
Oliecrisis: lijkt die van toen op de situatie van nu?
1973. Oorlog in het Midden-Oosten. In Nederland gaat de benzine op de bon en volgen er tien autoloze zondagen. Voor de gewone consument komen olieschaarste en de plotselinge stijging van de brandstofprijzen als een totale verrassing.

Tekst: Marcel Burger. Met bijdrage van Rosalie van Egmond.
Beeld: Cor Out (Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP), NASA/JSC, ANP (infografiek), Ed Robinson (Shell International), Stuart Conway (Shell International), Shell Heritage & Historic Archive.
In dit verhaal:
Als de Nederlandse regering dit voorjaar anders had besloten, had de tekst uit Shells historische tijdlijn in de inleiding zo maar gisteren geschreven kunnen zijn. Maar we stappen terug naar in de tijd. De olieproducerende landen verenigd in Opec verviervoudigen tussen oktober en december 1973 de olieprijzen*. En dan breekt ook nog eens als de Jom Kipoer- of Ramadan-oorlog uit.
Operatie Nickel Grass
Op 6 oktober 1973 voeren Egypte en Syrië een verrassingsaanval uit op Israël, om het gebied terug te winnen dat de joodse staat in 1967 had ingenomen*. Een Israëlische nederlaag lijkt in het verschiet. De Verenigde Staten en Nederland schieten Israël te hulp. De VS lanceert op 12 oktober Nickel Grass: een immense bevoorradingsoperatie. Tweeëntachtig omgespoten gevechtsvliegtuigen van de Amerikaanse strijdkrachten, geleide bommen om luchtafweer uit te schakelen en 567 transportvluchten om de Israëlische landmacht van wapens en munitie te voorzien. De Europese landen stellen hun luchtruim niet open voor die vluchten, maar de Amerikanen mogen van Portugal wel een tussenlanding maken op Lajes, op de Azoren midden in de Atlantische Oceaan. Zwaarder materieel, waaronder tanks, volgt per schip.
Nederlandse Centurion-tanks
Nederland doet ook mee. Met een haastig besluit van defensieminister Henk Vredeling schenkt Den Haag 36 Centurions aan Israël. De joodse staat had eerder al 222 van die ietswat verouderde overtollige tanks van Nederland gekregen. Europa vreest echter in de jaren 60, 70 en 80 een conflict met het door Moskou afgedwongen Warschau Pact van Oost-Europese landen. Na de tankgift beschikt Nederland nog wel over ongeveer 369 Centurions. Maar Den Haag stuurt nog zoveel reservedelen en tankgranaten na, dat het de eigen paraatheid ondermijnt. Dit blijft jarenlang geheim.
Pas in 1998 zegt oud-staatssecretaris Bram Stemerdink daarover in het tv-programma 2Vandaag: “(Vredeling en ik) besloten in een paar minuten tijd Israël alle steun te geven die mogelijk was. Je zou kunnen zeggen dat op dat moment het Nederlandse leger volstrekt onvoldoende voorzien was van reservedelen en munitie voor een van z’n hoofdwapensystemen: de Centurion-tanks.”

Benzine op de bon
Eind 1973 is nog onduidelijk hoe zwaar het Opec-olie-embargo Nederland gaat treffen. De overheid kondigt aan van 12 januari er voor drie werken een gereguleerde benzindistributie zal zijn. Al snel word duidelijk dat er voldoende ruwe olie beschikbaar is en komt er op 4 februari een einde aan benzine op de bon. Tijdens de rantsoenering moeten klanten doorgaans eerst hun bonnen bij de kassa van een tankstation inleveren, alvorens ze mogen tanken.
Op de foto: artikel 190C 679 uit het Shell Heritage & Historical Archive: een bonnenboekje uit 1974

Benzine op rantsoen
De Arabische landen straffen Nederland, de Verenigde Staten en Portugal voor hun openlijke militaire steun aan Israël met een olie-embargo. Voor Nederland blijft de blokkade in stand tot 10 juli 1974.
Voor de Nederlandse regering is de impact aanvankelijk nog niet helemaal te overzien. Uit angst voor een landelijk tekort aan ruwe olie, waarmee onder meer op Shell Pernis brandstoffen worden gemaakt, gaat benzine op rantsoen. Drie weken lang, van 12 januari tot 4 februari 1974, moeten klanten bij tankstations eerst hun bonnen bij de kassa inleveren, voordat ze een beperkte hoeveelheid benzine mogen tanken.
Uiteindelijk blijkt er voldoende ruwe olie beschikbaar, al blijven de automobilisten de hogere prijs aan de pomp merken. Het is een tijd waarin Nederlanders voor de lol met de fiets of rolschaatsen over de snelweg gaan, op door de regering verplichte autoloze zondagen.
Amerikanen hamsteren
In de Verenigde Staten zorgt het vooruitzicht van brandstofschaarste voor paniek bij autobezitters — de Amerikanen slaan aan het hamsteren. Lange rijen stilstaande auto’s bij tankstations worden een symbool voor de oliecrisis*. De Verenigde Staten waren juist in de jaren 60 veranderd van een olie-exporterend naar olie-importerend land. De industrie, verwarming van huizen, stroomopwekking en transport kunnen niet zonder olie en de olieproducten*.
Bondgenoten zijn bang voor de Amerikaanse reactie op het Arabische olieembargo. In Londen waarschuwt de Joint Intelligence Committee — de nationale veiligheidsraad van Groot-Brittannië — het Britse kabinet dat de Verenigde Staten zouden kunnen overwegen ”geweld te gebruiken om olievelden in Saudi-Arabië en de Golf te veroveren”.*
Uit: Geschiedenis van de Koninklijke Shell door Joost Jonker (2007)Lange rijen stilstaande auto's bij tankstations symbool voor de oliecrisis

Beschrijving kaart Olie- en gasterminals rond Perzische Golf
Beschrijving kaart Olie- en gasterminals rond Perzische Golf
Op deze kaart van het ANP van 3 maart 2026 staan de olie- en gasterminals in de Perzische Golf weergegeven. Centraal op de kaart ligt Iran in donkergroen, met daarom heen de andere landen in lichtgroen/grijs — van linksboven met de klok mee: Armenië, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Afghanistan, Pakistan, Oman, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië, Qatar, Bahrein, Koeweit, Irak, Turkije. Daarnaast staan de Kaspische Zee ten noorden van Iran, de Perzische Golf (ten westen van de Straat van Hormuz) en de Arabische Zee (ten oosten van de Straat van Hormuz) weergegeven.
Met rode lijnen worden de uitgebreide pijpleidingen voor olie en gas weergegeven, een weerwar van lijntjes zowel op land als in zee. Gele stippen met een rode lijn eromheen geven de raffinaderijen weer, blauwe rondjes de LNG-terminals en oranje stippen de olieterminals.
In totaal staan er tientallen locaties op. Gelegen aan de Perzische Golf zijn een aantal belangrijke plekken met vet aangegeven: het Iraanse energie-eiland Kharg en de Iraanse energieknooppunten Andar Abbas en Jask. Daarnaast is het Saudische energieknooppunt Ras Tanura vetgedrukt.
Opkomst van de Opec-landen
Zover komt het niet, maar wereldwijd gaan de olieprijzen wel flink omhoog. Vooral door handelen van de Opec, de staatsbedrijven van olieproducerende landen die in 1970 samen slechts 8% van de ruwe olieproductie controleren. De historisch grote bedrijven (“Zeven Zusters”, zie kader) bezaten 69% en relatief nieuwe spelers 23%.
Libië, Iran en daarna de andere Arabische landen aan de Perzische Golf willen meer zeggenschap en inkomsten over hun eigen bodemschatten en dwingen de oliebedrijven in 1970 om niet de helft maar 55% van de olieinkomsten af te dragen. In 1972 forceren ze gedeeld eigenaarschap in de activiteiten.
Hek van de dam
Voor Shell betekent dat een overheidsaandeel van 25% in haar belangen in Qatar en Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten). Een paar maanden later stelt Ahmed Zaki Yamani, de olieminister van Saoedi-Arabië, in een toespraak dat “nationale oliemaatschappijen in de producerende landen zich moeten gaan bezighouden met de verkoop (van olie)”. Een teken aan de wand.*
En dan volgt 8 oktober 1973 — twee dagen na het begin van de Jom Kipoer/Ramadan-oorlog. De Opec-landen besluiten dat hun overheidsaandeel op elk vat ruwe olie omhoog gaat van $1,77 naar $3,04. De Arabische olieproducerende landen binnen Opec volgen een paar dagen later ook nog eens met een 5% verlaging van de olieproductie, per maand.* Daarmee is het hek van de dam voor de olieprijzen.
Shells wereldwijde handelservaring
Een aantal oliebedrijven, waaronder Shell, besluit om de gevolgen gelijk over alle klanten te verdelen. Voor Shell brachten de handelservaring en het wereldwijde netwerk uitkomst, ook voor Nederland. Door de grote spreiding van oliebronnen kon Shell olie uitwisselen, uit Arabische en niet-Arabische putten, en zo ook de landen met embargo te bevoorraden. Voor Nederland haalde Shell nu de ruwe olie uit Iran en Nigeria, een deel van de Iraanse olie naar Japan werd vervangen door olie uit Qatar.*
De (Eerste) Oliecrisis is voor olie- en gasbedrijven en landen het startschot om de afhankelijkheid van “Golf-olie” te verminderen. Onder meer door olie- en gaswinning op zee te ontwikkelen.
Uit: Geschiedenis van de Koninklijke Shell door Joost Jonker (2007)Voor Shell brachten handelservaring en wereldwijde netwerk uitkomst

Van Ierland tot Brazilië, en de Noordzee
Ook Shell kijkt naar zee. In 1976 zijn haar activiteiten gespreid over een miljoen vierkante kilometer, met 60% van de exploratie en productie offshore.* Van de wateren bij Ierland, Spanje, Turkije en Maleisië tot Brazilië — en in wat in alle atlassen dan nog gewoon de Golf van Mexico heet.
Het meest succesvol is Shell in de jaren 70 in de Noordzee. Het bedrijf zet met de hoge kwaliteit olie uit het Brent-veld de toon, en de Brent-standaard is tot de dag van vandaag een wereldwijde graadmeter voor de olieprijs. Andere oliebedrijven doen eveneens grote investeringen in de Noordzee, in een geopolitiek stabiele regio.
De Tweede Oliecrisis
Een sterk contrast met de Perzische Golfregio, waar het al snel opnieuw misgaat — in Iran. Onder het regime van haar leider, sjah Mohammad Reza Pahlavi, baadt een kleine elite in rijkdom en luxe, terwijl het merendeel van het volk in armoede leeft. In 1978 leidt dit tot massale volksprotesten — van studenten, intellectuelen en politieke tegenstanders.
De sjah reageert met verdere beperking van vrijheden door de staat van beleg af te kondigen. Hierdoor krijgen de veiligheidsdiensten vergaande bevoegdheden protesten de kop in te drukken. Maar dat pikken de 37.000 arbeiders van de inmiddels genationaliseerde olieindustrie niet. In november 1978 gaan ze in staking. De Iraanse olieproductie valt terug van 6 miljoen naar 1,5 miljoen vaten.
Ruim een jaar later (december 1979) grijpt de anti-westerse, radicaal islamitische ayatollah Khomeini de macht. Zijn buurman, de Iraakse dictator Saddam Hoessein, ziet in de chaos zijn kans schoon en stuurt het Iraakse leger de grens over. Na aanvankelijk succes lopen de Iraakse troepen vast op de lange Iraanse bergketens zo’n 100 kilometer landinwaarts. Het conflict zal uiteindelijk acht jaar duren en krijgt de bijnaam de Tankeroorlog: zowel Iran als Irak leggen mijnen in en rond de Straat van Hormuz en vallen olietankers aan met raketten en kleine boten.
Begin van offshore winningsactiviteiten jaren 70Shell zet met hoge kwaliteit Noordzee-olie uit het Brent-veld de toon

Energiekoers Nederland in Tweede Oliecrisis
De Tweede Oliecrisis leidt in Nederland niet tot echte tekorten, maar de hogere prijzen en inflatie spelen ons land rond 1980 wel parten. Het kabinet verhoogt de aardgasprijs en de belastingen op tabak, alcohol, benzine en personenauto’s.* Daarnaast worden de lonen verlaagd.
Om brandstofverbruik te beperken wordt een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur op autosnelwegen scherper nageleefd. De regering zet de in 1973 ingezette energiekoers voort: meer kernenergie, meer steenkoolcentrales, meer zonnestroom en meer windenergie. Ook vraagt de regering de Nederlanders zuiniger aan te doen met energie.
Derde Oliecrisis
Ruim vijftig jaar later, voorjaar 2026: oorlog in het Midden-Oosten. Israël en de Verenigde Staten vallen Iran aan, Iran slaat terug met aanvallen op Amerikaanse militaire bases in de regio, en probeert energie- en waterinstallaties in de Arabische bondgenoten van de VS uit te schakelen. Iran verklaart eenzijdig de Straat van Hormuz voor gesloten. Er worden mijnen gelegd en er zijn aanvallen op schepen met drones, kleine boten en raketten.
De productie en uitvoer van allerlei olie- en gasproducten in de Perzische Golf-regio ligt nagenoeg stil. Er is wereldwijd schaarste, en ook in Europa worden mogelijke tekorten van onder meer vliegtuigbrandstof en diesel voorspeld. Voor de gewone consument komen olieschaarste en de plotselinge stijging van de brandstofprijzen als een verrassing. De Derde Oliecrisis is een feit.
Geraadpleegde bronnen voor dit verhaal zijn onder meer: Geschiedenis van de Koninklijke Shell door Joost Jonker (* geeft geciteerde passages aan) (2007), Huzarenvanboreel.nl, 2Vandaag/Reformatorisch Dagblad, Reasons to Revolt: Iranian Oil Workers in the 1970s door Peyman Jafari, NY Times, Historisch Nieuwsblad, The Power of Geography door Tim Marshall (2021), CNBC, The Kingdom door Robert Lacey (1981), The Yom Kippur War: The Arab-Israeli War of 1973 door Simon Dunstan (2007), Nickel Grass in Air Force Magazine door Walter J. Boyne (1998) (PDF), Timeline of the 2026 Iran War op Wikipedia, Brittannica.com

Wie zijn de "Zeven Zusters"?
69% ruwe oliehandel
In aanloop naar de (Eerste) Oliecrisis van 1973 hadden de grote oliebedrijven al een deel van hun marktaandeel verloren. Toch was begin jaren 70 nog altijd 69% van de ruwe oliehandel onder controle van de zogenaamde “Zeven Zusters”: Royal Dutch Shell, Anglo-Persian Oil Company (later BP), Standard Oil of California (Socal), Standard Oil of New Jersey (Sonj, later Exxon), Standard Oil of New York (Socony, later Mobil) en Texaco.
Nieuwe spelers en landen
Nieuwe spelers — waaronder Amerada Hess, Sinclair Oil en Occidental — bezaten in 1970 samen 23% van de ruwe olie. Daarmee was er nog 8% over voor de staatsbedrijven van de olieproducerende landen. Die hadden zich onder aanvoering van Venezuela in de jaren 50 en 60 georganiseerd in Opec (Organization of Petroleum Exporting Countries).
's Werelds grootste olieproducent
Vanaf midden jaren 70 is de wereldwijde energiemarkt meer divers geworden. Eind april 2026 is het Saoedische staatsbedrijf Saudi Aramco ’s werelds grootste olieproductent. Ook staan de nationale oliebedrijven van China (PetroChina en GNOOC) en Brazilië (BR) in de top 10.
Bronnen: Geschiedenis van de Koninklijke Shell door Joost Jonker (2007), Companiesmarketcap.com


