
Een ware tijdmachine — Platform als manusje-van-alles op de Noordzee
De Noordzee is al ruim vijftig jaar een bron van energie. Maar achter de horizon vanaf de kust zijn de werkzaamheden in de loop van de jaren ingrijpend veranderd. Offshore eiland Seafox 4 maakte de hele cyclus mee en doorstond alle stormen. Portret van een werkpaard op zee met negen levens.
Tekst: Rob van 't Wel. Beeld: Seafox.
Door omstandigheden lag het werkeiland Seafox 4 dit voorjaar onverwacht korte tijd in de Rotterdamse haven. Het blijkt een buitenkansje voor het Korps Mariniers. Verscholen in een van de vele oksels van het uitgestrekte Rotterdamse havengebied vliegt een helikopter richting het platform. Touwen worden uitgeworpen, mariniers dalen in vlot tempo af naar het dek. Tegelijker klimmen duikers omhoog richting hetzelfde, zeker tien meter hoge dek. Gepland of ongepland, zo’n unieke gelegenheid om te oefenen op de inname van een offshore- installatie laat het Korps zich niet ont- nemen. Het is een traditie die al lang voor de oplopende spanningen in Europa is gestart. Het 68,8 meter lange en 52,8 meter brede offshore-vaartuig is er ook zeker niet voor gemaakt. Maar met de 84 meter hoge poten is het een extra imposante verschijning en ideaal oefenterrein voor militairen die de grenzen willen verleggen.
De aanleiding: twee energiecrises
Dat hebben ze gemeen met de Seafox 4. Het stalen gevaarte is ook gebouwd om de grenzen te verleggen en is daarmee een van de pioniers van de offshore- industrie op de Noordzee. De eerste ideeën voor de Seafox 4 gaan ruim vijftig jaar terug. In die jaren zeventig treffen twee energiecrises de geïndustrialiseerde wereld en het energie-afhankelijke West-Europa in het bijzonder. Het is voor de getroffen overheden en bedrijven aanleiding om snel naar olie- en gasreserves te gaan zoeken op de Noordzee. De Noordzee-bonanza die ontstaat, zet ook toeleveranciers en dienstverleners van de olie-industrie aan het denken. Hoe kunnen zij een mooie boterham verdienen aan de nieuwe offshore-activiteiten? En zo bouwen investeerders midden jaren zeventig in Duitsland de Transocean 4, in 1992 omgedoopt tot Seafox 4. Het is niet toevallig dat zij kiezen voor een booreiland. De olie- en gasvelden zijn inmiddels aangetoond, het is nu tijd om die voorraden aan te boren.
Badkuip op pootjes
Het gevaarte is een makkelijk te verplaatsen booreiland, noem het een badkuip met zes poten, die op de plaats van bestemming aangekomen naar beneden gedraaid kunnen worden. De poten nestelen zich op en in de zeebodem en de badkuip kruipt langs die lange stalen poten tot een veilige afstand boven de golven. Klus klaar? Poten terug omhoog, badkuip in het water en slepen maar naar een volgende klus. Een jack-up heet dat in het offshore-jargon. Het booreiland is door dit alles mobiel en bruikbaar op plaatsen waar de zeebodem niet al te diep is. Vanaf 1976 boort het eiland jarenlang naar olie en gas in opdracht van oliemaatschappijen waarvan veel namen alleen nog in geschiedenisboeken zijn te vinden.
Andere tijd, nieuwe functie
Als in de loop van de jaren negentig de vraag naar boringen en werkzaamheden aan putten afloopt, ondergaat het off- shore-eiland een ingrijpende transformatie. De boortoren verdwijnt en het platform wordt aangepast. Het gaat als uitvalsbasis fungeren voor de werklieden die productie-installaties van bijvoorbeeld een nieuw likje verf moeten voorzien.
Over de inkeping in het rechthoekige dek, daar waar eerst de boortoren stond, komt een overspanning waarop een rupskraan van links naar rechts kan. Benedendeks en langs de lange zijden komen verblijven voor het onderhoudspersoneel. Na de verbouwing kunnen ongeveer 150 werklieden op de Seafox 4 verblijven, daar waar dat eerst maximaal 60 betrof. Die ploegen werken twee weken op en twee weken af. Vanaf die tijd legt de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) het gevaarte bijna onafgebroken tot de dag van vandaag contractueel vast. Eerst voor klussen op het Nederlands deel van het Continentaal Plat, later ook voor werkzaamheden op het Britse deel van de Noordzee. Maar de tijden veranderen en de werkzaamheden op zee ook.
De Seafox 4
- Lengte: 68,79 meter
- Breedte: 52,78 meter
- Dekruimte: 900 m2
- Aantal poten: 6
- Lengte poten: 84,3 meter
- Maximale waterdiepte: 45,7 meter
- Maximale golfhoogte: 14,5 meter
- Aantal kranen: 3
- Verblijven: 153 slaapplaatsen
- Namen: Transocean 4 (1976 - 1992), Seafox 4 (1992 - heden)

En weer andere eisen
En dus volgt al snel gedaanteverwisseling nummer twee rond 2015. Het zwaartepunt van de werkzaamheden op de Noordzee komt dan te liggen op ombouw in plaats van onderhoud. De klussen worden daardoor ingrijpender. Bemande platforms worden onbemand, oude installaties worden vervangen en verduurzaamd en andere platform zelfs omgebouwd tot zogeheten monopiles, een stalen pijp met dito dek met daarop de hoogstnoodzakelijke apparatuur. De volledige elektrificatie van het productieplatform AWG voor de kust van Ameland is er een voorbeeld van.
Ook op het Britse Continentaal Plat is het gevaarte voor NAM actief, bijvoorbeeld bij de ingrijpende verbouwing van de productie-installaties van het Leman-veld. En dus verdwijnt van de Seafox 4 de rupskraan die jarenlang trouw dienst heeft gedaan. Daarvoor in de plaats komt een veel robuuster exemplaar met lange giek die tot 300 ton kan hijsen. Dat betekent wel dat de inkeping van naar schatting 10 bij 15 meter dichtgemaakt gaat worden. Tegelijkertijd worden ook de verblijfsaccommodaties gemoderniseerd en komen er de nodige vergaderruimtes voor werkoverleg.
Verandering als constante
Wietse van Lingen, Managing Director EU van platformeigenaar Seafox in IJmuiden, weet dat zijn vaartuig nog een tijdje onder contract staat bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Dat is voor hem geen reden om niet verder vooruit te kijken. Hij ziet op de Noordzee nieuwe werkzaamheden op zich afkomen. En dus is het denken voor de volgende gedaanteverwisseling al gestart. Een deel van de oude platforms zal van zee moeten verdwijnen omdat de olie- en gasreserves zijn uitgeput. Een ander deel van de platforms zal moeten worden omgebouwd omdat ze mogelijk bruikbaar kunnen zijn bij de ondergrondse opslag van CO₂ in lege gasvelden. En dan zijn er ook nog de nieuwe grote windparken. Ook daarvoor moeten er offshore-eilanden komen, die kunnen dienen als transformatorhuis op zee of wie weet een waterstoffabriek op tijden dat de productie van windenergie groter is dan de vraag op het land. Het voormalige boorplatform zal tijdig klaar zijn om opnieuw de wisselende tijden en getijden te weerstaan.