Direct naar de hoofd inhoud
Windpark Crosswind in aanbouw, september 2023 (Foto: CrossWind)

Balanceren tussen wind en watervogels

Shell bouwt samen met Eneco en Chubu, als consortium Ecowende, een nieuw windpark op zee: Hollandse Kust West. Uniek in zijn soort, want nog niet eerder werden er bij een offshore windpark zoveel maatregelen genomen om de impact op de natuur zo klein mogelijk te houden. Hermione van Zutphen is programmamanager Ecologie van Ecowende. Ze vertelt over hoe de Jan van Gent veilig langs de turbines kan vliegen, en hoe die slim in hoogte verschillen. En meer. 

Windpark Crosswind in aanbouw, september 2023 (Foto: CrossWind)

Tekst: Matthijs Timmers. Beeld: CrossWind, Ecowende/Jeroen Kwakkel/Bureau Waardenburg, Pond5.

De wanden van de kantoorruimte van Ecowende, gevestigd in een gemoderniseerd bedrijfsverzamelgebouw in Rijswijk, zijn behangen met enorme foto’s van vliegende grote zwarte mantelmeeuwen, overzichten van het onderwaterleven in de Noordzee en informatieve beelden van het toekomstige windpark op de Noordzee en de genomen ecologische maatregelen. “Je zou misschien denken dat de Noordzee een grote grijze bak met water is, maar er leeft van alles. Er is zo veel moois”, wijst Van Zutphen naar de versierde wand in de vergaderruimte.

Natuurontwikkeling

Aan de aankleding van dit kantoor is duidelijk dat het ruim 60 personen tellende projectteam van Ecowende hier de bouw van een windpark voorbereiden, waarin bijzondere aandacht is voor het onderwerp ecologie. Ofwel: hoe dieren en planten op hun omgeving reageren. Nog nooit was in een aanbesteding voor een windpark op zee natuurontwikkeling zo dominant als voor Hollandse Kust West.

Het windpark wordt iets meer dan 50 kilometer voor de kust van Ijmuiden gebouwd, met 52 turbines die vanaf eind 2026 gaan draaien. Samen zorgen ze voor een geschatte jaarlijkse stroomproductie van 3,3 TWh. Bij de aanbesteding van het windpark stond dit gelijk aan 2,8% van de Nederlandse elektriciteitsvraag, al is het percentage door de groeiende energievraag inmiddels wat gezakt.

Dubbel zo ingewikkeld

Voorafgaand, tijdens en na de bouw worden er zo’n 40 verschillende onderzoeken gedaan naar en maatregelen getroffen om de impact van een windpark op de vogels, vleermuizen en bruinvissen in het gebied zo klein mogelijk te houden. Ook worden verbeteringen aangebracht voor vissen en het leven in de bodem van de zee. Zo worden oude fruitbomen hergebruikt om hiermee circulaire en bio-afbreekbare rifstructuren aan te leggen. Op deze manier probeert Ecowende de biodiversiteit te stimuleren.

 “Het bouwen van een offshore windpark op zich is al complex”, weet Van Zutphen, “maar met dit omvangrijke onderzoeksprogramma plus de fysieke maatregelen en alle innovaties is het dubbel zo ingewikkeld.”

Drukke Noordzee

De focus op de natuur is meer dan logisch, vindt Van Zutphen. Hoe je het wendt of keert, het bouwen van windparken op zee neemt een hap uit de toch al relatief schaarse ruimte op de Noordzee, met al haar verschillende functies. Denk aan de scheepvaart, de visserij, gaswinning, CO2-opslag, defensie, de natuur én stroomproductie. “Die ruimte moeten we zorgvuldig verdelen, met oog voor de natuur, ” stelt ze.

Dagmar Eisses, productiemanager Shell NoordzeeWind (Foto: met dank aan Dagmar Eisses)

Lees ook!

Hoe Nederlands eerste windpark op zee langer meegaat

Shell was in Nederland een pionier in windenergie op zee. In 2007 werd samen met Nuon/Vattenfall het eerste offshore windpark van ons land geopend voor de kust van Egmond aan Zee. Inmiddels is NoordzeeWind 100% van Shell en mag het bovendien langer draaien dan aanvankelijk gedacht. Een succesverhaal.

Lees over NoordzeeWind
Een Jan van Gent vliegt over de Noordzee, met op de achtergrond windturbines (Beeld met dank aan Ecowende en Jeroen Kwakkel/Bureau Waardenburg)
Een Jan van Gent vliegt over de Noordzee, met op de achtergrond windturbines (Beeld met dank aan Ecowende en Jeroen Kwakkel/Bureau Waardenburg)

De vogelcorridor

Met een achtergrond in de offshore installatietechniek is ecologie een relatief nieuw vakgebied voor Van Zutphen.  Ze somt de vogelsoorten op waarmee met de bouw van Hollandse Kust West rekening wordt gehouden: de grote zwarte mantelmeeuw, de kleine mantelmeeuw, de Jan van Gent, de zilvermeeuw, de zee-eend en de alk.

Om de vogeltrek voor deze soorten langs de turbines mogelijk te maken, is er onder meer een vogelcorridor in het ontwerp van het windpark gemaakt, van de kust naar de zogenoemde Bruine bank. Dat is een zandbank in het meest westelijke deel van de Nederlandse Noordzee. Het is een gewild gebied voor zeevogels, omdat er veel voedsel te vinden is. De Bruine bank is een Natura 2000-gebied: een beschermd natuurgebied dat de Europese Unie belangrijk vindt voor het behoud en het herstel van de biodiversiteit, ofwel rijkdom aan soorten.

Door de windmolens in Hollandse Kust West wat verder uit elkaar te zetten, hoopt het projectteam een veilige doorgang voor vogels te creëren. Het is een plan gemaakt op aannames. Van Zutphen: “De zeevogels die we aan de kust aantreffen, zoeken in de wintermaanden naar voedsel op de Bruine bank. Ze zullen vast heen en weer vliegen. Maar of ze dat ook daadwerkelijk door onze corridor gaan doen, dat weten we natuurlijk niet zeker. Daarom doen we hier onderzoek naar. Dat is nog niet eerder gebeurd, en dus waardevol.”

Camera’s, radarsysteem en hogere turbines

Een volgende maatregel: de turbines zijn uitgerust met camera’s die vogels kunnen herkennen en tellen. De camera’s worden aangestuurd door radars die verspreid over het windpark staan. Als er een vogel richting een turbine koerst, wordt met behulp van computers met kunstmatige intelligentie (AI) een signaal naar de turbine gestuurd. Die gaat dan langzamer draaien om botsingen te voorkomen. Mocht een vogel onverhoopt tegen de rotor aanvliegen, dan wordt dit geregistreerd met behulp van sensoren in de bladen. Met die data kunnen de besturingsmodellen van het windpark worden verbeterd.

Verder worden bepaalde vogels van een zendertje voorzien, om ze te kunnen volgen tijdens hun vlucht. Dit geeft onderzoekers de komende periode meer informatie over de routes die de vogels afleggen. Bovendien worden een aantal windturbines tien meter hoger gemaakt dan de rest. “Om verticale ruimte te bieden aan vogels die lager vliegen”, legt de programmamanager uit. En bij zeven windturbines wordt één rotorblad rood geverfd. “De theorie is dat het kleurverschil in de rotorbladen een flikkering geeft, waardoor dit vogels opvalt en ze hun route aanpassen.”

Vleermuizen naar Engeland

Er zullen niet alleen vogels door het toekomstige park vliegen, ook vleermuizen doen dat waarschijnlijk. Over het gedrag van deze dieren is weinig bekend. “We weten dat de vrouwtjes vanuit de Baltische staten Europa doorkruisen, op weg naar de mannetjes in Nederland. Een gedeelte van de vrouwtjes maakt de oversteek naar Engeland om jongen te krijgen. Het blijkt dat vrouwtjes binnen een nacht de Noordzee kunnen oversteken, zo snel zijn ze. Maar hoe ze precies vliegen, dat gaan we onderzoeken. Als we dat weten, kunnen we maatregelen nemen om de vlucht van de vleermuis te beschermen.”

"Als er een vogel richting een turbine koerst, wordt met behulp van computers met kunstmatige intelligentie (AI) een signaal naar de turbine gestuurd. Die gaat dan langzamer draaien om botsingen te voorkomen."

Windpark Ecowende
De Noordzee is een druk bevaard, met de haven van Rotterdam als belangrijke in- en uitvoerbestemming (Foto: Pond5)
De Noordzee is een druk bevaard, met de haven van Rotterdam als belangrijke in- en uitvoerbestemming (Foto: Pond5)

De ecoloog en de ingenieur: twee bloedgroepen

Het zijn dit soort onvoorspelbaarheden en variabelen van natuurwetten waar de ecoloog zich graag in vastbijt, maar die voor de technisch onderlegde windparkbouwer toch vooral vraagtekens oproepen. Een techneut wil zeker weten: waar moet ik die turbine neerzetten, welke kleur moet ik ‘m verven en hoeveel meter boven de zeespiegel moet die uittorenen om als vogelvriendelijk te worden bestempeld? Een ecoloog antwoordt dan onbevredigend aan de techneut: dat zullen we moeten gaan onderzoeken, testen en nog eens testen, en dat voor een langere periode.

De ecoloog en de ingenieur: het zijn twee verschillende bloedgroepen, die nu samen aan hetzelfde project werken. Van Zutphen: “Het levert een verfrissende dynamiek op, waarin beide kampen een hoop van elkaar kunnen leren. Het is belangrijk om continu de vertaalslag te maken. Het is mooi om te merken dat het hele team binnen korte tijd een goed beeld én besef heeft gekregen van het belang van de interactie met het zeeleven in dit project.”

Tijd voor het windpark

“Wat ik geleerd heb van ecologen”, gaat de programmamanager van Ecowende verder, “is dat een ecologisch onderzoek gepaard gaat met heel veel wachten. Je moet geduld hebben. En tijd.”

En tijd, die is voor de bouw van Hollandse Kust West relatief kort, vanuit ecologisch perspectief. In 2022 is de vergunning verleend, halverwege 2023 is die onherroepelijk verklaard. En in september van dit jaar begint de bouw van het windpark op de betreffende locatie. Tot die tijd, in een krappe periode van dik twee jaar dat het plot nog onaangeroerd is, heeft het consortium de tijd om onderzoek te doen naar de diersoorten en leefgebieden van Hollandse Kust West. Dat wordt in feite een nulmeting.

“We zetten hier verschillende methodes voor in om het leven boven de zeespiegel en onderwater te begrijpen. Voor vogels doen we dan onder meer met een vliegtuig”, vertelt Van Zutphen. “Iedere maand vliegen we in een patroon over het windpark en daarbuiten om zo precies mogelijk inzichtelijk te krijgen hoe ze vliegen, welke vogelsoorten er zijn, en hoeveel dieren er zijn. Ook wordt gecheckt of er bruinvissen in het gebied komen. Al het materiaal wordt bekeken en door mensenogen beoordeeld, echt indrukwekkend.”

De toekomst van offshore wind

Hermione van Zutphen is realistisch: bij Hollandse Kust West worden meer innovaties en onderzoeken gedaan dan ooit eerder bij de bouw van een offshore windpark. Er zullen zeker een aantal daarvan niet succesvol zijn.

“Maar stel dat blijkt dat een rood blad effectief is, bijvoorbeeld, dan is dat natuurlijk fantastisch! Winst voor de natuur. Alle gegevens die we met dit windpark verzamelen, zijn zo belangrijk voor de verdere natuurvriendelijke manier van het bouwen van windparken. Niet alleen wij met ons consortium hebben er baat bij, maar de hele energiesector. En niet alleen de ingenieurs leren ervan, maar óók de ecologen.”

“We zetten hier verschillende methodes voor in om het leven boven de zeespiegel en onderwater te begrijpen. Voor vogels doen we dan onder meer met een vliegtuig"

Hermione van Zutphen, programmamanager Ecologie bij Ecowende

Cautionary note

The companies in which Shell plc directly and indirectly owns investments are separate legal entities. In this announcement “Shell”, “Shell Group” and “Group” are sometimes used for convenience where references are made to Shell plc and its subsidiaries in general. Likewise, the words “we”, “us” and “our” are also used to refer to Shell plc and its subsidiaries in general or to those who work for them. These terms are also used where no useful purpose is served by identifying the particular entity or entities. ‘‘Subsidiaries’’, “Shell subsidiaries” and “Shell companies” as used in this announcement refer to entities over which Shell plc either directly or indirectly has control. The term “joint venture”, “joint operations”, “joint arrangements”, and “associates” may also be used to refer to a commercial arrangement in which Shell has a direct or indirect ownership interest with one or more parties.  The term “Shell interest” is used for convenience to indicate the direct and/or indirect ownership interest held by Shell in an entity or unincorporated joint arrangement, after exclusion of all third-party interest. 

Forward-looking Statements

This announcement contains forward-looking statements (within the meaning of the U.S. Private Securities Litigation Reform Act of 1995) concerning the financial condition, results of operations and businesses of Shell. All statements other than statements of historical fact are, or may be deemed to be, forward-looking statements. Forward-looking statements are statements of future expectations that are based on management’s current expectations and assumptions and involve known and unknown risks and uncertainties that could cause actual results, performance or events to differ materially from those expressed or implied in these statements. Forward-looking statements include, among other things, statements concerning the potential exposure of Shell to market risks and statements expressing management’s expectations, beliefs, estimates, forecasts, projections and assumptions. These forward-looking statements are identified by their use of terms and phrases such as “aim”; “ambition”; ‘‘anticipate’’; ‘‘believe’’; “commit”; “commitment”; ‘‘could’’; ‘‘estimate’’; ‘‘expect’’; ‘‘goals’’; ‘‘intend’’; ‘‘may’’; “milestones”; ‘‘objectives’’; ‘‘outlook’’; ‘‘plan’’; ‘‘probably’’; ‘‘project’’; ‘‘risks’’; “schedule”; ‘‘seek’’; ‘‘should’’; ‘‘target’’; ‘‘will’’; “would” and similar terms and phrases. There are a number of factors that could affect the future operations of Shell and could cause those results to differ materially from those expressed in the forward-looking statements included in this announcement, including (without limitation): (a) price fluctuations in crude oil and natural gas; (b) changes in demand for Shell’s products; (c) currency fluctuations; (d) drilling and production results; (e) reserves estimates; (f) loss of market share and industry competition; (g) environmental and physical risks; (h) risks associated with the identification of suitable potential acquisition properties and targets, and successful negotiation and completion of such transactions; (i) the risk of doing business in developing countries and countries subject to international sanctions; (j) legislative, judicial, fiscal and regulatory developments including regulatory measures addressing climate change; (k) economic and financial market conditions in various countries and regions; (l) political risks, including the risks of expropriation and renegotiation of the terms of contracts with governmental entities, delays or advancements in the approval of projects and delays in the reimbursement for shared costs; (m) risks associated with the impact of pandemics, such as the COVID-19 (coronavirus) outbreak, regional conflicts, such as the Russia-Ukraine war, and a significant cybersecurity breach; and (n) changes in trading conditions. No assurance is provided that future dividend payments will match or exceed previous dividend payments. All forward-looking statements contained in this announcement are expressly qualified in their entirety by the cautionary statements contained or referred to in this section. Readers should not place undue reliance on forward-looking statements. Additional risk factors that may affect future results are contained in Shell plc’s Form 20-F for the year ended December 31, 2024 (available at www.shell.com/investors/news-and-filings/sec-filings.html and www.sec.gov). These risk factors also expressly qualify all forward-looking statements contained in this announcement and should be considered by the reader.  Each forward-looking statement speaks only as of the date of this announcement, June 26, 2025. Neither Shell plc nor any of its subsidiaries undertake any obligation to publicly update or revise any forward-looking statement as a result of new information, future events or other information. In light of these risks, results could differ materially from those stated, implied or inferred from the forward-looking statements contained in this announcement.

Shell’s Net Carbon Intensity

Also, in this announcement we may refer to Shell’s “Net Carbon Intensity” (NCI), which includes Shell’s carbon emissions from the production of our energy products, our suppliers’ carbon emissions in supplying energy for that production and our customers’ carbon emissions associated with their use of the energy products we sell. Shell’s NCI also includes the emissions associated with the production and use of energy products produced by others which Shell purchases for resale. Shell only controls its own emissions. The use of the terms Shell’s “Net Carbon Intensity” or NCI are for convenience only and not intended to suggest these emissions are those of Shell plc or its subsidiaries.

Shell’s net-zero emissions target

Shell’s operating plan, outlook and budgets are forecasted for a ten-year period and are updated every year. They reflect the current economic environment and what we can reasonably expect to see over the next ten years. Accordingly, they reflect our Scope 1, Scope 2 and NCI targets over the next ten years. However, Shell’s operating plans cannot reflect our 2050 net-zero emissions target, as this target is currently outside our planning period. In the future, as society moves towards net-zero emissions, we expect Shell’s operating plans to reflect this movement. However, if society is not net zero in 2050, as of today, there would be significant risk that Shell may not meet this target. 

Forward-looking non-GAAP measures

This announcement may contain certain forward-looking non-GAAP measures such as cash capital expenditure and divestments. We are unable to provide a reconciliation of these forward-looking non-GAAP measures to the most comparable GAAP financial measures because certain information needed to reconcile those non-GAAP measures to the most comparable GAAP financial measures is dependent on future events some of which are outside the control of Shell, such as oil and gas prices, interest rates and exchange rates. Moreover, estimating such GAAP measures with the required precision necessary to provide a meaningful reconciliation is extremely difficult and could not be accomplished without unreasonable effort. Non-GAAP measures in respect of future periods which cannot be reconciled to the most comparable GAAP financial measure are calculated in a manner which is consistent with the accounting policies applied in Shell plc’s consolidated financial statements.

The contents of websites referred to in this announcement do not form part of this announcement.

We may have used certain terms, such as resources, in this announcement that the United States Securities and Exchange Commission (SEC) strictly prohibits us from including in our filings with the SEC. Investors are urged to consider closely the disclosure in our Form 20-F, File No 1-32575, available on the SEC website www.sec.gov

Meer nieuws uit Shell Venster

A microphone and an interviewer

Meer interviews

Energietransitie

Meer energietransitie

Meer specials

Meer specials