Direct naar de hoofd inhoud
Streepjescode (Beeld: Dirk Jan Pino)

Hoe ver is Nederland op weg naar netto nul CO2-uitstoot?

In Nederland sluiten bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden in 2018 het Klimaatakkoord. Doel is de helft minder uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 vergeleken met 1990. Nu, zes jaar later, begint de uitvoering op stoom te komen. Waar staan we? En wat moeten we nog doen om dit doel te halen?

Streepjescode (Beeld: Dirk Jan Pino)

Tekst: Erik te Roller. Beeld: Dirk Jan Pino.

In 2050 is het ongeveer 300 jaar geleden de industrialisatie begon. Op zich een feestje waard: dankzij de industrialisatie leiden miljarden mensen een goed bestaan. Maar de energie die we nodig hebben om fabrieken te laten draaien, voedsel te produceren, huizen te bouwen en ons te verplaatsen, halen we nog grotendeels uit fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas.

Die verbindingen lagen miljoenen jaren opgeslagen in de bodem en worden nu in relatief korte tijd opgestookt, waarbij de vrijkomende CO2 een broeikaseffect veroorzaakt. De gemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak is sinds het begin van de industrialisatie daardoor wereldwijd met 1,2 graad Celsius gestegen. Dat lijkt niet veel, maar de gevolgen zijn nu al merkbaar. In 2015 spraken wereldleiders op de klimaattop in Parijs af om ernaar te streven de opwarming van de aarde ruim onder de 2 graden te houden, liefst onder de 1,5 graad.

Een spreekwoordelijk feestje wordt het dus pas echt als we in 2050 de CO2-uitstoot onder controle hebben. En hoewel Nederland relatief weinig bijdraagt aan de wereldwijde CO2-uitstoot, is niet meedoen aan het tegengaan van klimaatverandering geen optie. Hoe ziet dat meedoen eruit? En hoe verloopt dat?

1. Wat is het doel van Nederland en waar staan we nu?

In januari 2022 nemen de partijen van het kabinet Rutte IV in hun coalitieakkoord op dat de CO2-uitstoot in 2030 met minstens 55% moet zijn afgenomen vergeleken met 1990 en in 2050 met 100%. Vorig jaar is de Klimaatwet hierop aangepast.

Uitstoot broeikasgassen

Nederland stootte in 2022 aan broeikasgassen in totaal 158 megaton CO2-equivalenten uit (CO2 inclusief de uitstoot van andere broeikasgassen, omgerekend in CO2), ruim 30% minder dan in 1990. De daling bij de industrie was 43%, bij de elektriciteitsopwekking 22%, in de gebouwde omgeving 34%, in de landbouw 26% en bij de mobiliteit 11%. In 2023 was de uitstoot van broeikasgassen in Nederland 6% lager dan in 2022. Uitgaande van het klimaatbeleid van de overheid zal de nationale uitstoot in 2030 naar verwachting tussen de 97 en 123 megaton zijn, ofwel 46% tot 57% lager dan in 1990. Het doel is 55% minder, wat overeenkomt met 103 megaton. 

Aandeel hernieuwbare energie

Het aandeel hernieuwbare energie is de laatste jaren flink toegenomen. In 2023 kwam dit aandeel uit op 17%, waarvan 24% afkomstig was van zonnepanelen, 20% van windmolens op land, 13% van windmolens op zee en de rest van kleine bronnen, zoals biomassa en warmtepompen. Het aandeel van wind op zee lijkt niet zo groot, maar op een stormachtige dag eind december kwam voor het eerst meer dan de helft van de elektriciteit uit windenergie en in totaal 65% uit alle hernieuwbare bronnen. De bedoeling is dat 27% van de energie in 2030 uit hernieuwbare bronnen komt, gelijk aan het Europese doel.

2. Hoe moeten we het doel gaan bereiken?

Begin december 2023 presenteerde het demissionaire kabinet Rutte IV aan de Tweede Kamer het Nationaal Plan Energiesysteem, gericht op de gewenste energiesituatie in 2050. Het kabinet is uitgegaan van scenario’s met de hoogste vraag naar elektriciteit, waarvoor in 2050 een vier keer zo groot aanbod van stroom nodig is. Dat moet komen van onder meer windparken, zonnepanelen en kerncentrales. Tegen 2035 moet de elektriciteitsopwekking helemaal CO2-vrij, betaalbaar, betrouwbaar en veilig zijn.

Groene waterstof

Onderdeel van dit plan is om op grote schaal groene waterstof te gaan produceren, vooral voor de industrie. In 2030 moet de productiecapaciteit voor groene waterstof 4 gigawatt zijn, goed voor 1 miljoen ton waterstof per jaar en daarna doorgroeien naar 15 à 20 gigawatt in 2040 om aan de industriële vraag te kunnen voldoen. 

Tegen 2030 zal alle geproduceerde waterstof voor zo’n 42% uit groene waterstof moeten bestaan en in 2035 voor zo’n 60%, in lijn met de Europese richtlijn hernieuwbare energie. Daarvoor is heel veel groene elektriciteit nodig, die pas rond 2035 op grote schaal beschikbaar zal zijn. Hoe snel fabrieken voor groene waterstof zullen verrijzen, valt nog te bezien.

Investeren

Voorlopig is groene waterstof nog veel duurder dan waterstof gemaakt op basis van aardgas. Daarom willen potentiële kopers zich nog niet binden aan langjarige leveringscontracten, terwijl verkopers – uitgezonderd Shell die is gestart met de bouw van Holland Hydrogen 1 op de Maasvlakte – niet investeren in elektrolysefabrieken als ze niet zeker weten dat hun waterstof wordt afgenomen. Een kip-ei-probleem.

Aanleg leidingnet

In juni vorig jaar is Gasunie wel alvast begonnen met de aanleg van een leidingnetwerk voor het transport van waterstof, dat op termijn vijf industriële clusters in Nederland verbindt, aftakkingen naar België en Duitsland heeft en gekoppeld zal zijn aan ondergrondse opslagplaatsen voor waterstofgas. Hiervoor maakt het bedrijf gebruik van bestaande aardgasleidingen, die beschikbaar komen doordat het transport van aardgas afneemt.

Zwaarder elektriciteitsnet

Veel meer stroomverbruik vraagt ook om een zwaarder elektriciteitsnet. Met de komst van elektrische auto’s, warmtepompen en grote batterij-opslagsystemen plus de elektrificatie van de industriële processen is de vraag naar elektriciteit dusdanig toegenomen, dat het stroomnet op sommige plaatsen nu al tekortschiet. Netbeheerders moeten vaak nee verkopen als bedrijven of nieuwe woonwijken een aansluiting aanvragen. Dat remt de energietransitie.

Tennet

Inmiddels helpt de regering regionale netbeheerders hun netwerken sneller uit te breiden. Ook breidt landelijk netbeheerder Tennet het hoogspanningsnetwerk in de komende tien jaar op 700 plekken uit, zowel op land als op zee. Dat vergt investeringen tot 2034 van zo’n € 3 à 4 miljard per jaar. De verwachting is dat de capaciteitsproblemen van het elektriciteitsnet nog wel vijf tot tien jaar zullen aanhouden. Intussen kan een systeem, waarbij grootverbruikers bij een piek in de vraag naar stroom, hun productie afschalen, enig soelaas bieden.

Klimaatfonds

Voor andere projecten is er het Klimaatfonds, waarvoor eind december het groene licht kwam. Dit moet het mogelijk maken € 38 miljard in klimaatbeleid te investeren, waarbij te denken valt aan onder meer CO2-vrije gas- en kerncentrales en waterstofproductie, -opslag en -transport.

Bedrijven verplichten

Intussen gaat de overheid door met bedrijven verplichten aan energiebesparing te doen. Bedrijven die jaarlijks meer dan 50.000 kilowattuur aan elektriciteit verbruiken of meer dan 25.000 m3 meter aardgas, moeten energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen.

3. Wat is er in de industriesector in gang gezet?

In 2022 stootte de industrie 50 miljoen ton CO2-equivalenten uit. Dit komt overeen met 32% van de nationale uitstoot. In 2030 moet dat 30 miljoen ton CO2 zijn, wat dan 66% minder is dan in 1990 en ruim boven het nationale doel van 55% minder uitstoot. 

'Grote verbouwing' na 2025

Om dit te halen is vorig jaar maart het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie gelanceerd en in juli de Routekaart Verduurzaming Industrie. In de periode 2023-2025 maken overheid en industrie bindende afspraken. Na 2025 start de ‘grote verbouwing’, waarbij onder andere de eerste waterstofprojecten van de grond komen, het Porthos-project voor de opvang en opslag van CO2 wordt opgeleverd en nieuwe windparken op de Noordzee in bedrijf komen. Verder volgt er tegen 2030 mogelijk een verbod op de inzet van fossiele brandstoffen als warmtebron bij nieuwe installaties in fabrieken. Daarna zal het verduurzamen van de productie en import vaart moeten krijgen. 

Maatwerkafspraken

Tot het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie behoren ook de zogenoemde maatwerkafspraken van de regering met bedrijven om hun productie met subsidie te verduurzamen. Inmiddels heeft de overheid met meer dan tien bedrijven, waaronder Shell, een intentieverklaring getekend.

Internationale concurrentie

Intussen moet de industrie wel tegen de internationale concurrentie kunnen blijven opboksen, terwijl ze in Nederland te maken heeft met hogere kosten en lagere baten. Reden te meer voor de Nederlandse overheid om voor de omschakeling subsidies te verstrekken. 

4. Wat is er in gang gezet in huizen en andere gebouwen?

De uitstoot van huizen en (bedrijfs) gebouwen wordt voornamelijk veroorzaakt door het stoken van aardgas voor verwarming en warm water. Het energieverbruik in woningen daalt weliswaar al jaren, maar omdat het totaal aantal huishoudens stijgt, neemt de energievraag toe. In 2022 was de uitstoot in deze sector 19,6 miljoen ton CO2-equivalenten, 12% van de nationale CO2-uitstoot. Vergeleken met 1990 stoot de gebouwde omgeving 34% minder uit. Als alle plannen doorgaan, kan dit verder dalen tot 12 à 18 megaton in 2030, wat ruwweg 50% minder is dan in 1990.

Hernieuwbare energie

In 2021 maakte hernieuwbare energie 17% uit van het energiegebruik in de gebouwde omgeving. De Europese doelstelling is 49% in 2030. Dat betekent dat het aandeel hernieuwbare energie in de gebouwde omgeving binnen een krappe tien jaar moet verdrievoudigen met behulp van groene elektriciteit en duurzame warmtebronnen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is 41% in 2030 haalbaar, 8 procentpunt lager dan het EU-doel.

Warmtepompen

De bedoeling is ook 2,5 miljoen woningen te isoleren tot en met 2030, waarna die ook van warmtepompen kunnen worden voorzien of op een warmtenet kunnen worden aangesloten. Vanaf 2026 mogen gewone cv-ketels sowieso alleen nog maar door hybride of volledig elektrische warmtepompen worden vervangen. De regering streeft ernaar, dat er tegen 2030 al 1 miljoen warmtepompen zijn geïnstalleerd. Om de CO2-emissie bij verwarming te drukken, stimuleert de regering ook het bijmengen van groen gas uit duurzame bronnen en innovatiever en duurzamer bouwen.  

5. Wat is er in gang gezet in de mobiliteitssector?

In 2022 droeg het verkeer 19% bij aan de nationale uitstoot. Dat is 11% minder dan in 1990. Beste behoorlijk als je bedenkt dat het aantal auto’s sindsdien met 75% is gegroeid tot 9,1 miljoen en het aantal bestelwagens en vrachtauto’s zelfs meer dan verdubbeld is tot 1,26 miljoen.

Emissievrije personenauto's

De overheid wil dat alle nieuwe personenauto’s in 2030 emissievrij zijn, dat wil zeggen batterij-elektrisch of waterstof-elektrisch. Nu is 1 op de 9 auto’s elektrisch. Of het doel van 2030 wordt gehaald, hangt natuurlijk af van de energieprijzen en de belastingen, de betaalbaarheid van (tweedehands) elektrische auto’s en de bereidheid van bezitters van brandstofauto’s om over te stappen.

Nieuwe vrachtwagens

Verder geldt in Europees verband dat in 2030 nieuwe vrachtwagens 45% minder CO2 mogen uitstoten dan in 2019 en 90% minder in 2050. De overheid subsidieert de aanschaf van emissievrije vrachtwagens die al gauw € 250.000 kosten; waterstofvrachtwagens zelfs een paar ton meer. Verder oefent de overheid druk uit om over te schakelen op elektrisch transport door in steden emissievrije zones in te stellen. Op het ogenblik is 1 op de 1.000 vrachtauto’s elektrisch en 1 op de 111 bestelwagens. De bedoeling is dat in 2030 voor beide dat 1 op de 10 is.

 

6. Wat is er in gang gezet in de landbouw?

De verduurzaming van de landbouw staat nog in de kinderschoenen. De broeikasuitstoot van de sector is met 15% van het totaal in 2022 lager dan die van de industrie, maar hoger dan van de gebouwde omgeving.

Ammoniak en stikstof

Het grootste probleem is echter de uitstoot van ammoniak, dat vrijkomt uit mest en urine van dieren. Samen met de uitstoot van stikstofoxiden door het verkeer en de industrie leidt dit ertoe dat planten als bramen, brandnetels en gras harder gaan groeien en andere planten overwoekeren. Ook vervuilen deze stoffen lucht, water en bodem.

Indammen

De plannen van de regering om de vervuiling in te dammen roepen fel verzet op. Het doel blijft te komen tot een sterke en duurzame landbouwsector in 2040, maar er is nog geen politieke consensus over hoe de landbouw er dan uit moet zien. Het kabinet heeft in 2023 wel € 222 miljoen vrijgemaakt om boeren onder andere te helpen met de omschakeling naar biologische landbouw.

7. Wat kenmerkt de energietransitie in Nederland?

Nederland laat is begonnen met de energietransitie. Zeker door de vondst van het grootste gasveld van Europa binnen de eigen grenzen, leek er lang geen vuiltje aan de lucht, want gas is sowieso schoner dan kolen of olie. Leveringszekerheid was gegarandeerd en de noodzaak om minder afhankelijk te zijn van deze ene energiedrager was er niet. Sterker, Nederland heeft de afgelopen decennia enorm geprofiteerd van het Gronings aardgas. Datzelfde gold eerder voor de kolen in Limburg. En dat alles is rap ingehaald door de nieuwe realiteit, inclusief de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en stikstofcrisis.

Gebouwd op fossiele energie

Dan is er het feit dat de Nederlandse industrie en economie voor een belangrijk deel gebouwd zijn op fossiele energie. Dat is te danken aan onze ligging aan de Noordzee, die aanvoer en verwerking van ruwe olie via de haven van Rotterdam mogelijk maken, waardoor hier raffinaderijen en een grote chemische industrie aanwezig zijn. Ook kon Nederland lange tijd profiteren van de beschikbaarheid van betrouwbaar en goedkoop gas. Voor warmte, maar ook voor de kassen in de tuinbouw, de hoogovens en de cementindustrie. De CO2-uitstoot omgerekend per Nederlander is vergeleken met andere landen daarom relatief hoog. En dus moet er ook relatief meer gebeuren.

Gebrek aan ruimte

Derde typerende punt is het gebrek aan ruimte waarmee Nederland kampt. Ruimte die nodig is voor zonnepanelen en windmolens. Nederland is dichtbevolkt en meer dan de helft van het landoppervlak heeft een agrarische bestemming: akkers en weilanden. Het is kortom woekeren met de ruimte, waardoor ook de natuur – belangrijk voor een duurzame toekomst – in de verdrukking raakt. Ruimte is er wel op de Noordzee, waar het gelukkig overvloedig waait en waar windmolens ook geen invloed hebben op het woongenot, inclusief achtertuin.

Polderland

Daarop volgt de vierde typerende kwalificatie van Nederland, samen te vatten in ‘Nederland Polderland’. Behalve drooggemalen land, gaat het in dit geval vooral over hoe we hier al ‘polderend’ tot besluiten en beleid komen. Daarbij is zorgvuldigheid én inspraak een groot goed. Dat resulteert in extreem lange doorlooptijden van projecten, ook door mondige burgers die bijvoorbeeld in beroep gaan tegen de komst van een hoogspanningsstation of windturbines in de buurt. En dat alles is ook weer niet bevorderlijk voor een vlotte besluitvorming over investeringen in verduurzaming.

8. Waar wringt het nog in de Nederlandse energietransitie?

Uit een afstudeeropdracht van een student aan de TU Delft uit, let wel, 2011 bleek dat bewoners van portiekflats veel positiever stonden tegenover het vervangen van de cv-ketel door een duurzaam systeem aan de buitenkant van hun huizen, omdat dat direct extra kastruimte zou opleveren. Zo simpel kan het dus zijn. Maar simpel blijkt het in de praktijk allerminst. Steeds meer wordt daarom gepleit voor een samenhangende aanpak, waarbij juist de complexiteit als uitgangspunt wordt genomen en alle randvoorwaarden voor een succesvolle energietransitie in samenhang worden aangepakt.  

Lijst van randvoorwaarden

Even door de zure appel heen bijten, want die lijst van randvoorwaarden voor de transitie is lang: maatschappelijk draagvlak, gedragsverandering, passende wet- en regelgeving, knopen doorhakken over de ruimtelijke inpassing, voldoende beschikbaarheid van grondstoffen, een goed investeringsklimaat, respect voor de natuur, voldoende arbeidskrachten en met stip op één: de benodigde infrastructuur. Op alle punten wringt het nog en alles moet meezitten, zegt ook het Planbureau voor de Leefomgeving. En iedereen weet dat dingen ook vaak kunnen tegenzitten. Een eventuele zigzagkoers van opeenvolgende kabinetten schrikt bovendien bedrijven af die moeten overwegen te investeren in installaties en fabrieken die minstens vier tot zes kabinetten moeten meegaan om rendabel te zijn.

Koers en vaart houden

De grootste uitdaging bij de energietransitie is koers én vooral vaart houden. “Uitvoeren, uitvoeren, uitvoeren”, luidt dan ook de oproep aan het te formeren nieuwe kabinet van een brede alliantie van maatschappelijke partijen, waaronder Gasunie, VNO-NCW, de voorzitters van de vijf uitvoeringstafels Klimaatakkoord en het Nationaal Klimaat Platform. Een stevige inzet op duidelijke keuzes, uitvoering en realisatiekracht, zijn volgens de alliantie cruciaal.

9. Wat is de slotsom? Gaan we 2030 halen?

Er is, zoals wel vaker, goed nieuws en slecht nieuws. “Nederland ligt nog niet op koers om in 2030 alle eerder dit jaar aangescherpte Europese doelen voor energiebesparing te halen”, zeggen de samenstellers van de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning in oktober 2023. Tegelijk stijgt door de plannen in de Voorjaarsnota Klimaat het aandeel hernieuwbare energie flink en komt het doel daarvoor wel in zicht. 

Kosten voor de transitie

Natuurlijk gaat het ook over geld. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende dat de kosten voor de transitie in 2030 kunnen oplopen tussen de € 3,5 en 5,5 miljard per jaar. Het gaat hier om nationale kosten – voor de Nederlandse samenleving als geheel, ongeacht wie deze draagt. Daar staan als het goed gaat even hoge baten tegenover, omdat verduurzaming leidt tot vraag naar nieuwe processen, producten en infrastructuur. Als bedrijven daarop inspringen en die ontwikkelen, levert dat nieuwe banen en exportkansen op. Dus ja, het is veel, maar mits goed benut valt het mee.

Inhaalslag

Nederland is bezig aan een inhaalslag. “Overal investeren ondernemers in duurzame verdienmodellen. We barsten van innovatief talent.” Als het om een duurzame toekomst gaat, zegt de eerdergenoemde maatschappelijke alliantie, heeft Nederland goede kaarten in handen. Nu ze nog behendig en vlot op tafel leggen.

Nederland als streepjescode (Beeld: Dirk Jan Pino)

Bekijk ook!

Nederland op weg naar 2030 in 7 grafieken

Bekijk de grafieken met uitleg

Meer nieuws uit Shell Venster

A microphone and an interviewer

Meer interviews

Energietransitie

Meer energietransitie

Meer specials

Meer specials