Direct naar de hoofd inhoud
Ik vertrek (Beeld: Dirk Jan Pino)

Essay: ik vertrek

Dat iedereen zo ongeveer overal naar toe kan en ook gaat – nog los van het motief – is nog niet zo lang vanzelfsprekend. Columnist, ex-politicus en gerenommeerd adviseur van overheids en bedrijfsleven Paul Schnabel vraagt zich in dit essay onder meer af of iedereen echt wel zo gemakkelijk verkast of kan verkassen.

Ik vertrek (Beeld: Dirk Jan Pino)

Tekst: Paul Schnabel. Beeld: Dirk Jan Pino.

Dat iedereen zo ongeveer overal naar toe kan en ook gaat – nog los van het motief – is nog niet zo lang vanzelfsprekend. Pas 150 jaar geleden was het voor eerst mogelijk zowel comfortabel als snel te reizen.

Dankzij de stoommachine kon je in Europa overal per trein komen en naast de grote stations in paleisachtige hotels logeren. De lijnboot bracht honderden, zelfs duizenden passagiers naar Amerika, sommigen als toerist maar de meesten toch als landverhuizers in de hoop op een betere toekomst in de Nieuwe Wereld. Het in 1869 geopende Suezkanaal verkortte de reis naar Batavia van minstens vier maanden tot hoogstens vier weken. Sindsdien kon je echt spreken van een Nederlands-Indië.

Sieraden, wapen en mooie stoffen

Toch, reizen en trekken deden mensen altijd al. Archeologen worden elke keer weer verrast door grafvondsten, die laten zien dat er ook meer dan 5.000 jaar geleden al internationale handelsroutes bestonden. Natuurlijk niet voor wat je dagelijks nodig had, maar wel voor luxeartikelen als sieraden, wapens of mooie stoffen.

In de Griekse en Romeinse tijd ging het handelsverkeer al meer op nu lijken. Vrachtschepen vol graan, wijn, olijven, hout en slaven voeren af en aan langs de kusten van de Middellandse Zee. Op Sicilië woonden in grote steden als Syracuse uiteindelijk meer Grieken dan in Athene.

Imperium Romanum tot 'Ontdekkingsreiziger'

Onder het bewind van de keizers werd de verwende bevolking van Rome tevreden gehouden met steeds meer brood en spelen, aangesleept uit de verste uithoeken van het Imperium Romanum. Van Alexander de Grote tot Julius Caesar en van de Kruisvaarders tot Napoleon waren grote legers vaak jaren onderweg, te voet, slecht uitgerust, en tot schrik van de boeren altijd hongerig.

Ridders en vorsten, soldaten en handelaren waren altijd in beweging, gedreven door de zucht naar meer macht en geld. Geleerden als Erasmus reisden tussen de universiteiten van Europa en kunstenaars trokken over de Alpen naar de wereld van de klassieken, later gevolgd door rijke jonge mannen op hun ‘grand tour’, het begin van het moderne toerisme.

Bijzonder en nooit helemaal verklaard is dat uit Afrika, Amerika en het Verre Oosten geen ‘ontdekkingsreiziger’ ooit voet aan land in Europa heeft gezet. Het is vanuit Europa dat de wereld in kaart is gebracht en vervolgens grotendeels onderworpen en uitgebuit. 

Antwerpen

Niet alleen handel, veroveringsdrift en nieuwsgierigheid brengen al eeuwen mensen in beweging, ook honger, oorlog en geloof. We spreken wel niet meer van volksverhuizingen, maar de huidige stromen van vluchtelingen, arbeidsmigranten en verjaagden zijn dat natuurlijk wel. Het onderscheid tussen hen is ook niet altijd gemakkelijk te maken.

Vlaanderen, en zeker Antwerpen, was eind zestiende eeuw al veel protestantser dan Holland. Toen Antwerpen in 1585 weer in Spaanse handen kwam, werd in opdracht van Filips II alles op alles gezet om de stad weer katholiek te maken.

Misschien zouden veel protestanten zich om den brode ook wel weer bekeerd hebben, mits Hollandse schepen in de Schelde de toegang tot de haven niet geblokkeerd hielden. Binnen enkele jaren halveerde het inwonertal van de stad en trokken meer dan 40.000 Antwerpenaren naar Leiden, Haarlem en vooral Amsterdam.

Arbeidsmigrant

Verjaagd om het geloof, maar ook arbeidsmigrant. Ze waren zeer welkom en maakten voor een belangrijk deel de ‘Gouden Eeuw’. Bijna een eeuw later vluchtten de Hugenoten, Franse protestanten, omwille van het geloof naar Nederland.

Zeker niet overal welkom waren de uit Oost-Europa en Portugal gevluchte Joden. Handelaren, geleerden en ambachtslieden, maar ook straatarme dagloners. In Amsterdam, en bijna alleen daar, mochten ze synagogen bouwen. Ze staan er nog, groot en statig, aan het begin van de Weesperstraat.

Canada, Australië en Nieuw-Zeeland

Nederland is altijd meer een immigratie- dan een emigratieland geweest. Dat laatste was het zelfs maar even. Na de Tweede Wereldoorlog kozen ongeveer een half miljoen Nederlanders voor een nieuw bestaan in Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Daar was vrede en vrijheid, werk, welvaart, een woning en een betere toekomst voor de kinderen.

Precies de reden waarom nauwelijks meer dan tien jaar later zoveel mensen uit andere landen graag naar Nederland kwamen. Eerst vooral Italianen en Spanjaarden, die weer teruggingen toen het in hun eigen land beter ging. Daarna Turken en Marokkanen, bij elkaar nu meer dan vijf procent van de bevolking.

De gastarbeiders waren jonge mannen, om het werk te doen waar geen Nederlander meer voor te vinden was. Zij bleven hier en hun vrouwen en kinderen volgden. Ruim 300.000 Indische Nederlanders waren hun gedwongen voorafgegaan uit Indonesië, een land waar ze helemaal niet uit weg wilden.

Suriname en internationale studenten

Midden jaren zeventig kwamen net zoveel mensen uit Suriname, meer dan een derde van de bevolking, in beweging, in verwachting van een betere toekomst hier. Voor henzelf en hun kinderen. Daarna kwamen in de jaren negentig meer dan 60.000 oorlogsvluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië. Nog niet opgevangen in Ter Apel, maar in grote witte tenten langs de autowegen.

Ineens en ook nog op grote schaal werd immigratie zichtbaar. Dat was schrikken voor veel Nederlanders. Tegenwoordig zijn het vooral Syriërs en Oekraïners die op zoek zijn naar vrede en vrijheid. En dan zijn er ook nog de meer dan 120.000 internationale studenten in het hoger onderwijs.

Allemaal moeten ze ergens wonen en dat in een land met een schrijnend tekort aan betaalbare woningen. Dat levert uiteraard spanningen op met de Nederlanders voor wie er al te weinig woningen zijn. De echte expats, exemplarisch de Indiërs met hun informaticakennis, zijn juist weer in staat de hoogste huren te betalen en ook dat levert weer ongenoegen op. 

Voetafdrukken

Wie is Paul Schnabel?

Paul Schnabel is geboren in 1948 in Bergen op Zoom, groeit op in Breda in een Shell-familie - vader en broer werken beiden bij Shell - en gaat sociologie studeren in Utrecht en het Duitse Bielefeld. Hij promoveert in Rotterdam en wordt in 1986 hoogleraar klinische psychologie in Utrecht, later universiteitshoogleraar.

Vanaf 1977 is hij hoofd onderzoek van het Nederlands Centrum Geestelijke Volksgezondheid, het huidige Trimbos-instituut. Na vijf jaren decaanschap bij de Netherlands School of Public Health wordt hij in 1998 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, een functie die hij vijftien jaar bekleedt.

Na zijn pensioen is hij kroonlid van de SER, gasthoogleraar aan de Columbia University New York en van 2015 tot 2019 lid van de Eerste Kamer voor D66. Schnabel is gedurende zijn loopbaan columnist voor NRC Handelsblad en Het Financieele Dagblad, schrijft boeken en vervult bestuurlijke en toezichthoudende functies, onder andere als commissaris van Shell Nederland.

Momenteel is hij nog actief in adviesrollen voor overheid en bedrijfsleven. 

"Handel, veroveringsdrift, nieuwsgierigheid brengen al eeuwen mensen in beweging. Net als honger, oorlog en geloof"

Krimp, vergrijzing en verarming

Toch gaat het niet meer zonder migranten. De bevolkingsgroei is sinds een paar jaar negatief, het sterftecijfer is nu hoger dan het geboortecijfer. Zonder migranten zou de bevolking krimpen. Dat klinkt leuker dan het is, want krimp betekent vergrijzing en uiteindelijk ook verarming, omdat er minder mensen aan het werk zijn en juist steeds meer zorg nodig zullen hebben.

Een op de vijf is nu boven de 65 jaar en tegen 2040 is dat een op de vier. Ook al zijn de ouderen van nu gemiddeld vitaler dan hun ouders, ze worden gemiddeld ook ouder, op een gegeven moment hebben ze toch zorg nodig. Daarvoor zal bij gebrek aan voldoende ‘eigen mensen’ steeds meer een beroep op migranten gedaan moeten worden, zoals nu al in de bouw, de kassen, de bezorging, de schoonmaak en ook de horeca. 

Land van herkomst

Veel van onze talrijke politieke partijen vinden dat er minder migranten moeten komen, dat er meer terug moeten naar het land van herkomst of dat Nederland zelf moet kunnen bepalen wie men wel en niet wil toelaten. Een ruime meerderheid van de bevolking is het daar mee eens, maar het is allemaal moeilijk of niet te realiseren.

Alleen al tussen de 26 landen van de Europese Unie bestaat het principe van vrij verkeer van personen. Iedereen mag overal werken en wonen. Uit Afrika landen iedere dag honderden overvolle wankele bootjes met economische vluchtelingen op de kusten van Italië en Spanje. Terugsturen blijkt in de praktijk heel moeilijk. 

Het liefst in eigen land

Het lijkt wel of iedereen zo gemakkelijk verkast. Dat is niet zo. Als het even kan, blijven de meeste mensen toch het liefst in hun eigen land. Grensoverschrijdend gedrag ontstaat pas als het bij jou slecht gaat en het veel beter is aan de andere kant van de grens.

Bulgarije loopt leeg en meer dan honderdduizend Polen hebben zich min of meer blijvend in Nederland gevestigd. De Poolse stukadoor is een vaste waarde geworden. Inmiddels wordt zijn plaats in Polen alweer ingenomen door arbeidsmigranten uit nog armere landen als Moldavië.

De Oekraïners wilden zelf helemaal niet weg uit hun land, want dat was juist bezig zich economisch en politiek goed te ontwikkelen. Acht miljoen Oekraïners vluchtten voor de Russen. Meer dan honderdduizend kwamen in Nederland terecht. Van de volwassenen, voor het overgrote deel vrouwen, is inmiddels al meer dan 70 procent aan het werk. Ze waren welkom op de overspannen arbeidsmarkt, maar de meesten zullen teruggaan zodra dat veilig is. 

Uit Nederlandse ouders geboren

Natuurlijk, grootschalige migratie verandert een land, zeker een klein land als Nederland. Dat betekent niet dat wie hier uit Nederlandse ouders geboren is, zelf zo verandert door migratie. De cultuur en samenleving zijn altijd in beweging. Nederland nu is echt anders dan een halve eeuw of zelfs een kwart eeuw geleden.

Dat de meerderheid geen godsdienst meer heeft, is geen gevolg van migratie. Dat iedereen een mobiele telefoon heeft en bijna geen man nog een stropdas draagt ook niet. Dat de rijsttafel als ons nationale gerecht geldt, weer wel. Ondertussen is het wel uitgeroepen tot immaterieel erfgoed van Nederland.

'Eten van oma'

Hoe het ook zij: migranten veranderen meer dan omgekeerd, ze worden steeds Nederlandser, al zal de mate waarin en de wijze waarop variëren. En zullen ze thuis nog lang hun moedertaal spreken en dol blijven op het ‘eten van oma’.

Bijna niemand wordt moslim onder invloed van migranten, maar met bijna een miljoen moslims is het niet verbazingwekkend dat in het stadsbeeld minaretten verschijnen. Minder kerktorens en meer minaretten, veel vrouwen met een hoofddoek, maar wel hoorbaar afkomstig uit Utrecht of Rotterdam. Mensen zijn gemaakt om in beweging te zijn. Ze zijn erop gebouwd, ze kunnen het en ze leren het zichzelf. Zoals elk kind dat doet. Met vallen en opstaan.

"Nederland is nu echt anders dan een halve eeuw of zelfs een kwart eeuw geleden"

Meer nieuws uit Shell Venster

A microphone and an interviewer

Meer interviews

Energietransitie

Meer energietransitie

Meer specials

Meer specials