Direct naar de hoofd inhoud
De Murton-kolenmijn in noordoost Engeland, 1843 (Beeld: John Wilson Carmichael / Yale Center for British Art / Paul Mellon Collection)

Onheilsprofeten in energietransitie: de kolenkwestie

Zorgen om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen zijn niet nieuw. Al in de achttiende eeuw waarschuwde een Britse mijnbouwkundige dat de voorraad steenkool vroeg of laat uitgeput zou raken. Zeventig jaar geleden ontwikkelde Shell-geofysicus King Hubbert een model waarmee hij kon voorspellen wanneer de productie van aardolie haar piek zou bereiken. De onheilsprofeten van toen hielden geen rekening met de ontdekking van nieuwe voorraden en nieuwe winningsmethoden, maar helemaal ongelijk hadden ze niet.

De Murton-kolenmijn in noordoost Engeland, 1843 (Beeld: John Wilson Carmichael / Yale Center for British Art / Paul Mellon Collection)

Tekst: Fanta Voogd.
Beeld: John Wilson Carmichael (Yale Center for British Art / Paul Mellon Collection), Kryn Taconis/Anefo (Nationaal Archief), Fritz Tolentin, Mat Zwart Fotografie, University of Manchester Libraries

Het rapport Grenzen aan de Groei van de Club van Rome veroorzaakte in 1972 een schok met zijn waarschuwingen tegen milieuverontreiniging, overbevolking en uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Het was een brute verstoring van het heersende optimisme. Een spaak in het wiel van de vooruitgang en de doctrine van economische groei. Maar in werkelijkheid is het besef dat de voorraad fossiele brandstoffen eens uitgeput raakt zo oud als de Industriële Revolutie.

“Onuitputtelijke” bronnen

John Williams, een mijnbouwkundige uit Wales, constateerde in 1789 dat ‘de meerderheid van de inwoners van Groot-Brittannië gelooft dat onze kolenmijnen onuitputtelijk zijn’. In zijn boek The Natural History of the Mineral Kingdom waarschuwde hij dat Groot-Brittannië in tachtig jaar tijd de helft van zijn totale kolenvoorraad had verstookt.

Als reactie op ‘angstvallige geesten’ als John Williams kwam mijnondernemer Henry Grey Macnab met zijn eigen schatting van de omvang van de Britse steenkoolvoorraad. Ook hij maakte een berekening uit de losse pols, maar was preciezer. Groot-Brittannië had nog voor 1200 jaar steenkolen en pas in het jaar 2300 zou de top van de kolenproductie worden bereikt.

1913: getob over voorraden

Gedurende de negentiende eeuw zou het debat over het opraken van de kolenreserves telkens oplaaien. Daarin namen de Britse liberalen een optimistisch laissez-faire-standpunt in, terwijl de conservatieven bang waren voor een enorme toename van de vraag naar kolen, stijgende prijzen en uiteindelijk aantasting van de superieure Britse concurrentiepositie.

Het getob over de omvang van de steenkoolvoorraad bereikte zijn hoogtepunt met het boek The Coal Question (1865) van econoom William Stanley Jevons (1835-1882). Hij voorzag dat met de almaar groeiende vraag de voorraad kolen amper genoeg was voor de komende honderd jaar

Een auto in een Europese stad, iedereen aan boord speelt een gezelschapssspel (AI-gegenereerd beeld met Adobe Firefly)

Lees ook de serie Geschiedenis van de toekomst

"De kolenkwestie" is een eerste in een nieuwe serie verhalen van Fanta Voogd. Je kent hem wellicht van zijn serie Geschiedenis van de toekomst.

Ga naar Geschiedenis van de toekomst
Een mijnwerker aan het werk in een van de Limburgse kolenmijnen, 21 november 1945 (Foto: Kryn Taconis / Anefo / Nationaal Archief)
Een mijnwerker aan het werk in een van de Limburgse kolenmijnen, 21 november 1945

“Ik moet het pijnlijke feit benadrukken dat bij dit groeitempo ons kolenverbruik spoedig de totale voorraad zal evenaren. Met de toenemende diepte waarop en moeite waarmee de kolen moeten worden gewonnen, zullen we stuiten op een vage, maar onontkoombare grens, die onze vooruitgang tot stilstand zal brengen”, aldus Jevons.

Met de steeds hogere kosten voor de winning van de resterende kolen zou het Verenigd Koninkrijk zijn gunstige concurrentiepositie dus al veel eerder verliezen. Jevons voorspelde correct dat het hoogtepunt van de Britse kolenproductie nabij was. De Britse kolenwinning zou inderdaad al in 1913 pieken.

Bedreiging voor economische hegemonie

Jevons zag al wel de mogelijkheden van energiebronnen als aardwarmte, wind, getijstroom en de zon, maar beschouwde die — als ze ooit al van belang zouden worden — vooral als een bedreiging van de Britse economische hegemonie.

Van bezorgdheid over het milieu was bij Victoriaanse pessimisten als Jevons nog geen sprake. Die eer komt toe aan Friedrich Engels en Karl Marx. Zij hadden er al wel oog voor dat het productieproces schadelijk kan zijn voor de natuur. In een brief aan Marx (1882) typeerde Engels de mens treffend als ‘een verspiller van zonnehitte uit het verleden’.

De twintigste eeuw had haar eigen onheilsprofeten. De Texaanse geofysicus Marion King Hubbert (1903-1989) werkte bij het Shell-onderzoekscentrum in Houston en ontwikkelde daar de Hubbert Peak Theory. Daarmee kon het verloop van de olieproductie worden voorspeld, voor een regio, een land of de hele wereld.

In 1956 voorzag Hubbert dat de olieproductie in de VS rond 1970 zijn hoogtepunt zou bereiken om daarna te dalen. Pas nadat begin jaren zeventig bleek dat hij (voorlopig) gelijk had gekregen, werd zijn theorie serieus genomen. In het rapport Grenzen aan de Groei voorspelde de Club van Rome in 1972 dat de bestaande oliereserves – als er geen nieuwe olievelden zouden worden ontdekt – in 1992 uitgeput zouden zijn.

Van bezorgdheid over het milieu was bij Victoriaanse pessimisten geen sprake

circa 1880
Nieuwe wintechnieken olie en gas zaten niet in de berekeningen van het einde van voorraden. Hier de Shell-schaliegasproductie in Groudbirch, Fort St. John, British Colombia, zomer 2022 (Foto: Fritz Tolentin))
Nieuwe wintechnieken olie en gas zaten niet in de berekeningen van het einde van voorraden. Hier de Shell-schaliegasproductie in Groudbirch, Fort St. John, British Colombia, zomer 2022

Rentmeester

In de negentiende eeuw had niemand kunnen zien aankomen dat aardolie en aardgas in de twintigste eeuw zouden uitgroeien tot de belangrijkste brandstoffen. De pessimisten, zowel in de negentiende als in de twintigste eeuw, hielden bovendien onvoldoende rekening met de voortdurende ontdekking van nieuwe voorraden kolen, olie en gas, de technische verfijning van de exploratie- en winningsmethoden, en de gesmeerde werking van de internationale handel in brandstoffen.

Toch is niet zonder meer te stellen dat de optimisten het historische gelijk aan hun kant hebben. De negentiende-eeuwse pessimisten waren voorzichtige profeten. De conservatieve Britse premier Sir Robert Peel (1788-1850) liet zich leiden door deskundigen die verwachtten dat de reserves over vier- à vijfhonderd jaar zouden zijn uitgeput en dat er eerder al schaarste zou optreden. Niet bepaald een overdreven apocalyptisch visioen.

Peel hield in 1834 een vurig pleidooi voor een verhoogd exporttarief ter bevordering van een spaarzame omgang met de Britse koolvoorraden. Uiteindelijk moest hij zijn voorstel intrekken vanwege het heersende liberale klimaat, maar met de inzichten van nu was hij zijn tijd ver vooruit. Het was de eerste keer dan een leidende politicus de voorraad minerale brandstof tot een regeringskwestie maakte. Je zou het kunnen beschouwen als een eerste aanzet tot energiebeleid.

Met zijn pleidooi voor spaarzame omgang met energievoorraden was de Britse premier Sir Robert Peel zijn tijd ver vooruit

1834
Dreigende verstoring van het klimaat en geopolitieke redenen hebben sinds de jaren 70 een boost gegeven aan alternatieve energiebronnen. Hier de plaatsing van een monopilaar voor Hollandse Kust West, het nieuwste windpark van Shell en partners (joint venture Ecowende) in aanbouw voor de Nederlandse kust (Foto: Mat Zwart Fotografie)
Dreigende verstoring van het klimaat en geopolitieke redenen hebben sinds de jaren 70 een boost gegeven aan alternatieve energiebronnen. Hier de plaatsing van een monopilaar voor Hollandse Kust West, het nieuwste windpark van Shell en partners (joint venture Ecowende) in aanbouw voor de Nederlandse kust

Energietransitie

Wereldwijd is een meerderheid van de machthebbers, ingenieurs en ondernemers er inmiddels van doordrongen dat de omgang met fossiele brandstoffen een langetermijnvisie behoeft. Niet langer in de eerste plaats vanwege de dreigende uitputting van die natuurlijke hulpbronnen, maar omdat de verstoring van het klimaat als gevolg van menselijk handelen volgens een overweldigende meerderheid van de klimaatwetenschappers een feit is.

Hoewel de meningen verschillen over de snelheid waarmee en de weg waarlangs CO2-uitstoot moet worden teruggedrongen, zit de mensheid midden in een historische omslag. De onheilsprofeten van gisteren zijn de vooruitgangsgelovigen van vandaag. Ze zien in de energietransitie zelfs een manier om de economie aan te jagen. Het lijdt geen twijfel dat de winning mood de kans op succes vergroot.

Wat is het Jevons-effect?

Portret van William Stanley Jevons (1835-1882) (Foto: University of Manchester Libraries)
Portret van William Stanley Jevons (1835-1882)

De Brit William Jevons heeft zijn bestendige bekendheid als econoom te danken aan de opmerkelijk paradox die hij heeft beschreven in zijn boek The Coal Question (1865), hetzelfde boek waarin hij zijn sombere voorspelling deed over de eindige voorraad steenkool.

Technologische verbeteringen die leiden tot een efficiëntere inzet van steenkool, hebben niet minder maar juist meer verbruik tot gevolg, constateerde Jevons. Die verhoogde doeltrefffendheid zorgde voor lagere productiekosten, waardoor industriëlen in Jevons tijd steeds meer stoommachines in gebruik namen. 

De zogeheten 'Paradox van Jevons', ook wel 'Jevons-effect', bleek niet alleen op te gaan voor steenkool, maar ook voor andere hulpbronnen. Eigentijdse voorbeelden van Jevons' Paradox liggen voor het oprapen. Brandstofzuinige auto's hebben ertoe geleid dat meer mensen zich een auto konden veroorloven, dat ze kozen voor zwaardere auto's én voor een grotere afstand tussen wonen en werken. Daarmee werden de besparingen als gevolg van de zuinigere technologie deels teniet gedaan. Hetzelfde zien we momenteel gebeuren bij almaar energie-efficiëntere datacentra, die almaar meer energie verbruiken.

Meer nieuws uit Shell Venster

A microphone and an interviewer

Meer interviews

Energietransitie

Meer energietransitie

Specials

Meer specials