
Permanente opslag koolstof: een plan dat niemand nog wil
Als je het ei van Columbus hebt gevonden, een nieuw idee dat de klimaattransitie gaat helpen, wil je iedereen daarvan overtuigen. Precies dat doet zelfstandig consultant Margriet Kuijper met het plan voor verplichte koolstofterugname door energiebedrijven. ”Je moet het zien als een vangnet. Dat áls we nog fossiel nodig hebben, de emissie wel netto nul is.”

Tekst: Monika Jak. Beeld: Shell International Ltd.
Soms hak je een grote knoop door en Margriet Kuijper deed dat eind 2016. Ik vertrek, dacht ze. Na 31 jaar bij Shell te hebben gewerkt, leek het haar goed om uit te gaan zoeken wat en hoe ze nog meer zou kunnen bijdragen aan de samenleving en de broodnodige energietransitie. Met de nadruk op meer, want binnen Shell had ze het nodige gedaan op het gebied van duurzaamheid. Ze heeft nu haar eigen consultancy. “Ik doe vooral dingen die ik zelf belangrijk en interessant vind”, zegt ze.
Eén van die dingen is het bepleiten van de Carbon Take Back Obligation, CTBO. Dit systeem verplicht producenten en importeurs van fossiele energie dat voor elke kubieke meter fossiele brandstof die op de markt komt, een passende hoeveelheid koolstof weer permanent opgeslagen wordt. Belangrijkste doel is het halen van de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs: de stijging van de temperatuur wereldwijd te beperken tot ruim onder de 2 graden, bij voorkeur 1,5 graad. Vertaald in CO2 – de belangrijkste veroorzaker van die stijging – betekent dat per saldo nul uitstoot in 2050. Maar dat voor elkaar krijgen, blijkt lastig. Een CTBO is een instrument om dat te laten slagen.
Voor dit idee zet Margriet Kuijper zich daarom nu al enkele jaren in. “Ik doe dit gelukkig niet alleen”, vertelt ze. “Internationaal zijn er meerdere groepen actief mee bezig.” Het idee is oorspronkelijk van Myles Allen, hoogleraar geosysteemwetenschappen aan de Universiteit van Oxford, die het al in 2009 opperde.
“Toen ik er kennis mee maakte, zag ik dat dit de oplossing is, en dacht: hier kan ik toegevoegde waarde hebben”. Mede in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat schreef ze een rapport over CTBO. Begin vorig jaar reageerde minister Jetten op het rapport. Het antwoord was nee. Voor Kuijper geen aanleiding om haar missie te staken. Integendeel.
Wie is Margriet Kuiper?
Margriet Kuijper is afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TU Delft en heeft ruim 30 jaar gewerkt bij Shell en NAM. Via Den Haag, Londen en Gabon werd haar laatste standplaats Assen, als manager van het aardbevingenteam. Tussen 2006 en 2010 was ze projectmanager voor het CO2-opslagproject in Barendrecht. Margriet is coauteur van verschillende rapporten over CCS en CTBO-beleid, mede in samenwerking met ingenieursbureau Royal HaskoningDHV en consultancybureau De Gemeynt. Ze werkt op dit onderwerp nauw samen met een aantal organisaties, waaronder PACE in de Verenigde Staten en in Engeland met Carbon Balance Initiative en Oxford Net Zero. Die laatste groep wordt geleid door professor Myles Allen, de geestelijk vader van CTBO. Momenteel is haar inzet voor het onderwerp onbezoldigd. “Dat heeft het voordeel dat ik met de hand op het hart kan zeggen dat ik onafhankelijk ben.”

Waarom zet u zich zo in om dit plan van de grond te krijgen?
“Omdat ik denk dat het noodzakelijk is. Het grootste deel van de emissiereductie moet gedaan worden met het vervangen van fossiele energie, het verhogen van de energie-efficiëntie, gedragsverandering en dat soort zaken. Maar het gaat niet snel genoeg. Het is waarschijnlijk dat we meer fossiele brandstoffen nodig hebben dan het ‘budget’, dat voortkomt uit het Parijsakkoord, voorschrijft. Dat merken we nu al in Nederland en ook in andere landen. We lopen tegen grenzen aan. Door allerlei oorzaken. Geld, tekort aan personeel, langlopende vergunningstrajecten, schaarste in materialen, geopolitiek, krapte op het elektriciteitsnet, groei van de wereldbevolking, ruimtegebrek, noem maar op. CTBO gaat over het overbruggen van de hoeveelheid koolwaterstof die je nog gaat gebruiken, zolang fossiele energie nog nodig is. Dan komt de vraag: kan dat dan met minder impact? De carbon take back obligation voorziet daarin. Je moet het zien als een vangnet. Dat áls we nog fossiel nodig hebben, de emissie wel tijdig netto nul is.”
Wat houdt het precies in?
“Het principe is simpel. Iedereen die koolstofwaterstoffen uit de grond haalt, moet zorgen dat de CO2 of koolstof die bij de verbranding ontstaat, weer permanent opgeslagen wordt. Dus dan heb je het over de bedrijven die gas- en olie produceren en importeren. En ook producenten en importeurs van kolen – hoewel in Nederland in steeds mindere mate, en kalksteen voor de cementindustrie.”
Hoe gaat dat in zijn werk?
“Tegenover elke eenheid geproduceerde of geïmporteerde hoeveelheid koolwaterstof moet een bepaalde hoeveelheid opslag staan. Dat gaat in de vorm van opslagcertificaten, CSU’s, carbon storage units. Bedrijven die CO2 of koolstof permanent opslaan, krijgen deze certificaten en kunnen deze verkopen. De certificaten geven het recht op productie en import van fossiele brandstoffen. De producent of importeur kan zelf de opslag regelen, maar dat hoeft niet. Hij kan ook CSU’s van derden kopen of met anderen een opslagbedrijf opzetten. In aanvang word je verplicht een klein percentage van wat je uit de bodem haalt er weer in te stoppen, zo’n 10 procent. Dat percentage loopt dan geleidelijk op tot 100 procent in 2050, als de emissie op netto nul moet uitkomen.”
Margriet Kuijpers, zelfstandig consultant“Het principe is simpel. Iedereen die koolstofwaterstoffen uit de grond haalt, moet zorgen dat de CO2 die bij de verbranding ontstaat, weer permanent opgeslagen wordt"

Waarom niet direct 100%?
“Door die geleidelijke toename is er voldoende tijd voor het opschalen van de CO2-opslagcapaciteit. Dat duurt namelijk lang. Bovendien voorkom je zo een zogenoemde lock-in. Dat is het argument dat veel door milieugroeperingen gebruikt wordt. Die zijn bang dat er door CO2-opslag meer en langer fossiel zal worden gebruikt. Dat was bij COP28, de VN-klimaatconferentie van november vorig jaar in Dubai, ook een grote discussie. Of CO2-afvang en -opslag niet een excuus is van de olie- en gasindustrie om eindeloos door te blijven gaan.”
Hebben ze daar niet een punt?
“Het mooie van de CTBO is dat het een percentage is. Het betekent dus niet, er moet zoveel gigaton de bodem in. Het betekent wel dat 100 procent van de uitstoot van fossiele brandstoffen die nog gebruikt worden in 2050, moet worden afgevangen en opgeslagen. En dat betekent weer dat als we supersuccesvol zijn met duurzame energie en een betere energie-efficiëntie, de milieubeweging niks te vrezen heeft. Omdat er dan nog nauwelijks uitstoot is. Met CTBO proberen wij in feite te anticiperen op dat restant. 100 procent opslag van 10 procent van de totale energie die gebruikt wordt, is dan heel weinig. En de emissie is netto nul.”
Wie moet dit gaan regelen?
“De overheid of overheden. Het is een beleidsmaatregel, die het liefst wereldwijd wordt ingevoerd. Maar je kan ook beginnen met bijvoorbeeld de Noordzeelanden of eerst alleen in Nederland. Alleen fossiele brandstoffen die voldoen aan de CTBO-normen mogen dan op de Nederlandse markt worden verkocht. Vergelijk het met bijvoorbeeld hout: de eis dat alleen hout uit duurzaam beheerde bossen kunnen worden gebruikt of verkocht op een markt.”
Regelt het Europese emissiehandelssysteem, ETS, dit niet al?
“Gedeeltelijk ja. Maar ETS geldt alleen voor de grote bronnen en emissie-partijen. Dat is ongeveer 40 procent van de emissies in Europa. Daaronder zit nog een hele grote mkb-laag. En daaronder zitten nog de landbouw, de gebouwde omgeving en jij en ik met een auto en vliegvakanties. CTBO is een aanvullend instrument.”
Dit idee bestaat nu enige jaren. Waarom wordt het niet enthousiast ontvangen?
“Er zijn weinigen echt uitgesproken voor, maar ook bijna niemand is echt tegen. Veel partijen uit de sector zien wel de potentie. Punt is dat voor de invoering van dit systeem CCS, carbon capture and storage, een randvoorwaarde is. En CCS heeft zeker in Nederland een hele moeizame reputatie. Sommige milieuorganisaties vinden dat je geen cent meer moet stoppen in alles wat nog met fossiel te maken heeft, dus ook niet in CCS. En ze wijzen op gevaren, terwijl de techniek bewezen is. Ik zie wel dat er iets meer realisme terugkomt in de discussie. Kijk naar Europa. Daar is het rond CCS lang stil geweest, maar maart vorig jaar presenteerde de Europese Commissie de Net-Zero Industry Act. Daarin staat dat CO2-afvang versneld moet worden en dat in 2030 de Europese Unie een CO2-opslagcapaciteit van op z’n minst 50 miljoen ton per jaar moet hebben. De Commissie zegt ook, en dat is markant want vergelijkbaar met een CTBO, dat olie- en gasproducenten hieraan proportioneel moeten bijdragen door zelf CO2-opslagprojecten te ontwikkelen of de opslag uit te besteden. En dat dan naar rato van hun olie- en gasproductie tussen 2020 en 2023.”
Demissionair minister Jetten zegt nee tegen CTBO. Begrijpt u dat?
“Minister Jetten zegt dat CTBO niet verenigbaar is met het kabinetsbeleid dat gericht is op een klimaatneutrale en fossielvrije toekomst. Ik begrijp de reactie wel vanuit de storyline dat Nederland gaat vergroenen en fossiel gaat uitfaseren. Maar in de Nederlandse klimaatplannen is CCS wel degelijk opgenomen en gebruiken we ook nog fossiel op het moment waarvan de minister nu zegt dat we geen fossiel meer gebruiken.”
Als CCS toch al in landelijke en Europese plannen zit, waarom dan toch een CTBO?
“Omdat CCS anders beperkt blijft tot een paar landen en een kleine groep bedrijven. Op vrijwillige basis gaat het niet lukken snel genoeg op te schalen. Zo werkt het niet in het bedrijfsleven. Echte innovatie en investeringen komen pas bij langetermijnperspectief en regelgeving. En als je als overheid elke keer per CCS-project subsidies moet gaan toekennen, komt er niet snel genoeg voldoende opslagcapaciteit.”
CCS en cijfers
- Bij Carbon Capture and Storage (CCS) komt het rookgas dat ontstaat na verbranding van fossiele brandstof (aardgas, olie of kolen) terecht in een afvanginstallatie, waarna de CO2 er wordt uitgehaald. Het transport naar opslaglocaties verloopt via pijpleidingen of schepen.
- Shell is in Nederland betrokken bij een aantal CO2-opslagprojecten, zoals Porthos, waarbij in totaal circa 37 megaton CO2 van de industrie in de Rotterdamse haven zal worden opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Een vergelijkbaar project, Aramis, is in ontwikkeling.
- In 2022 bedroeg de uitstoot van broeikasgassen in Nederland 158 megaton CO2-equivalent. Dit is 8 procent lager dan in 2021 en 31 procent lager dan in 1990. Eén megaton CO2-equivalent staat voor de broeikasgaswerking van de uitstoot van één megaton koolstofdioxide (= 1 miljard kilogram CO2).
- Uit een analyse van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) blijkt dat de behoefte aan CO2-opslag groeit tot meer dan 5.000 megaton per jaar halverwege deze eeuw.
- Uit geologische analyses blijkt dat de wereld over voldoende - maar wel nog te ontwikkelen - CO2-opslagcapaciteit beschikt.


Dus geen subsidie meer voor CCS?
“Nee, juist niet. Dat is een van de doelen van de CTBO. Nu subsidieert de overheid via wat heet de SDE++ subsidie. Het verschil in kosten tussen het moeten kopen van emissierechten voor CO2 via het ETS en de kosten voor CCS wordt vergoed. Invoering van een CTBO betekent dat er vraag naar opslag komt – het is immers verplicht – en biedt partijen daarmee zekerheid om in CCS te investeren. CO2-opslag wordt zo een markt en maakt die SDE++ regeling overbodig. CCS krijgt dan eindelijk een goede businesscase. Dit is ook een interessant aspect voor de milieugroepen; zonder subsidie zijn de emissiekosten daadwerkelijk verwerkt in de prijs voor fossiele energie en worden schone alternatieven interessanter. Op die manier stimuleert CTBO, net als de stijgende ETS-prijs, investeringen in hernieuwbare energie.”
Wie gaat betalen voor opvang, afvang, transport en opslag?
“De kosten komen te liggen bij de veroorzakers – de bedrijven die fossiele brandstoffen op de markt brengen. Dat zijn dus de olie- en gasproducenten en de importeurs. Waarschijnlijk gaan die dit doorberekenen in de kostprijs. Maar dat zal om een kleine verhoging gaan, zeker in het begin. Uit een economische analyse van energie-adviesbureau CE Delft blijkt dat de economische impact van CTBO ‘zeer bescheiden’ is, zoals zij het formuleren. Voor alle partijen, ook de consument. En de overheid kan de prijsverhoging compenseren door verlaging van belastingen. Het zijn uiteindelijk allemaal keuzes.”
Milieugroepen staan niet te springen, de overheid ook niet. Ik vermoed dat de olie- en gassector als betalende partij ook niet vooraan staat?
“Dat zou wel moeten. Energiebedrijven zitten nu in een spagaat. Aan de ene kant willen ze betaalbare en betrouwbare energie kunnen blijven leveren. En dat is belangrijk, dat hebben we de afgelopen periode door Oekraïne gezien. Aan de andere kant is er het klimaatprobleem. Ik geloof graag dat de olie- en gassector oprecht serieus is over de klimaatdoelen, maar zonder regelgeving gaat het niet op tijd goedkomen. Als ik hen was, zou ik CTBO juist verwelkomen. Er wordt veel geklaagd over de verslechtering van het vestigingsklimaat in Nederland. Bedrijven vragen al lang om duidelijkheid. Met een CTBO is die er. En als je als producent of importeur straks kunt zeggen dat je bij alles wat je doet daadwerkelijk op net-zero uitkomt, dan ben je in mijn ogen goed bezig. In de ogen van veel anderen ook.”


