
Over de traptreden tussen kelder en zolder
Nederland lijkt steeds minder te houden van de chemie. Veel gehoord: niet veilig, vervuilend en dus kan de sector maar beter verdwijnen. Voorzitter Nienke Homan van branchevereniging VNCI ziet dat totaal anders. Chemie is en blijft nodig – alleen moet het schoner en circulair. ”Je gaat niet in één keer van de kelder naar de zolder.”
Tekst: Rob van 't Wel. Beeld: Erno Wientjes
De chemische industrie is groot in Nederland. De beschikbaarheid van energie en de geografische ligging in de Noordwest-Europese markt, met bijvoorbeeld alle industriële activiteit in het Duitse Ruhrgebied, liggen hieraan ten grondslag. Die grote sector staat nu wel voor een aantal minstens net zo grote uitdagingen.
De meest fundamentele daarvan is dat de chemie traditioneel een grootverbruiker is van olie en gas, als grondstof én als brandstof. Dat maakt de sector meteen ook de grootste uitstoter van CO2 binnen de industrie. Die uitstoot moet drastisch worden teruggebracht om op die manier de opwarming van de aarde te beperken, zoals ook is vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs. Voormalige GroenLinks-politica Nienke Homan is sinds 1 mei 2023 voorzitter van de branchevereniging VNCI, voluit Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie. Haar aantreden verbaasde destijds vriend en vijand.
Het is opvallend als iemand met uw klimaatachtergrond het boegbeeld wordt van een sector met een slecht milieu-imago. En dat ook nog op een moment dat de sector nieuwe wegen moet inslaan. Waarom toch deze baan?
“Juist daarom. Ik ben van de oplossingen. Het zit in mijn karakter om bij te dragen aan die nieuwe economie die we wel willen. De uitdagingen aangaan en helpen de oplossingen dichterbij te brengen, dat loopt door mijn hele loopbaan heen. Als je iets kan bijdragen, dan moet je dat doen. Zo kijk ik er tegenaan en daarom zit ik willens en wetens en vol overtuiging bij de VNCI.”
Dat is geen gemakkelijke keuze want de chemische industrie staat voor een enorme opgave. Hoe gaat de sector de uitstoot van CO2 terugbrengen?
“Wat dat betreft geven we echt gas. En laten we wel wezen, zonder de chemische industrie kun je die klimaatneutrale en circulaire samenleving die we allemaal willen, helemaal niet realiseren. Uiteindelijk staat chemie aan de basis van heel veel producten en leveren ze de bouwstenen voor de maakindustrie en bijvoorbeeld de grondstoffen voor medicijnen.
Als we de chemische industrie verduurzamen, verduurzamen we dus de hele keten en daarmee de producten. Heel veel mensen willen wel een bijdrage leveren aan de circulaire economie en CO2-reductie, maar willen ook hun leven een beetje comfortabel kunnen voortzetten. En dan is de vraag hoe je dat doet.
We kunnen, naast hergebruik, de slimme keuze maken om meer producten hier te maken met behulp van gerecyclede en biogrondstoffen. Daarvoor moeten we investeren, onder andere in innovatie, maar dat levert ook wat op! Alternatief is dat we onze producten uit Verweggistan halen waarmee we niet alleen het probleem over de grens schuiven maar ook een reëel risico lopen dat we juist bijdragen aan CO2-uitstoot. Dat levert dus niks op.”
Helder, maar wat kan de chemische industrie in Nederland doen om de noodzakelijke vermindering van CO2 te bewerkstelligen?
“Mijn inzet en die van onze bedrijven is dat we een circulaire economie willen opbouwen. Uiteindelijk zullen de chemische processen fundamenteel hetzelfde blijven. Wat moet veranderen is dat de fossiele bouwstenen van nu vervangen moeten worden door andere alternatieve koolstofbronnen, zoals biogrondstoffen of her te gebruiken recyclaat. Dat kan op twee manieren. De eerste is door over te stappen op biogrondstoffen, biomassa dus. De andere route loopt via recycling, het hergebruik van grondstoffen en materialen.”
Nederlandse chemie in cijfers
- 80% van de productie is voor de export
- 80% van die export gaat naar EU-landen
- 4e plaats qua omvang in Europa
- circa 390 bedrijven
- 45.000 arbeidsplaatsen
- ⅓ heeft hbo of hoger, ⅔ mbo
- omzet € 87 miljard
- chemie is goed voor 18% van de totale Nederlandse export
- 2% bijdrage aan Bruto Binnenlands Product
- circa 1,5% van omzet aan R&D
- ruim 30% van uitstoot broeikasgassen industrie komt van chemie
- bijna 10% van totale uitstoot broeikasgassen Nederland

Dat is de grondstoffenkant. Maar kijkend naar de brandstoffenkant zal de sector toch nog altijd heel veel energie nodig hebben?
“Klopt, maar ook die energie zal minder belastend voor het milieu moeten worden. Ook hier zie je twee wegen die tot dat doel leiden. Zo is daar elektrificatie. Omdat je in de chemische industrie veelal met druk en hoge temperaturen werkt, is dat niet zo gemakkelijk. Maar we boeken voortgang.
Groter probleem is de beschikbaarheid van groene elektriciteit en de capaciteit van het netwerk om grote hoeveelheden stroom bij de fabriek te leveren. Het zal kielekiele worden of er tijdig voldoende energie is. De andere weg is die van waterstof, die trouwens én als grondstof én als brandstof kan dienen. Maar ook daarvoor geldt dat er dan natuurlijk wel voldoende groene waterstof moet zijn.
Er liggen afspraken en ambities richting 2030 en dat is tof, maar het is nog niet in kannen en kruiken. Voor de periode daarna is het nog minder duidelijk. Dat is voor de chemische industrie wel van groot belang omdat de investeringen die bedrijven moeten doen enorm zijn en een lange looptijd hebben.
Als je het geld vrij kunt maken om te investeren, wil je wel dat de infrastructuur op orde is en dat je investering gaat renderen. Bedrijven hebben echt zekerheid nodig van de overheid over het vestigingsklimaat en de beschikbare infrastructuur.”
En in de tussentijd zie je dat een aantal bedrijven de poorten sluit …
“Klopt. Daar ligt vaak een bedrijfseconomische afweging aan ten grondslag door gebrek aan een zeker perspectief en de onzekerheid over het vestigingsklimaat hier. Als we in Nederland klimaatneutraal en circulair willen zijn, is het ontzettend belangrijk dat bedrijven kunnen blijven investeren om te innoveren.
Wat dat betreft baart het negatieve sentiment over de industrie mij wel zorgen. Dat was voor mij als nieuwe voorzitter ook even wennen en ik vind het extra jammer omdat de Nederlandse chemische industrie juist alles in huis heeft om te kunnen innoveren, om die stappen richting circulair te maken.”
Dus …?
“Moeten we als industrie nog meer laten zien wat we doen en keihard aan de slag. Want we zijn onmisbaar. Het vraagt ook keuzes van de maatschappij. Over waar je in investeert en welke beslissingen je als consument neemt. We moeten het samen doen. De industrie kan die transitie naar circulair niet alleen maken.
Dat maakt het voor mij juist zo interessant. Het draait om samenwerken. Er ligt bijvoorbeeld in het Rotterdamse heel veel kennis op het gebied van aardolie en moleculen. Wat is er nou mooier dan dat je die kennis, die ons veel waarde heeft gebracht, ook weer kan inzetten voor het hergebruik van kunststoffen?
Maar we moeten ook in gesprek met de afnemers die chemische grondstoffen zo moeten gaan gebruiken dat ze weer terug in de kringloop kunnen. De ontwerpers hebben ook een rol, net als de consument die oude gebruikte spullen weer terugbrengt en de producent die die weer kan verwerken in nieuwe producten.
De transitie naar een circulaire economie, de optelsom van de energie- en grondstoffentransitie, is voor mij heel duidelijk een maatschappelijke transitie. Alle schakels in de keten zullen moeten samenwerken om er een succes van te maken.
Dat klinkt complex maar daar krijg ik nou juist heel veel energie van. En die is nodig want ik weet dat je niet in één keer van de kelder naar de zolder gaat. Daar zitten echt een paar traptreden tussen. Die zullen we allemaal moeten oplopen.”
Wat verwacht u straks van het nieuwe kabinet?
“Duidelijkheid. Er ligt echt een kans voor de Nederlandse industrie om de groenste en innovatiefste industrie van Europa te worden. Daar heb je een aantal zaken voor nodig. Zekerheid ten aanzien van beleid, samen optrekken binnen Europa en uiteraard moet de benodigde infrastructuur en vergunningen geregeld zijn. Bedrijven staan te popelen om te investeren, maar dan moeten ze er wel op kunnen vertrouwen dat dat uiteindelijk gaat renderen en dat de benodigde energie beschikbaar en betaalbaar is. Daarbij is een versnelling van de vergunningverlening essentieel. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan vergunningen om de problemen op het elektriciteitsnetwerk op te lossen. Die groene elektronen en moleculen zijn net als groene grondstoffen essentieel voor de transitie van de Nederlandse chemische industrie. Zonder dat geen transitie en zonder chemie geen circulaire economie.”
Nienke Noman, voorzitter van de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI)“Bedrijven hebben echt zekerheid nodig”
Een voorzitter in beweging
Nienke Noman (Groningen, 1979) werd in 2015 de jongste vrouwelijk gedeputeerde van Nederland. En de eerste die ook vlogt.
Onder haar leiding wordt GroenLinks bij de verkiezingen van de Provinciale Staten in 2019 de grootste partij van Groningen. Sinds april 2023 is de voormalige projectleider van Greenpeace ook de eerste vrouwelijk voorzitter van de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).
Nienke Homan werkt na haar studie sociaalpedagogische hulpverlening op de Hanzehogeschool in Groningen bij hele uitlopende werkkringen als Jeugdzorg Groningen, Greenpeace Amsterdam, Jeugdinrichting Het Poortje Groningen, Keurmerkinstituut Zoetermeer, en Groene Kruis Groningen. Tussentijds leeft ze ook nog anderhalf jaar in Suriname.
In haar twee termijnen als Groningse gedeputeerde is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille energietransitie een constante. Homan toont zich in die periode al een warm voorstander van de ontwikkeling van groene waterstof, voor een volledig duurzame economie. Het levert haar de bijnaam ‘de waterstofvrouw’ op.
Homan, moeder van drie kinderen, begint de dag het liefst met een uurtje openwaterzwemmen (of alleen onderdompelen als het heel koud is), in het Woldmeer in de Groningse wijk Meerstad. “Mijn motortje brandt goed daardoor. Ik kan het iedereen aanraden.”