdag.
Tekst: Kirsten Gesink. Beeld: Jelle Hoogendam.
Fijnstof is een containerbegrip voor allerlei kleine deeltjes in de lucht, zoals roet, stof en as. Fijnstofdeeltjes zijn kleiner dan 10 micrometer (ook wel PM10 genoemd) – meer dan 5 keer dunner dan een haar. Een chemische cocktail van kaliumnitraat, koolstof en zwavel zorgt bij vuurwerk voor de fijnstof in de lucht.
Piepkleine boosdoeners
Ongeveer de helft van de fijnstof tijdens oud en nieuw bestaat uit deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer (PM2,5) – deze piepkleine boosdoeners blijven deels in je longen achter. Eén nacht knallen heeft weinig effect op het jaargemiddelde, maar in de lucht hangt dan wel een bonte mix van kruitdampen die je liever niet inademt.
Er zijn uiteraard wel verschillen tussen het platteland en de stad. In de meeste dorpen kun je echte sterren in het heelal bij onbewolkt weer nog wel zien, maar bijvoorbeeld in Den Haag piekte de fijnstof vorige jaarwisseling met 908 microgram per kubieke meter. Een heus Beijing-moment, maar dan met oliebollen in plaats van dumplings.
Bij wind en regen
Ook weersomstandigheden spelen een rol. Waait het hard? Dan is de concentratie fijnstof lager. Regent het? Dan komen de deeltjes hand in hand met de druppels op de grond of het water terecht. Vuurwerkverboden staan voor de deur. Misschien verruilen we knallen voor drones en lichtshows. Misschien ook niet en blijft fijnstof nog wel even de ongenode gast tijdens oud en nieuw.
Bronnen
- Luchtverontreiniging tijdens de jaarwisseling, 1994-2025 | Compendium voor de Leefomgeving, geraadpleegd 8 december 2025
- Fijnstof | Atlas Leefomgeving, geraadpleegd 8 december 2025
Lees ook over het getal 25
De afgelopen 25 jaar leek het wel gedaan te zijn met de groeiende vraag naar olie. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) ziet dat nu anders.