Direct naar de hoofd inhoud
Een Nederlandse autosnelweg in 1950 (Foto: Cas Oorthuys/Nederlands Fotomuseum/ANP)

Geschiedenis van de toekomst: Nederlander lanceerde idee autosnelweg

Iemand moet toch ooit op dat briljante idee zijn gekomen: een weg zonder kruisingen, waarop je lekker kunt doorkarren. Misschien denk je daaraan terwijl je muurvast staat in een herfstfile op een van de 2474 kilometer snelweg die Nederland inmiddels telt. Het oorspronkelijke visioen – snelheid zonder  obstakels – lijkt dan ver weg. Meer dan een eeuw geleden kwam het idee voor een autosnelweg opborrelen bij de bouwondernemer Salomon ten Bokkel Huinink. De naam van deze Nederlandse pionier raakte eerst in opspraak en daarna in vergetelheid.

Een Nederlandse autosnelweg in 1950 (Foto: Cas Oorthuys/Nederlands Fotomuseum/ANP)

Tekst: Fanta Voogd. Beeld: ANP, Rijkswaterstaat, Wilco Jacobusse

Toen Ten Bokkel Huinink eind 1919 een paar maanden in de Verenigde Staten verbleef, was hij verbaasd over de slechte staat van de wegen in het land van autofabrikant Henry Ford. De  'chaotische toestand’ op de Amerikaanse wegen bracht hem op het idee van een speciale autoweg, alleen bedoeld voor snelverkeer, zonder kruisingen en met gescheiden rijbanen.

Een visionair plan op pilaren

Terug in Nederland werkte Ten Bokkel zijn plan uit. In juni 1923 verscheen zijn brochure Autoweg voor snelverkeer van Amsterdam naar Den Haag en Rotterdam. De bouwtekeningen in het boekje maakten meteen duidelijk dat hij groot dacht. Zijn snelweg moest uit zes banen bestaan en, heel vooruitstrevend, op pilaren boven het drassige Hollandse veen worden gebouwd. Op de kaart volgt zijn route grofweg het huidige traject van de A4.

Het plan zat vol moderne ideeën. Auto’s moesten worden gescheiden van fietsers, voetgangers en paard-en-wagen, zodat ze ‘ongestoord en tot elke snelheid’ konden rijden. De weg moest worden gebouwd van gewapend beton en asfalt, met langs de hele route elektrisch verlichting.

Een stoutmoedig plan, zeker als je bedenkt dat Nederland in 1924 nog maar zo’n 31.000 auto’s telde, tegenover bijna tien miljoen een eeuw later.

Over de rubriek Geschiedenis van de toekomst

Dit is de tweede aflevering in de Venster-rubriek Geschiedenis van de toekomst, waarin we het verleden met het heden op het gebied van energie met elkaar verbinden.

Zie aflevering 1: Elektrische fiets
Bouw van een viaduct over de snelwe A12 bij Bodegraven, 1938 (Foto: Rijkswaterstaat)
Bouw van een viaduct over de snelwe A12 bij Bodegraven, 1938

‘Sam met de Grote Plannen’

Ten Bokkel Huinink werd in 1869 geboren in Neede, in de Achterhoek, als zoon van een steenfabrikant. Hij had een succesvolle loopbaan als aannemer. In 1923 was hij directeur van de Nederlandsche Betonijzerbouw. Het Amsterdamse bedrijf kampte echter met een gebrek aan opdrachten en Ten Bokkel had er veel belang bij zijn snelwegplan te mogen realiseren. Ook zijn andere plannen draaiden om gewapend beton. Zoals de afsluiting van de Zuiderzee met een betonnen muur. Of een snelweg, over de Waddeneilanden naar Duitsland. In familiekring stond hij bekend als ‘Sam met de Grote Plannen’.

Ten Bokkel pochte dat hij als eerste op het idee van een autosnelweg kwam. Maar de Italiaanse ingenieur Piero Puricelli sloeg als eerste spijkers met koppen. Op 20 september 1923, een jaar na Mussolini’s machtsgreep, werd het eerste traject van de autostrada tussen Milaan en de Noord-Italiaanse meren officieel geopend.

Drie jaar later, tijdens het Internationale Wegencongres van 1926 in Milaan, kregen experts van Rijkswaterstaat en de ANWB de kans om het Italiaanse wonder zelf te bekijken. Aanvankelijk hadden ze opengestaan voor Ten Bokkels ideeën, maar na het bezoek aan Italië veranderde de stemming. De verhoogde betonnen wegen vonden ze lelijk en niet passen in het vlakke Nederlandse landschap.

De Italiaanse presentatie was bij de Nederlandse delegatie ook niet bepaald in goede aarde gevallen. Volgens een deelnemer kwam 'een groot deel van de voor de gasten bestemde wijn bij de chauffeurs terecht', waarna de terugtocht over de snelweg ontaarde in een race tussen de autobussen.

De wegen van de Führer

Toch waren de experts het erover eens dat de Nederlandse wegen aan modernisering toe waren. Op 15 april 1937 werd tussen Voorburg en Zoetermeer het eerste stuk Nederlandse autosnelweg geopend: Rijksweg 12, negen kilometer lang en voorzien van een vluchtstrook – een wereldprimeur. Na Italië, Duitsland en de Verenigde Staten was Nederland het vierde land met een snelweg. Ten Bokkel speelde echter geen rol bij de aanleg. Rijkswaterstaat vond zijn verhoogde ontwerp te extreem, en zag ook niets in zijn voorstel voor tolheffing.

In Duitsland werd in 1932 bij Keulen de eerste autosnelweg geopend door burgemeester Konrad Adenauer, later de eerste bondskanselier in het naoorlogse West-Duitsland.  Na Hitlers machtsovername in 1933 nam het nieuwe regime met grote haast de uitvoering van de bestaande plannen ter hand. Hoewel Hitler dus geenszins de geestelijk vader was van de Duitse autosnelwegen, stelden de nazi’s alles in het werk om deze te presenteren als de ‘Straßen des Führers’.

Het was ingenieur Fritz Todt, Hitlers vertrouweling, die deze propagandistische mythe creëerde. In 1938 hield Todt in Amsterdam een lezing waarin hij Ten Bokkel Huinink prees als de 'grondlegger van de gedachte der speciale autowegen'. Deze plotselinge schijnwerper op de Nederlandse aannemer kan niet los worden gezien van Todts streven de Italiaanse voortrekkersrol te verdoezelen. Ten Bokkel Huinink zelf vormde geen bedreiging voor het Duitse prestige. Hij mocht dan wel in aanmerking komen als brein achter de autosnelweg, maar als uitvoerder kon hij niet in de schaduw staan van Hitlers stratenmakers.

Hulp aan de vijand

Ten Bokkel genoot ongetwijfeld van de Duitse waardering. Een duik in zijn dossier in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging toont dat hij een innige band onderhield met de pro-Duitse Nationaal Socialistische Beweging (NSB). In 1934 al had hij zich aangemeld bij de club van Anton Mussert. Uit de getuigenverklaringen rijst het beeld op van een ‘gelegenheids-NSB-er’ die via zijn contacten tevergeefs probeerde nieuwe opdrachten binnen te slepen. Ten Bokkels strafdossier maakt weliswaar geen melding van antisemitische uitlatingen, maar uit zijn toespraken en brieven spreekt grote bewondering voor 'de geest van het nationaalsocialisme'. Na de oorlog werd hem ‘het verlenen van hulp aan de vijand' ten laste gelegd. Maar voor het tot een proces kwam, overleed hij op 16 november 1946. Hij werd 77 jaar oud.

Een snelweg op palen uit Vrij baan voor de toekomst

Mussert plagieerde Ten Bokkel

In 1931 publiceerde Anton Mussert, toentertijd het hoofd van de Provinciale Waterstaat in Utrecht, de brochure Vrij baan voor de toekomst. Zijn tekening van een autosnelweg op palen laat er geen twijfel over bestaan waar hij zijn inspiratie had opgedaan. Maar een bronvermelding ontbrak. Op 29 juli 1931 werd de brochure besproken tijdens een bijeenkomst van de door Ten Bokkel Huinink opgerichte Nederlandsche Vereeniging voor Speciale Autowegen (NEVAS). Een van de sprekers zei dat hij ‘het zeer betreurde dat ir. Mussert in zijn brochure geheel gezwegen heeft over het plan-Ten Bokkel’.

Vijf maanden na het verschijnen van de brochure richtte Mussert de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB) op. Zijn plagiaat heeft Ten Bokkel er niet van weerhouden zich in 1934 bij de beweging aan te sluiten. In een toespraak die Mussert in 1935 hield voor leden van de NEVAS gaf hij kameraad Ten Bokkel opeens wel de credits voor zijn snelwegplan. De NSB-leider beschreef hem als een miskend genie.

Uit het naoorlogse strafdossier van Ten Bokkel blijkt dat hij zestien keer contact heeft gezocht met ‘de Leider’. De verbalisant noemt de verdachte ‘een persoonlijke vriend van Mussert’. Maar uit de getuigenverklaring van Musserts privésecretaresse spreekt een ander beeld: ‘Mussert was geen bepaalde vriend van hem. Hij vond het nooit prettig als hij kwam.' 

De Zeelandbrug uit 1965. (Foto: Wilco Jacobusse)
De Zeelandbrug uit 1965

De snelweg als symbool van vooruitgang

Vanaf de jaren vijftig, kreeg het netwerk van autosnelwegen in Nederland en Europa pas echt vorm. De wederopbouw bracht een geloof in techniek, mobiliteit en vooruitgang. In die jaren voelde men weinig aandrang om de rol van de NSB-er in herinnering te brengen. In bijna alle standaardwerken over de Nederlandse wegengeschiedenis ontbreekt zijn naam. Alleen enkele latere publicaties noemen zijn pionierswerk, maar de auteurs maken geen melding van zijn contacten met Mussert.

Ten Bokkels gedroomde verhoogde autosnelwegen zouden er nooit komen. Hier en daar verrezen wel stukken snelweg op pijlers: de Zeelandbrug (1965), het Prins Clausplein bij Den Haag (1985) en de Westrandweg in Amsterdam (2013). Toch heeft de discussie die Ten Bokkel in 1923 aanzwengelde, eraan bijgedragen dat Nederland er vroeg bij was met de aanleg van snelwegen. Een innovatie die doorslaggevend is geweest voor het overweldigende succes van de personenauto, voor de opmars van vrachtvervoer over de weg, het forensisme en het toerisme. De negentiende eeuw was vanaf 1825 uitgegroeid tot de eeuw van de spoorwegen. De twintigste? Die ontpopte zich na 1923 onmiskenbaar tot de eeuw van de autosnelweg. In de éénentwintigste eeuw hebben we moeten aanvaarden dat de snelweg de groei van het autoverkeer onmogelijk kan bijbenen. En dat de oorspronkelijke droom stokt in de herfstfile van de vooruitgang.

Meer nieuws uit Shell Venster

A microphone and an interviewer

Meer interviews

Energietransitie

Meer energietransitie

Meer specials

Meer specials