1. Waarom ruimt Shell niet gewoon al haar ‘rotzooi’ op?

Domweg alles slopen is niet altijd de beste oplossing voor mens en milieu.

Het Brentveld is één van de grootste olie- en gasvelden op 186 kilometer ten noordoosten van de Shetland Eilanden, in Britse wateren. Het veld bevat vier productieplatformen van Shell: Brent Alpha, Brent Bravo, Brent Charlie en Brent Delta. Na ruim veertig jaar nadert het einde voor het Brent-veld.

Shell onderzocht de mogelijkheden om de platformen een tweede leven te geven voor onder meer CO₂-opslag en windenergie. Dit bleek niet haalbaar. Het alternatief is het ontmantelen van de productieplatformen.

Ontmantelen is niet gemakkelijk. We moeten rekening houden met veiligheid, technologische grenzen, gevolgen voor het milieu, en wat financieel en maatschappelijk verantwoord is. Vanaf 2007 ging Shell daarom in gesprek met meer dan 400 mensen bij meer dan 180 organisaties: van milieugroeperingen en overheden tot universiteiten en belangenorganisaties voor de visserij. Bovendien zijn meer dan 300 wetenschappelijke en technische studies gedaan. Deze studies zijn beoordeeld door een groep van onafhankelijke experts.

Dit heeft geleid tot een reeks aanbevelingen voor de Britse regering voor de ontmanteling van het Brentveld. Een van de belangrijkste was om de top van de platformen te verwijderen en te recyclen, maar de betonnen fundamenten en tanks te laten staan. Onderzoek en onafhankelijke toetsing van dat onderzoek leerde dat in de resten in het beton geen wezenlijke hoeveelheden zitten van stoffen die niet biologisch afbreekbaar zijn. Deze resten kunnen honderden jaren veilig in het beton blijven.

2. Logisch dat jullie dat zeggen, maar hoe veilig is dat laten staan nou helemaal?

De fundamenten zullen in honderden jaren langzaam afbreken als het zeewater het beton binnendringt en het staal in het beton gaat roesten. Op basis van al het gedane onderzoek denken wij dat dit geen meetbare invloed heeft op het milieu. Het zichtbare deel van het fundament zal waarschijnlijk 150 tot 250 jaar op zijn plaats blijven. Het onderzeese gedeelte zal naar verwachting nog 300 tot 500 jaar meegaan. De tanks waarin olie zit, blijven minstens 1.000 jaar grotendeels rechtop.  

Het onderzoek laat ook zien dat als de inhoud uit de tanks zou komen, het een beperkt deel van de zeebodem bij het platform zou bedekken omdat het een stroperig mengsel is van vooral zand en oliesediment. Dit sediment zou langzaam worden afgebroken en zich verspreiden door natuurlijke processen, zoals biologische afbraak.

3. Jullie kunnen toch wel andere functies voor deze platformen bedenken, bijvoorbeeld voor de opslag van groene waterstof?

Zoals gezegd, Shell  heeft de mogelijkheden onderzocht om de platformen een tweede leven te geven. Denk bijvoorbeeld aan CO₂-opslag en windenergie. Hergebruik bleek geen haalbare kaart. De leeftijd van de platformen, de afstand tot de kust, de ruige omstandigheden op de Noordzee, het gebrek aan vraag naar herbruikbare platformen en de kosten van de modernisering stonden een tweede leven in de weg.

4. Duitsland, Zweden, België en Nederland willen toch dat jullie de platformen opruimen? Waarom doen jullie dat dan niet gewoon?

In 1992 is het OSPAR-verdrag gesloten tussen alle landen rond de Noordzee. Daarin staat dat alle offshore olie- en gasinstallaties die niet meer worden gebruikt, moeten worden ontmanteld. Dit verdrag geeft de mogelijkheid om ontheffing aan te vragen. Ontheffing wordt alleen verleend als na een uitgebreid onderzoek is aangetoond dat het veiliger en schoner is om de installaties te laten staan. Zoals gezegd, wij denken op basis van onderzoek dat de gekozen oplossing de beste is voor mens en milieu. Volledig opruimen van de fundamenten zou volgens ons onderzoek bijvoorbeeld kunnen leiden tot drie doden. Dat is voor Shell onaanvaardbaar.

De Britse regering heeft onze aanbevelingen overgenomen. Een aantal andere landen heeft bezwaar ingediend tegen de voorstellen van het Verenigd Koninkrijk. Op 18 oktober 2019 is daarom een extra vergadering ingelast met de OSPAR-landen. Uiteindelijk is de beslissing aan het Verenigd Koninkrijk zelf.

5. Wie betaalt er eigenlijk voor het opruimen van de platformen? Toch niet de Nederlandse belastingbetaler?

Exxon Mobil  en Shell zullen de kosten betalen van het afbreken van de Brent-platforms. Deze kosten kunnen deels worden afgetrokken van de belasting die zij in het Verenigd Koninkrijk hebben betaald op het winnen van de olie in de Brent-velden. Sinds de productie in 1976 begon, is tweederde van de omzet in de vorm van belasting aan het Verenigd Koninkrijk uitgekeerd. Dat is een bedrag van meer dan 20 miljard pond.

De Nederlandse overheid zal niet bijdragen aan de kosten van het Brent-veld. In de Nederlandse wateren liggen overigens ook platformen van onder andere NAM, een joint-venture van Shell en Exxon Mobil. Deze platformen zijn makkelijker te hergebruiken of te recyclen.

Meer Brent

Dossier: Ontmanteling Brent-platformen

Het olie-en gasveld van Brent was een belangrijk onderdeel van de enorm succesvolle olie-en gasindustrie in het Verenigd Koninkrijk. Lees meer over de ontmanteling van de vier platformen op deze dossierpagina. 

Brent Field Decommissioning

When oil and gas fields end production, their facilities need to be dismantled and disposed of - or "decommissioned". Learn about decommissioning at Shell.

Zo ontmantelt Shell platformen in het Brentveld

Het Brentveld is één van de grootste olie- en gasvelden op 186 kilometer ten noordoosten van de Shetland Eilanden. Na ruim veertig jaar, nadert het veld het einde van zijn levenscyclus.